Laten we niet alles verpesten

Natuur en milieu lijken verder weg uit onze aandacht dan ooit tevoren. Toch zou een duurzame economische ontwikkeling het uitgangspunt moeten zijn van het nieuwe regeerakkoord, vindt Herman Wijffels....

'Als je nuchter kijkt naar ons fysieke bestaan, dan is dat in al zijn vezels verbonden met andere vormen van leven. Maar juist op dat punt zitten we in de problemen, omdat we een richting zijn ingegaan waarin we die andere vormen van leven systematisch uitroeien en vernietigen. Als die ontwikkeling doorgaat, ondermijnen we op den duur de wortels van ons bestaan.'

Duurzame economische ontwikkeling, vindt Herman Wijffels, zou daarom het 'ordenende beginsel' van een volgend regeerakkoord moeten zijn. En dat meent hij écht. Natuurlijk weet ook Wijffels wel dat milieu en natuur tijdens de laatste twee verkiezingen niet bepaald boven aan de politieke agenda prijkten. Maar je kunt er, vindt hij, nu eenmaal niet vanuit gaan 'dat de grondslagen van ons industriële systeem in een paar decennia zijn aangepast'.

Daarvoor is een lange adem nodig. En wat de spiritueel geïnspireerde Wijffels zelf betreft, ook een herijking van het Verlichtingsdenken waaruit het moderne industriële systeem is ontstaan. Wijffels: 'Descartes zei: ik denk, dus ik ben. Daarmee wordt in mijn ogen de essentie van het menszijn gereduceerd tot de denkfunctie. Ons eigen lijf en de natuur worden buiten haakjes geplaatst. Dat is een mentale positie waarmee we onszelf bedriegen. We kunnen niet buiten de natuur, we zijn ervan afhankelijk en maken er deel vanuit.'

- Wat verstaat u precies onder duurzame ontwikkeling?

'Dan verwijs ik naar het rapport van de commissie-Brundtland uit 1987: we moeten onze huidige behoeften zo bevredigen dat we de mogelijkheden van toekomstige generaties niet in gevaar brengen. Dat betekent vooral dat we op een verstandige manier met natuurlijke hulpbronnen om moeten gaan. Die ecologische bewustwording begon in de jaren zeventig van de vorige eeuw met de oliecrisis en het rapport van de Club van Rome, maar is nog lang niet voltooid. Dat is in mijn ogen het belangrijkste maatschappelijke project van de komende eeuw.'

- U bespeurt ondanks de geringe populariteit van het milieu als politiek onderwerp toch vooruitgang?

'Ja, die zie je bijvoorbeeld in de nieuwe benadering van de waterhuishouding. Vroeger dachten we: we pompen het water er wel met technische middelen uit. Nu beginnen we te beseffen dat we met het water moeten meebewegen en dat er niet overal maar lukraak kan worden gebouwd.

Ook in het bedrijfsleven zijn positieve ontwikkelingen gaande. Steeds meer ondernemingen, vooral in Noordwest-Europa stellen hun jaarverslagen op volgens het triple P-principe: profit, planet and people. De financiële avonturen van Amerikaanse bedrijven als Enron en Worldcom hebben laten zien dat ondernemingen die alleen uit zijn op winstbejag de samenleving geen dienst bewijzen.'

- Duurzame ontwikkeling betekent ook vergroening van het belastingstelsel?

'We moeten de belastingen zo organiseren dat bedrijven en geëmancipeerde burgers worden geconfronteerd met de effecten van hun gedrag. Een voorbeeld daarvan is de kilometerheffing, waarvoor de SER zich unaniem heeft uitgesproken. Als de lasten die nu op het bezit van de auto drukken, worden verschoven naar het gebruik, heeft dat uiteindelijk een welvaartsverhogend effect. Voorwaarde is wel dat de maatschappelijke kosten van het autogebruik, zoals milieuschade, geluidsoverlast en de inpassing van wegen in het landschap in die rekensom worden meegenomen. Bovendien is de kilometerheffing ook een onmisbaar instrument om de schaarse wegcapaciteit goed te verdelen.'

