Leerdam tussen kunst en vormgeving

Een lange rij knal-oranje vaasjes vangt bij binnenkomst direct de blik van de bezoeker van het Glasmuseum in Leerdam. Ze zijn door vooraanstaande ontwerpers gemaakt ter ere van blijde gebeurtenissen in het koningshuis....

Het jongste exemplaar in de rij is het 'Amaliavaasje' van Menno Jonker. De bekendste glasfabriek van Nederland voert dan ook het predikaat 'koninklijke' in haar naam: '

Royal Leerdam'. Zo heet ook de overzichtstentoonstelling die het Glasmuseum presenteert ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan van de fabriek.

Dat Leerdam in de kunstwereld aanzien heeft verworven, is te danken aan de medewerking van belangrijke ontwerpers en glaskunstenaars. Als huisontwerpers figureerden er onbetwiste grootheden als Andries Copier (1901-1991), Willem Heesen (1925) en Floris Meydam (1919). Naast deze vaste ontwerpers strikte de fabriek regelmatig grote kunstenaars voor kortstondige samenwerking. Zo staat op de tentoonstelling de geraffineerde zeegroene kristallen facetten-vaas die Frank Lloyd Wright in 1928 voor Leerdam ontwierp. Die was eigenlijk bedoeld voor de Amerikaanse markt, maar was te bewerkelijk voor machinale productie. Dus zijn er maar weinig van gemaakt.

Nog ingewikkelder was eerder het zeshoekige geelgroene persglazen ontbijtservies van architect Henrik Berlage en Piet Zwart uit 1923. Dat was technisch zo moeilijk uitvoerbaar, dat het zelfs nooit in productie is genomen. Een beetje in vergetelheid geraakt is het werk van Leerdams eerste echte grootheid: K. de Bazel (1869-1923), van huis uit architect. Van hem is fragiel glaswerk te zien uit de jaren tien van de vorige eeuw, dat dankzij de gestapelde ringen in kelken en benen direct raakt aan de toen in opkomst zijnde art deco.

Leerdam gebruikt deze overzichtstentoonstelling om Siem van der Marel (1944), de huidige hoofdontwerper, in het zonnetje te zetten. Van de Marel meldt zelf in een toelichting dat hij liever goede ontwerpen maakt die geschikt zijn voor machinale productie voor een breed publiek, dan unica uit te denken. Dat principe onderscheidt zijn werk duidelijk van dat van zijn illustere voorgangers: Van der Marel is een industrieel ontwerper, terwijl Copier en Heesen daadwerkelijk toegepast kunstenaars zijn.

Van der Marels aardigste werk zijn in serie vervaardige, thematische siervoorwerpen, doorgaans voorzien van heldere kleuraccenten. Zo is er een in kleine oplage gemaakte serie Touch of Eternity uit 1997, bolvormige kristallen amforen met een stopje erop, versierdmet strepen, luchtbelletjes en flarden kleur. Er zijn negen 'Memories of the 20th Century' uit 1999, in komvorm geblazen kristal, verschillend gedecoreerd.

Uit 2003 stamt een aantal anekdotische kommen, gepireerd op beroemde schilderijen. Een 'Melkmeisje': een kom met flarden okergeel en helderblauw, zoals de kleren van Vermeers melkmeisje. En een 'Winterlandschap met schaatsers' waarin Avercamps mensjes zijn aangeduid als zwarte vlekken in heldere kristal.

Maar hoe interessant Van der Marels werk ook is, dit soort overzichtstentoonstellingen leidt steeds tot de dezelfde conclusie: Copier is in Nederland de grootste meester van de glaskunst. Hij is de enige wiens werk nooit verveelt of gedateerd raakt, of het een unica is of een glasservies voor de fabriek.

Meer over