'Leerlingen die meepraten over docenten is toch normaal?'

Waarom bent u docent geworden? Wat vindt u zo belangrijk aan uw vak en hoe denkt u dat u overkomt bij leerlingen?...

Van onze verslaggeefster

Jeannine Westenberg

ZEIST

Op de meeste middelbare scholen in Nederland hebben leerlingen geen inspraak bij het aanstellen of beoordelen van leraren. Op De Breul is dat anders. Daar is 'de VLIB', oftewel de Vertegenwoordiging van Leerlingen in de Benoemingsprocedures, zoals het orgaan voluit heet, al bijna twintig jaar een begrip.

De VLIB wordt betrokken bij alle sollicitatieprocedures. Maar daar blijft het niet bij. Na een half jaar houden de leerlingen een enquête in drie klassen waarin de nieuwe docent lesgeeft. Leerlingen mogen dan hun mening geven over de desbetreffende leraar. Aan de hand van de ingevulde vragenlijsten schrijft de VLIB een voorlopig advies. Na een jaar volgt een tweede enquêteronde in dezelfde klassen. Dan wordt een definitief advies geschreven. Mede aan de hand van dit advies bepaalt de schoolleiding of de docent een vaste aanstelling krijgt.

'Het is toch heel normaal dat leerlingen mogen meepraten over een docent? Zij krijgen het meest te maken met zo'n man of vrouw', zegt de vijftienjarige Linda Molenaar. Marloes Karreman, achttien jaar, valt haar bij. 'Een leraar kan veel invloed hebben op je leerprestaties door de manier waarop hij de stof uitlegt. Daarom vind ik dat leerlingen inspraak moeten hebben.' Molenaar en Karreman zijn lid van de VLIB.

Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) vindt ook dat leerlingen moeten kunnen meepraten over docenten. Het LAKS vindt dat alleen leerlingen kunnen beoordelen of de lessen duidelijk en boeiend zijn, of de docent beschikt over voldoende inlevingsvermogen en of hij de mening van leerlingen respecteert.

'Soms wordt de beoordeling overgelaten aan de schoolleiding of mededocenten die een keer achter in de klas gaan zitten. De les wordt door hun aanwezigheid zo beïnvloed, dat goed beoordelen onmogelijk is', zegt het comité.

Het LAKS schreef onlangs een boekje over het project Leerlingen Evalueren Docenten om middelbare scholieren aan te zetten tot het invoeren van een inspraaksysteem op hun school. In het boekje is een vragenlijst opgenomen die is ontwikkeld aan de Universiteit Utrecht en waarmee leerlingen onderzoek kunnen doen naar het gedrag van docenten in een klas.

Op De Breul hebben ze hun eigen vragenlijst opgesteld. 'En daar gaan de leerlingen heel serieus mee om', meent Molenaar. 'Ik heb nog nooit meegemaakt dat er in een klas een sfeer bestond van: wij zorgen er wel voor dat die leraar weggaat', zegt ze. 'Bovendien zijn er twee VLIB-leden bij als de lijsten worden ingevuld. Als we merken dat iemand in een minuut klaar is met de enquête, tellen we die lijst natuurlijk niet mee.'

Niet alle sollicitanten zijn gecharmeerd van het VLIB-systeem op De Breul. Toen er onlangs een nieuwe rector werd gezocht, haakten enkele kandidaten af toen ze hoorden dat leerlingen vragen mochten stellen tijdens het sollicitatiegesprek.

'We hebben ook wel eens een lerares gekwetst met ons advies', vertelt Marloes Karreman. 'Dat was iemand die van zichzelf dacht dat ze heel goed lesgaf. Dat was ook wel zo, maar we hadden nog wel wat kritiek. Ze was helemaal ontdaan en vroeg hoe dit nu kon gebeuren. Toch heeft ze er iets aan gedaan om haar lessen te verbeteren.'

Lerares Duits Hilde Maij is in maart begonnen op De Breul. Ook zij kreeg te maken met vragen van leerlingen tijdens haar sollicitatiegesprek. 'Ik merkte wel dat ze het gesprek goed hadden voorbereid. Ze kwamen met heel gerichte vragen.' Maij vindt het 'niet meer dan normaal' dat leerlingen een stem krijgen in het aanstellen van docenten. De enquête die over een half jaar over haar wordt gehouden, vindt ze 'erg spannend'. 'Ik hoop dat ik dan uit de voeten kan met hun kritische opmerkingen.'

Nog nooit is een docent vertrokken alleen omdat de VLIB een negatief advies gaf. 'Maar meestal komt de mening van de VLIB en de schoolleiding over een docent wel overeen', vertelt Marloes Karreman.

Meer over