Legaal te koop: ruimtesouvenirs

De NASA heeft met oud-astronauten nieuwe afspraken gemaakt over het eigendom van memorabilia uit de bemande ruimtevaart.

De Amerikaanse oud-astronaut Jim Lovell heeft er een appeltje voor de dorst bij. De bevelvoerder van de Apollo 13 mag de officiële checklist verkopen van het ruimteschip waarmee hij naar de maan vloog (maar waar hij vanwege een explosie niet zou landen). Een nieuwe wet staat dat toe.

In januari van dit jaar stak Lovells voormalige werkgever, de NASA, nog een stokje voor de verkoop van de controlelijst op een veiling in Texas. De Amerikaanse ruimtevaartdienst stelde dat niet vaststond wie de eigenaar is van dit soort 'ruimtesouvenirs'.

Voor Lovell was het een lelijke streep door de rekening. Voor het boekje van zeventig pagina's met instructies voor de bediening van de maanlander had een verzamelaar vorig jaar 388.375 dollar over - 297.611 euro.

De afgelopen maanden zijn in overleg met oud-astronauten en de NASA nieuwe regels opgesteld over wie eigendom is van memorabilia uit de programma's voor de bemande ruimtevaart. President Barack Obama zette onlangs zijn handtekening onder wat een compromisvoorstel mag heten.

De wet komt erop neer dat oud-astronauten souvenirs van hun reizen in de ruimte te gelde mogen maken. Dat geldt niet voor de mannen en vrouwen die omhoog gingen met een spaceshuttle of aan boord verbleven van het internationale ruimtestation ISS.

Ook stenen en gruis van de maan blijven overheidsbezit, evenals andere objecten waarvan vooraf al was gezegd dat ze na afloop van een missie weer moesten worden ingeleverd.

De nieuwe spelregels maken een eind aan allerlei trammelant rond de ruimtesouvenirs. Lovell was niet de enige Apollo-astronaut die in de clinch raakte met de NASA. Ed Mitchell, de zesde man op de maan, zag af van de verkoop van een filmcamera die hij in 1971 van de maanlander van de Apollo 14 had gesloopt. De camera had de laatste 5 minuten van de landing vastgelegd en zou na vertrek op de maan achterblijven om gewicht uit te sparen voor de vlucht terug naar aarde.

Van Rusty Schweickart van de Apollo 9 eiste de NASA een 'kentekenplaat' van een Lunar Module terug en een stuurknuppel. Alan Shepard zou een handschoen moeten inleveren die hij tijdens trainingen voor de missie van de Apollo 14 had gedragen.

Deze ruimtevaarders mogen nu hun souvenirs verpatsen, net als de bemanning van de Mercury-capsules, die van het Gemini-project, het ruimtelab Skylab en de Amerikaans-Russische missie in 1975.

Het aanbod is groot, al zal niet elk object zo veel geld opbrengen als Lovells instructiehandboek of de cheque die Neil Armstrong in 1969 uitschreef aan NASA-manager Harold Collins ter waarde van 10,50 dollar. Het papiertje bleek veertig jaar later 27.350 dollar waard.

Sommige verzamelaars is niets te dol. Een pakje met vier sigaretten van het merk Tareyton, door een mede-astronaut aan boord gesmokkeld van de Mercury-capsule van hun collega Walter Schirra, moest vorig jaar op een veiling 6.000 tot 8.000 dollar opbrengen. Een plastic zak met astronautenvoedsel ('Gevriesdroogde runderstofpot. Heet water toevoegen') ging voor enkele honderden dollars van de hand.

Europese astronauten, onder wie de Nederlander André Kuipers, kunnen een aanvulling op hun pensioen met de verkoop van memorabilia vergeten. De regels van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA verbieden dat, zo laat een zegsman in Parijs weten. Wat er op veilingen te koop is aan Europese ruimtesouvenirs beperkt zich doorgaans tot gesigneerde foto's of souvenirs die de astronauten aan anderen hebben geschonken.

De verzamelaar met een zwak voor Europese ruimtevaartobjecten moet zijn slag slaan bij officiële gelegenheden. Vorige week leverde een veiling tijdens een open dag op het onderzoekscentrum Estec in Noordwijk 1.943, 75 euro op voor het goede doel.

undefined

Meer over