'Lege schatkist houdt Egyptische kiezer wakker, niet discussie over seculiere grondwet'

Slechts voor degenen die de afgelopen jaren op een andere planeet hebben geleefd, kwamen de verkiezingsresultaten in Egypte als een donderslag bij blauwe hemel, meent Martin Janssen.

OPINIE-Martin Janssen
null Beeld ap
Beeld ap

De eerste verkiezingsuitslagen uit Egypte maken duidelijk dat de islamitische partijen een grote overwinning hebben behaald waarbij de enige werkelijke verrassing het succes van de salafistische 'partij van het licht' was. Hiermee wordt de trend gecontinueerd die eerder in Tunesië in gang werd gezet waar de islamitische al-Nahda partij eveneens hoge ogen gooide. Slechts voor degenen die de afgelopen jaren op een andere planeet hebben geleefd kwamen deze resultaten als een donderslag bij blauwe hemel. Wellicht nuttig hierbij zijn enkele overwegingen die de logica van deze ontwikkelingen verklaren en deze in een breder perspectief plaatsen.

Comfortabele uitgangspositie
Op de eerste plaats verkeerden islamitische partijen in zowel Tunesië als Egypte in een comfortabele uitgangspositie. In beide landen hadden de oude regimes de seculiere en liberale oppositie volledig monddood gemaakt omdat deze oppositie veel gevaarlijker werd geacht dan de islamisten. De seculiere oppositie had scherpe kritiek op de ondemocratische aard van de authoritaire regimes terwijl de islamisten daarentegen niet zozeer moeite hadden met de authoritaire staatsvorm op zichzelf maar deze slechts meer door de godsdienst geïnspireerd wensten. Toen de Egyptische president Abdul Nasser in 1952 alle politieke partijen verbood en hiermee feitelijk de Egyptische democratie om zeep hielp werd dit besluit door de Moslimbroeders van harte toegejuicht.

De islamisten kregen in de oude situatie dus veel meer ruimte dan de seculiere oppositie. Bovendien konden de oude regimes de aanwezigheid van deze islamisten instrumentaliseren om zichzelf te legitimeren door er bij het westen voortdurend op te hameren dat het enige alternatief voor hun dictatoriale regimes een islamitische machtsovername was. Zo bezien hebben deze oude regimes dit islamitisch alternatief dus zelf voorbereid doordat de derde weg van werkelijk democratische partijen stelselmatig werd afgesneden.

Op deze wijze kregen islamitische groeperingen decennialang de tijd om zich uitstekend te organiseren wat ze thans kunnen verzilveren. Daarom drongen ze zowel in Tunesië als in Egypte ook aan op snelle verkiezingen om de seculiere oppositie de kans te ontnemen zich ook te organiseren. De verkiezingsoverwinning van islamitische partijen was in belangrijke mate eveneens het resultaat van de hopeloze versplintering van de seculiere oppositie die de afgelopen maanden verspild heeft met onderlinge strijd over weinig essentiële detailkwesties. Het leek erop dat deze seculiere oppositie in tegenstelling tot de islamisten veel minder begreep wat er op het spel stond en dat er verkiezingen moesten worden gewonnen die de toekomstige koers van hun landen zou bepalen.

Identiteitsprobleem
De seculiere en socialistische oppositie leed bovendien in tegenstelling tot de islamisten onder een identiteitsprobleem omdat het net de oude afgedankte regimes waren die zichzelf hadden geïdentificeerd als én seculier én socialistisch waardoor het de schijn had dat de boodschap van deze seculiere en socialistische oppositie wezenlijk oude wijn in een nieuwe verpakking was.

In de 20-ste eeuw is in de Arabische wereld met vrijwel alles geëxperimenteerd. Van nationalisme tot socialisme en van communisme tot privatisering en een vrije markteconomie. De Arabische kiezer, die aan het begin van de 21-ste eeuw de balans opmaakt, kan slechts concluderen dat al deze experimenten rampzalig hebben uitgepakt waarbij de boodschap van de islamisten het enige nieuwe is dat nog nooit is uitgeprobeerd. De positie van de islamisten werd hierbij ook versterkt doordat hun slogan dat 'de islam de oplossing is' het idee gaf dat het hier ging om iets van eigen bodem en niet om een ideologie die werd geïmporteerd uit het westen.

Bovendien hadden de islamitische partijen van de bestrijding van corruptie een hoofdthema gemaakt in de wetenschap dat dit een van de eerste prioriteiten van de kiezers was. De Palestijnse Hamas behaalde bij de verkiezingen in 2006 bijna 85 procent van de stemmen wat niet betekende dat de Palestijnen plotseling allemaal Moslimbroeder waren geworden. Het was voor vele Palestijnse kiezers een proteststem tegen de door en door corrupte Fatah partij wat tot de ietwat bizarre conclusie leidt dat deze kiezers in de Nederlandse contekst wellicht op de PVV zouden hebben gestemd.

Somber
De economische prognoses voor grote delen van de Arabische wereld zijn uitermate somber. Zowel in Tunesië als Egypte slinken de buitenlandse reserves in de schatkist in snel tempo en volgens sommige experts heeft Egypte nog net voldoende geld in kas om drie maanden de noodzakelijke import van voedselprodukten te financieren. Er heerst massale werkeloosheid en bijna de helft van de bevolking leeft onder de armoedegrens van twee dollar per dag. Dit zijn de problemen die zowel in Tunesië als Egypte de kiezers s'nachts wakker houden en niet hoog academische discussies over wel of niet een seculiere grondwet. De vraag is thans of de islamitische partijen, die door de kiezers aan de macht zijn geholpen dit hebben begrepen.

Het gevaar bestaat dat ze zich vooral en soms zelfs uitsluitend interesseren voor de morele aspecten van de samenleving. Een Palestijn, die recentelijk terugkeerde uit de Gazastrook vertelde me onlangs dat een van de laatste acties van Hamas bestond in het sluiten van alle kapsalons voor vrouwen. Of dit is wat de kiezers, die in 2006 hoopvol hun stem aan Hamas gaven van de partij verwachtten valt sterk te betwijfelen.

Martin Janssen is een in Damascus woonachtige arabist

Meer over