Lees nooit een tijdschriftvoorwoord

'Een literair tijdschrift maken is leuk om diverse redenen.'..

Vijf jongens wilden de wereld laten zien wat ze mooi vonde. Ze kozen uit hun midden Herman de Coninck tot hoofdredacteur, en begonnen het Nieuw Wereld Tijdschrift, waarin Herman na tien jaar een voorwoord zou beginnen met de onsterfelijke zin: 'Een literair tijdschrift maken is leuk om diverse redenen.'

NWT onderscheidde zich, schrijft De Coninck, van alle andere literaire tijdschriften doordat het werd gevuld met gevraagde bijdragen, en niet met wat er toevallig in de brievenbus kwam vallen. Helaas bleef dat niet zo: 'Tien jaar later blijken de meeste literaire tijdschriften zich vernieuwd te hebben. Allemaal maken ze leuke of minder leuke themanummers. (. . .) Al deze vernieuwde tijdschriften worden er een beetje verwisselbaar door, want serieuze oeuvre-bouwers doen niet mee, die zeggen sorry, ik ben de eerstvolgende vijftig jaar met mijn oeuvre bezig. Wie je wel krijgt, in al die bladen, zijn de Anneke Brassinga's en de Atte Jongstra's, de schrijvers die graag op bestelling werken.

'Het gevolg is dat er in al die bladen geen plaats meer is voor het onverwachte, het ongevraagde.'

Dùs dondert De Coninck na tien jaar het roer achterstevoren. Terug naar de brievenbus! Trots meldt hij in de jongste NWT: 'Dit is een bij elkaar gekregen nummer, vol debuten en halve debuten'.

Lees nooit redactionele inleidingen bij tijdschriften. Ze deugen niet. Die van De Coninck, bijvoorbeeld, is gelogen. Binnenin pronkt hij met z'n debutanten, maar op de buitenkant speelt hij ouderwets op veilig: daar kondigt hij een stuk aan over Samuel Beckett, een interview met August Willemsen en een essay van Ian Buruma.

Wat wil de hoofdredacteur?

Het doet er niet toe. Literaire bladen spreken heel goed voor zichzelf. Wat moet een mens met een gelogen voorwoord als een paar bladzijden verderop een verhaal staat van Kevin Canty, dat zo duizelingwekkend eindigt:

'Hij volgde Judy's ogen: een blikken Sears-boot met daarin drie uniformen, de loketjongen met de zuurstokstrepen die de motor bediende, een parkwacht die zenuwachtig in het midden zat en de rand van de boot omklemde, en op de voorplecht, staand, een bewaker van de dierentuin in zijn rode uniform, met één voet op de zitplaats steunend, rokend, die eruitzag als een admiraal bij de Italiaanse marine, met goudgalon en eigenaardige hoed, en die met de ellebogen op zijn geheven knie naar voren leunde en naar Judy en naar Paul tuurde, en pas toen, op dat ogenblik, toen hij de dierentuinwacht een laatste trek van zijn sigaret zag nemen en daarna de peuk in het bruisende, theekleurige water zag smijten, besefte Paul hoe slecht dit allemaal ging aflopen.'

Niet alles is trouwens gelogen: NWT bevat wel verrassingen. Enkele debutanten maken inderdaad nieuwsgierig naar meer - Jos de Wit, Johan de Vos, Luc Hanegreefs, om er drie te noemen.

Maar ook met het stuk over Beckett (door Jürgen Pieters) is niets mis. Alleen al omdat het een gedenkwaardig optreden beschrijft van Joe Chaikin, die Beckett's Texts for nothing leest. Chaikin lijdt sinds een hersenbloeding aan afasie: 'Zingen is het niet, spreken nog veel minder (. . .), maar nooit werd beter duidelijk waar het Beckett met woorden om te doen is. ''All is noise'' staat er ergens in de Texts.'

'Over popmuziek valt veel te zeggen, maar dat is nog nauwelijks gebeurd.'

Wéér zo'n voorwoord. De redactie van Hollands Maandblad heeft veertig jaar op de maan geleefd, maar is nu afgedaald om een dubbelnummer te maken over popmuziek. Een themanummer van het soort waarop De Coninck voor de gelegenheid is uitgekeken (in mei/juni had NWT nog een 'Zuidafrikanummer').

Het voorwoord van Hollands Maandblad is geval niet gelogen. Het zet, helaas, de toon voor een hele reeks artikelen van het soort dat een mens bedenkt als hem gevraagd wordt: 'Stel je moet een literair themanummer maken over popmuziek. . .'

Wie vraag je voor zo'n nummer? Maarten 't Hart, René Boomkens, Thomas Verbogt, Karin Spaink, A.H.G. Rinnooy Kan, Sjoerd de Jong. Oubollig, is een wat vriendelijke benaming voor wat de meesten met het thema doen ('Vraag: waarom wordt van een optreden van Normaal in Deventer makkelijk gezegd dat het ''de lastige jongeren van de straat houdt'', terwijl van een optreden van Chailly en het Concertgebouworkest nooit wordt beweerd dat het die ouwe taarten en tweemaal gescheiden mislukte opvoerders uit Buitenveldert en de Rivierenbuurt nuttig bezighoudt?').

Yang heeft geen voorwoord. Alleen een klein voorafje, een stukje tekst uit een boek van Pol Hoste dat niks met de rest van het nummer te maken heeft. Yang begint meteen met een prachtverhaal van de zwarte Amerikaanse schrijver John Edgar Wideman ('een Toni Morrison van het andere geslacht') - over zijn broze moeder, en over zijn broer die gevangenisarmen heeft. Dit verhaal, de foto's van de oude vrouw erbij, en de gedichten van Wang Jiaxin, geven Yang vleugels - sterk genoeg om ook essays mee te sleuren, die gaan over zaken als 'Het oncomponeerbare gedicht', een 'afrekening met Nietzsche', New Historicism, en Maurice Scève.

Michel Maas

Nieuw Wereld Tijdschrift. ¿ 13,50.

Hollands Maandblad. ¿ 12,50.

Yang. ¿ 17,-.

Meer over