Lauw Indiaas

Eigenlijk hadden we naar een Gauchos-restaurant willen gaan om een sappige, zware, bloederige Argentijnse biefstuk te verschalken. Leuk gebaar richting Máxima en lekker tegen de publieke opinie in die de vleeseter zo'n beetje tot paria heeft verklaard en de vegetariër tot heilige....

Het punt is alleen: hij heeft natuurlijk gelijk. De manier waarop wij onze dieren volpompen en leegmelken heeft weinig verheffends, en de laaghoofdigen die nog steeds bij Arie de Knaller in de rij staan om zo goedkoop mogelijk een kilo gehakt te scoren, dwingen ook niet meteen gevoelens van diep respect af. Los daarvan is vorige week op deze plek een plechtige belofte gedaan, namelijk dat de Uitspanning vegetarisch eet zolang de crisis duurt. Maar dat is ook weer zo dubbel. Of, zoals Máxima met haar liefste lachje en een schuin hoofdje zou zeggen: 'Dat ies wel een beetsje hypocriet'.

Wie op zoek gaat naar een oprecht diervriendelijke keuken, eindigt onherroepelijk bij de Indiër. Daarom past hier een voorspelling: de Indiase keuken wordt hot, in de zin van hip (cool, tof, vet). Hoe meer beesten eindigen in de grijper, hoe harder de consument op zoek gaat naar vegetarische alternatieven. En de Indiase keuken is van oorsprong vegetarisch. In India krijgt een koe geen pin door de kop, ze wordt er op handen gedragen.

We gaan het helemaal netjes doen, en zoeken in de Eko-gids Fijnproevers van Platform Biologica naar een Indiaas restaurant dat voor de weinige vleesgerechten ook nog eens gebruik maakt van biologisch vlees. De gids verwijst ons naar Ajanta in Utrecht. Ajanta, tegenwoordig ook met vestiging in Zeist, is bijna twintig jaar geleden opgericht door Rag Kohli: een zachtmoedig type met een vriendelijke oogopslag, volgens zijn foto.

Ajanta is gevestigd in een van de Werfkelders waar Utrecht beroemd om is. Boven, aan de gracht, lokt een bord passanten omlaag met de vermelding dat beneden 'b.d.-vlees' verstrekt wordt. Of die passanten allemaal weten dat met b.d. biologisch-dynamisch wordt bedoeld, en dat dus sprake is van vlees dat tot stand is gekomen met inachtneming van de ideeën van de antroposoof Rudolf Steiner, lijkt ons onwaarschijnlijk; maar het restaurant zit wel barstensvol.

Zoals bijna alle Utrechtse Werfkelders maakt Ajanta op het eerste gezicht een enigszins bedompte indruk. Van de inrichting moet het gedeelte waar wij zitten het ook niet direct hebben; maar achter een gordijn bevindt zich een andere, 'authentiek Indiase' ruimte, met lage tafeltjes en kussens in plaats van houten stoelen. Leuk voor de volgende keer.

Een sympathiek meisje reikt menukaarten uit en raadt ons aan snel een keuze te maken: de keuken doet het nogal rustig aan. Daarna neemt ze de meegebrachte kinderen mee naar de bar, om ze met twee schrille fluitjes en een paar spekjes retour te sturen.

De uitgebreide kaart bevat, behalve veel informatie over de Indiase maaltijd, ook een noviteit: het seniorenmenu. 'Voor iedereen vanaf 60 jaar: kleinere porties voor een kleinere prijs', ofwel een driegangenmenu voor 36 gulden. We kiezen Lassan Shorba ofwel knoflooksoep als voorgerecht, omdat eigenaar Rag Kohli daarvan hoog opgaf in het eerder genoemde Eko-gidsje - de soep is gemaakt volgens een recept van zijn moeder - en laten ons verder de Jhinga Bhoena, een garnalenschotel, en de vegetarische Khatmitha Panir aanbevelen, die zich onderscheidt van de andere gerechten omdat er geen kerrie in is verwerkt. Ter smaakopwekking komen er heerlijke brosse papadams op tafel, een soort flinterdunne kroepoek van linzen, met een yoghurtsausje en cashewnootjes erbij.

De knoflooksoep is een verrukkelijke combinatie van knoflook, yoghurt, ui en gember waaraan een flinke pluk gehakte verse koriander is toegevoegd. De hoofdgerechten gaan vergezeld van verschillende schaaltjes groenten, yoghurtsaus en een ondefinieerbare kledder waarin we platgestampte linzen menen te herkennen. De garnalen zijn volledig opgegaan in een sausachtige substantie die net zo goed gevuld had kunnen zijn met kip of - vooruit - koe. De Khatmitha Panir zijn gefrituurde vierkantjes zachte kaas met een zoetzure saus, een beetje taai, maar dat heeft ook wel wat: je kan er bijvoorbeeld op kauwen, iets wat van de meeste andere gerechten niet gezegd kan worden. Die zien er al bij voorbaat behoorlijk verteerd uit. Bovendien smaakt alles door 'n eenkennig gebruik van kruiden ook nog eens min of meer hetzelfde.

We moeten de voorspelling nuanceren. De Indiase keuken in Nederland kan hot worden in de zin van hip (cool, tof, vet) als er net zoiets mee gebeurt als jaren geleden met de Chinese keuken, toen een aantal topkoks van de goedkope eenheidsworst afwilde en met succes een keten van Fine Eastern Restaurants oprichtte. Indiase restaurants met hoog niveau: Leon de Winter zal er blij mee zijn. En wij ook.

Meer over