Leerling verdient het met respect te worden benaderd

Maria Montessori zou zich in haar graf omdraaien als ze het artikel 'Leve Socrates, weg met Montessori' van Ralf Bodelier (Forum, 16 juli) voorgeschoteld had gekregen....

Bodelier maakt een heel grof onderscheid tussen romantische en verlichte onderwijsmethodes. De romantische zou staan voor vrijheid, zelfstandigheid, Montessori, studiehuis, plezier op school. De verlichte stelt de leerstof voorop met de docent als vakspecialist die de kennis aanreikt.

Hij heeft inderdaad heimwee naar de hbs en tussen de regels door lees ik dat het beter is als de leerling niet ál te centraal staat op school. Hard werken en niet zeuren; de docent giet de kennis wel naar binnen.

Het streven naar vrijheid en zelfstandigheid in het onderwijs zou congruent zijn aan kreten als 'durf jezelf te zijn' en dat klinkt volgens Bodelier 'prettig SBS 6-achtig.'

Ik nodig hem van harte uit om op onze prettige SBS 6 Montessori-school te komen kijken. Hij zal daar zien hoe mijn verlichte collega's steeds bezig zijn leerlingen uit te dagen door middel van de leerstof. Ze leunen niet achterover tot er een leerling komt die zegt: 'Ja, nú ben ik er aan toe om te weten waar Kosovo ligt'

Verder accepteren ze dat leerlingen allemaal verschillende individuen zijn; dat ze met respect benaderd dienen te worden. Ze worden niet 'zelfstandig geacht', zoals Bodelier veronderstelt; ze worden gestimuleerd om actief hun eigen leerproces aan te pakken en te leren van hun gemaakte fouten.

In een systeem waar de leerstof te centraal staat, wordt de leerling als mens vaak niet opgemerkt. Dat werkt matheid in de hand. Leren in vrijheid is géén laissez faire methode!

OOSTERBEEK

Marieke Doomen

Fataal

Ralf Bodelier kiest duidelijk de kant van de verlichte methode in het onderwijs, dat wil zeggen de door de docent geïnitieerde wijze van leren. De romantische methode, door hem gezien als de methode van de beleidsmakers van het ministerie van Onderwijs, zou aanmerkelijk minder resultaten opleveren.

Natuurlijk hebben al onze generatiegenoten heimwee naar de hbs, maar door de sterk veranderende informatiesamenleving zullen we er niet onderuit komen ons onderwijssysteem daaraan aan te passen. Sterk frontaal, docentgestuurd onderwijs, mag weliswaar in het huidige onderwijsstelsel goede resultaten opleveren, maar doodt aan de andere kant ook de creatievere inbreng van leerlingen in het leerproces.

Wel ben ik het met Bodelier eens dat we niet van leerlingen van vijftien, zestien jaar mogen verwachten dat ze in vrijheid en geheel zelfstandig tot betere leerprestaties zullen komen. Daarnaast is het beheersen van vaardigheden zonder kennis net zo fataal voor een samenleving als het bezitten van kennis zonder vaardigheden.

Een verstandig ingesteld management op een school voor voortgezet onderwijs zal dus daarom kiezen voor de gulden middenweg. Wanneer we op school in staat zijn de leerlingen zover te krijgen dat ze zich met wat meer vrijheid en met zelfstandiger werkvormen 25 procent van de leerstof eigen kunnen maken en we de rest van het curriculum docentgestuurd laten, lijkt de onderwijsverandering in de tweede fase een kans van slagen te hebben.

Hopelijk beseft de nieuwe minister van Onderwijs (hopelijk geen PvdA'er) wel dat onderwijsvernieuwingen niet budgettair neutraal kunnen verlopen.

HOEK VAN HOLLAND

C. G. van der Pol

Woordenboek

In zijn bijdrage aan de serie 'Heimwee naar de hbs' (Forum, 23 juli) plaatst Willem Smit leervaardigheid tegen vakinhoudelijke materie. De algemene vaardigheden zijn in het betoog van Smit wel erg algemeen: lezen en onthouden. Elk vak heeft zijn systemen van problemen oplossen, onderzoeken, gegevens verwerken en tot een conclusie komen. Vaardigheden zijn dus vaak vakgebonden. Iets opzoeken in een woordenboek is een andere vaardigheid dan een plaats opzoeken in een atlas.

De docenten leren de leerling dus niet alleen opzoeken, maar ook het specifieke gebruik van handboeken voor een bepaalde discipline en met een duidelijk doel. Wel wordt er meer tijd ingeruimd voor het leren opzoeken dan voor het leren van feiten. Maar dat is voor bijvoorbeeld aardrijkskunde bijna een noodzaak gezien de continu veranderende landsgrenzen.

De in de tekst van Smit genoemde vaardigheden zijn mijns inziens veel te individueel en cognitief van aard: onthouden, associëren, generaliseren. Er zijn ook vaardigheden als discussiëren, debatteren, brainstormen, een experiment uitvoeren, observeren, vragen stellen. En dan is het minder voor de hand liggend dat deze schoolse vaardigheden het best tot hun recht komen op het terrein van kennis.

De scheiding kennis en vaardigheden is bovendien wat extreem doorgevoerd. Het lijkt nu of de docent óf aan vaardigheden werkt óf aan kennis. De communicatieve methode die voor moderne vreemde talen gebruikt wordt, toont aan dat het oefenen in dialogen sneller leidt tot leerwinst dan wanneer eerst grammatica en idioom geleerd wordt. In deze communicatieve methode wordt gedurende de vaardigheden stil gestaan bij standaardzinnen, idioom en grammatica.

DEN BOSCHArjan Broere

Denkfouten

Hans Wansink opende zaterdag 4 juli het debat 'Heimwee naar de hbs'. Zijn aanpak waarin hij begint met de boeiende periode eind vorige eeuw toen de hbs en de mms werden opgericht, begint veelbelovend. Uiteindelijk is het jammer dat niet geheel duidelijk wordt welk punt hij wil scoren.

Daarbij bevat zijn redenering twee denkfouten. De eerste is dat succes van het onderwijs afgemeten lijkt te worden aan het aantal Nobelprijswinnaars, een redenering die ook gebruikt wordt om vrouwen uit de universiteit te weren.

Niet alleen hangt het winnen van een Nobelprijs van een aantal toevalligheden aan elkaar, ook kan men die prijzen slechts in een zeer beperkt aantal disciplines winnen en tenslotte gaat het dan nog maar om een enkele persoon van de 16 miljoen Nederlanders waar het onderwijs voor bedoeld is. Onderwijs is succesvol als al die 16 miljoen een behoorlijk kennisniveau hebben gekregen, greep hebben op hun eigen leven en inderdaad het leuk vinden om te leren en te blijven leren.

De tweede denkfout is dat als de maat voor succes dan die Nobelprijs zou zijn geweest het onderwijs van die tijd dan ook het juiste onderwijs zou zijn.

Het ligt veel meer voor de hand dat de voorsprong die Nederland in het begin van deze eeuw leek te hebben op het gebied van onderwijs allang ingehaald is door andere landen. Dit betekent dus niet dat het niveau van het onderwijs in Nederland achteruit is gegaan, maar dat het niveau van het onderwijs in andere landen nu hetzelfde is als in Nederland. Het is maar de vraag of het niveau met de herinvoering van het programma van de hbs omhoog zou gaan.

Er zijn heel veel redenen om het vakkenpakket van het voortgezet onderwijs tot het laatst toe breed te houden, maar de redenen die Wansink aangeeft behoren daar niet toe.

HAARLEM Barbara van Balen

Meer over