Lebed terug als kandidaat-sterke-man

Oud-generaal Lebed is bereid premier Poetin op te volgen om de problemen op de Kaukasus op te lossen. In Siberië heeft de 'sterke man' het echter moeilijk....

Als het doek in de stadsschouwburg omhoog is gegaan en het volkslied heeft geklonken, stapt Aleksandr Lebed uit de coulissen naar voren. Het hoort bij zijn werk als gouverneur om de provinciale elite op een feestdag als deze toe te spreken. Hij loopt kaarsrecht, de armen strak langs zijn zware lichaam, en laat zijn raspende stem door de zaal rollen. Ondanks zijn donkerblauwe pak is het nog altijd alsof er een generaal staat die zijn troepen appèl afneemt.

Ruslands bekendste houwdegen vertrok al meer dan een jaar geleden naar de verre Siberische provincie. Maar in tijden als deze, als het land in de greep van de chaos lijkt te raken, wordt zijn naam weer genoemd. Lebed is immers de man die in afgebeten zinnen duidelijk kan maken hoe hij recht en orde in het land wel even zal herstellen. Hij is de held van de gewone man die alle politici beschouwt als schurken.

Maar Krasnojarsk dreigt het bewijs te worden dat de problemen in Rusland niet met Lebeds ijzeren hand vallen op te lossen. Tijdens de gouverneurscampagne beloofde de generaal dat hij de achterstallige lonen binnen drie dagen zou uitbetalen ('ik weet waar het geld ligt'), en dat buitenlandse investeerders op zijn aanraden anderhalf miljard dollar in de provincie zouden steken. In plaats daarvan daalde de levenstandaard en kwam de provincie op de rode lijst terecht van de krediettaxatiemaatschappij ICBA.

De problemen in Krasnojarsk zijn een afspiegeling van die in de rest van Rusland. De provincie - 'vier keer zo groot als Frankrijk', mag de gouverneur graag zeggen - is bedekt met taiga en toendra, maar daaronder liggen rijke reserves goud, nikkel, bauxiet en kolen. Lebeds probleem is dat de zakenelite zich tijdens de privatisering meester heeft gemaakt van die reserves en de opbrengsten wegsluist naar buitenlandse banken. Zijn veldtocht tegen 'de criminelen', zoals hij ze noemt, is ontaard in een uitputtingsslag. Het leven van de Siberiërs die hun hoop hadden gevestigd op de generaal, is ondertussen nog net zo moeilijk als voor zijn aantreden.

Lebed gedraagt zich echt als een generaal op oorlogspad: hij eist gehoorzaamheid van zijn ondergeschikten, geeft ultimatums en neemt alleen genoegen met capitulaties. Het resultaat was ernaar. Binnen een jaar versleet hij meer dan twintig vice-gouverneurs en had hij ruzie met de halve provincie. 'Hij is een veroveraar, geen regeerder; een commandant, geen bestuurder', oordeelt politiek analist Nikolaj Petrov in zijn boek over het gouverneurschap van Lebed.

De gouverneur heeft in de plaatselijke aluminiummagnaat Anatoli Bykov een machtige vijand. Bykov, een ex-bokser die beter bekend is als Tolja Byk, stichtte begin jaren negentig met een aantal sportgenoten het bedrijfje Droom BV. Naar verluidt schakelde hij zijn concurrenten met hardhandige methodes uit, en al gauw had hij een groot deel van de industrie van Krasnojarsk onder zijn hoede. Lebed stuurde een speciaal onderzoeksteam op hem af, en kreeg genoeg bewijs in handen om hem door de plaatselijke procureur aan te laten klagen wegens medeplichtigheid aan moord en verduistering. Bykov vertrok 'voor medische behandeling' naar het buitenland (hij is pas gesignaleerd in Joegoslavië), maar zijn invloed in Krasnojarsk is nog groot.

Lebeds vijanden beschuldigen hem van terreur. 'Hij is nog erger dan Pinochet', zegt Viktor Zoebarev, leider van de partij 'Sterke Streek', lid van het regionaal parlement, voorzitter van de Associatie voor het Kleinbedrijf en ex-bokser. 'Lebed probeert de controle over de industrie te veroveren om fondsen zijn verkiezingskas te kunnen vullen. Wie protesteert, wordt van iets beschuldigd. Wij zijn bang.'

Lebeds levert nu slag om de Atsjinsk aluminium-conglomeraat, een industriële gigant met 11 duizend arbeiders op tweehonderd kilometer van de provinciehoofdstad. Door de rechtbank, een mediacampagne, dreiging met arrestaties en ten slotte de oproerpolitie heeft de gouverneur de vijand voorlopig verjaagd. Volgens Lebed verdient het bedrijf tientallen miljoenen dollars met de export van aluminium, maar heeft Bykov het geld met een juridische kunstgreep weggesluisd naar brievenbus-BV'tjes over de grens. Zijn mannen, ongure types in leren jekkies, posten nog altijd voor de poort van de fabriek. Binnen, in de directiekamer, slaakt Sergej Banderenko een zucht over 'de onverklaarde oorlog' om zijn conglomeraat. 'De gouverneur is een man met een ijzersterke wil. De financiële groepen zijn alleen maar uit op winst, hij eist dat er ook belasting wordt betaald.'

Staatscontrole is noodzakelijk, vindt de generaal. Niet omdat hij zijn verkiezingskas zo wil vullen, maar omdat schimmige nieuwe eigenaren de bedrijven uitmelken en de provincie oplichten. 'Rusland is ver verwijderd van de perfecte markteconomie,' verduidelijkt Lebeds chef economie Svjatoslav Petroesjko. 'Het is in onze situatie niet zo belangrijk of een bedrijf van de aandeelhouders is of van de staat; het gaat er vooral om dat de eigenaar integer is.'

Lebeds populariteit onder het voetvolk is niet verminderd door het gebrek aan resultaat. Krasnojarsk vertrouwt de generaal als hij zegt dat hij voor hun banen tegen de criminelen vecht. 'Een Rus met meer charisma dan Lebed moet nog worden geboren,' zegt politiek analist Vladislav Sjirokov. 'Buiten Krasnojarsk is hij een beetje vergeten. Maar Lebed kan zijn populariteit terugwinnen wanneer hij maar wil.'

Meer over