Columnmartin sommer

Leden van de Staten-Generaal, er heerst een morose stemming in ons land

null Beeld

Leden van de Staten-Generaal,

Zoals hij zelf heeft gezegd, wil premier Rutte elke seconde, elke minuut en elk uur van zijn tijd aan de formatie besteden. Nu ook minister Kaag is weggevallen, heb ik bij hoge uitzondering de vrije hand in de Troonrede gekregen. Ik val met de deur in huis, want Wij hebben maar negenhonderd woorden gekregen.

In ons land heerst een morose stemming. Dit land kan helemaal niets, hoor ik bij werkbezoeken. Hooggeplaatste personen, onder wie Herman Tjeenk Willink, klagen op televisie dat de overheid al twintig jaar niets noemenswaardigs heeft gepresteerd. In verband met de ministeriële verantwoordelijkheid zal ik er het zwijgen toe doen. Wel vraag ik me af of deze mistroostige taxatie ook iets zegt over degene die het oordeel uitspreekt. De verwachtingen zijn klaarblijkelijk hooggespannen – en hoge verwachtingen willen nog weleens leiden tot diepe teleurstellingen.

Deze week besloot Tata Steel de productie drastisch te vergroenen. Dit nadat de staatssecretaris had gezegd dat er ‘geen toekomst’ is voor Tata als het niet snel beter wordt. Ik heb Tata bezocht; mooi bedrijf, parel van de IJmond, goed voor de werkgelegenheid.

Altijd goed als het minder vies kan, al dacht ik er wel bij dat er veel en snel beloofd is. De komende jaren zal er weinig veranderen, en wanneer er staal gaat worden gemaakt met groene stroom weten we al helemaal niet. De gewekte verwachting zal weldra een teleurstelling baren, maar niemand durft dat te zeggen.

Voorheen klaagden politici op het paleis nog weleens over de burgerij. Ze spraken van nimby-burgers, alleen maar geboeid door hun eigenbelang. Thans zie ik politici die hunkeren naar de goedkeuring van het volk. Deze week laaien de emoties weer hoog op vanwege de vaccinatie-app. Ooit was inenting iets waarover niemand zich druk maakte. De anderhalve gereformeerde die niet wilde, lieten we schouderophalend langs de kant staan. Nu is het een gekrakeel van jewelste over vrijheid en grondrechten en de integriteit van het lichaam. En de minister stelt zich bijna schuchter op omdat er helaas weer iets naars moet gebeuren.

Zo hebben we een overheid die permanent onderpresteert en onderwijl de burgerij bruuskeert. Dat chagrijnige oordeel komt niet uit de lucht vallen. Politiek op grond van oude ideologie is dood, daar hoef je niet voor naar een CDA-congres. Daarvoor in de plaats is de politiek van de grondrechten gekomen, die ook steeds meer afdwingbaar werden. Herman Tjeenk Willink onderstreept ook in zijn nieuwe boekje Kan de overheid crises aan? weer dat ook de sociale grondrechten er niet voor niets zijn. Werkgelegenheid, voldoende woningen, onderwijs, gezond leefmilieu en ontplooiing – allemaal de verantwoordelijkheid van de overheid. Vroeger zeiden de middenpartijen dan met de oude Drees dat ‘niet alles kan, en zeker niet alles tegelijk’. Dat is gezien het aantal zetels in het midden geen overtuigende optie meer. Rechten moeten kunnen worden uitgeoefend, en als dat niet lukt, volgt op zijn minst een slecht humeur.

Men spreekt wel van de ‘politiek van de erkenning’. Niet alleen grondrechten moeten worden gegarandeerd. Koningin Beatrix sprak al in 1995, bij gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de bevrijding, over ‘onze grootste zorg, de erkenning en waardering die elk mens verdient. Dat is nu het beginsel van het eerste artikel van de Grondwet.’ Iets minder koninklijk gezegd: het is een grondrecht om jezelf te kunnen zijn, of te worden wie je bent. En de overheid moet daarvoor zorgen.

Mijn moeder kon het mooi zeggen. Maar de politiek is door deze vrijheidsopvatting wel voor een onmogelijke opdracht geplaatst. Wie anders dan jijzelf kan uitmaken of je wordt gewaardeerd dan wel achtergesteld? De overheid staat niet alleen garant voor de gelijke behandeling, maar pretendeert ook gevoelde kwetsuren weg te nemen. Ik sprak laatst een wethouder die vond dat ook haar kleine gemeente aan de IJssel zich moest inzetten om de pijn van de slavernijgeschiedenis weg te nemen. Dat lijkt mij veel gevraagd voor een kleine gemeente aan de IJssel.

De ‘politiek van de erkenning’ is tot mislukken gedoemd. De dorst naar waardering, liefde en respect is onlesbaar. De overheid is voor die taak bij uitstek ongeschikt. Zij kan immers juist niet in alle behoeften voorzien, maar moet knopen doorhakken, nee verkopen. Of in de befaamde woorden van wijlen topambtenaar Alex Geelhoed: de overheid neemt geen pijn weg, maar voegt leed toe. Wie denkt dat het anders kan, organiseert onvrede.

In dit patroon past dat de rechter de poort van het Binnenhof steeds dichter nadert. Maandag stond in de krant dat de Stichting Rookpreventie Jeugd via de rechter wil afdwingen dat de overheid het roken actiever gaat bestrijden, ‘want zo schiet het niet op’. De taal van de juridisering is de taal van de grieven: mij is iets aangedaan en de rechter moet dat goedmaken. Als kroonprins leerde ik van de historicus H.L. Wesseling dat de functie van de politiek van dit alles het tegenovergestelde is: om de vrede te bewaren moeten we onze particuliere hartstochten en grieven overstijgen, en dat kan alleen maar als we komen tot gedeelde feiten en oordelen op een hoger plan.

Leden van de Staten-Generaal, wat betreft het nationale humeur ziet het er in de formatie niet florissant uit. Wij wensen de heer Remkes veel wijsheid en Gods zegen toe.

Meer over