- Uw eigen politieke partij, het CDA, denkt daar anders over. Die zegt: eerst leggen we nieuwe wegen aan. Die kilometerheffing komt later wel.

'Ik ben ook niet tegen de aanleg van nieuwe wegen. Dat kan op sommige plaatsen nodig zijn, maar je moet het ene doen en het andere niet laten. In mijn ogen is het volstrekt illusoir dat je de files in Nederland kunt oplossen met het aanleggen van nieuwe wegen. We weten toch allemaal hoe het werkt. Als je een weggedeelte driebaans maakt, verschuift het probleem naar elders. Zonder beprijzing van het weggebruik komen we daar nooit uit. Ik denk dat het goed zou zijn als de heftige tegenstellingen die hierover bestaan, de komende jaren in goede banen worden geleid. Dat noemen we in Nederland van oudsher pacificatie.'

- Nederland is vol, zo wordt gezegd. Niet alleen met mensen, maar ook met wegen, woonwijken en bedrijventerreinen.

'Er is natuurlijk een relatie tussen tussen de groei van de bevolking, ook door immigratie, en de druk op de open ruimte in Nederland. Maar als Natuurmonumenten nemen we daar geen standpunt over in. Dan zijn we binnen de kortste keren een politieke partij, terwijl wij ons vooral met het beheer en de bescherming van de natuur bezig willen houden.

Mijn eigen opvatting is dat we niet zo heel veel meer verkeerd hoeven doen om het land definitief te verpesten. Dat betekent dat we buitengewoon zorgvuldig moeten omspringen met de open ruimte die ons rest. Maar ik vind het veel te rigide om te zeggen: er mag buiten de huidige gebouwde omgeving niets meer bij. Dat werkt ook niet, want er bestaat nu eenmaal vraag naar nieuwe woningen en bedrijventerreinen. De kunst is om die stedelijke ontwikkelingen zo te organiseren dat wezenlijke elementen van het landschap worden beschermd.'

- Net als de SER pleit Natuurmonumenten de laatste jaren voor een stelsel van ruimtelijke ordening dat in vakkringen 'gebiedsgerichte ontwikkelingsplanologie' wordt genoemd. Wat betekent dat?

'De afgelopen decennia werd de toon in het ruimtelijke beleid gezet in Den Haag. Wij pleiten er voor dat het accent naar de regio's wordt verlegd. Op een aantal punten zijn er natuurlijk landelijke kaders nodig. De centrale overheid moet bijvoorbeeld een visie hebben op het vervoersbeleid en op de ecologische en economische infrastructuur. Maar verder kunnen we de inrichting van een gebied het beste overlaten aan de mensen die er wonen, werken of belangen hebben - en dat kunnen uiteraard ook natuurbelangen zijn. En dan heb ik het niet over inspraak achteraf, maar over een echte wisselwerking tussen burgers, maatschappelijke partijen en de lokale overheid over de vraag welke ontwikkelingen wenselijk zijn en hoe die het best met elkaar gecombineerd kunnen worden.'

- U bent op uw wenken bediend. Minister Kamp van VROM koos ook voor zo'n decentrale aanpak. Gemeenten die in het buitengebied willen bouwen, krijgen van hem ruim baan.

'In de positie die minister Kamp heeft ingenomen valt een zekere overreactie te bespeuren. Ik vertrouw er op dat het nieuwe kabinet een middenweg bewandelt. De SER heeft voorgesteld de bouwprocedures zo in te richten dat een gemeente die in de open ruimte wil bouwen dat eerst moet voorleggen aan de andere gemeenten in de regio. Als die er onderling niet uitkomen, moet de provincie de knoop doorhakken. Wat dat betreft, doen onze voorstellen dus wel degelijk af aan de onbegrensde autonomie van de gemeenten.'

- In het strategisch akkoord van het demissionaire kabinet kwamen natuur en milieu er bekaaid vanaf. Minister Veerman van Landbouw, Natuur en Visserij besloot daarna tot een investeringsstop voor nieuwe natuurgebieden.

'Dat heb ik destijds al een misser genoemd en daar blijf ik bij. Wij hebben in Nederland vastgesteld dat we een groene slinger van natuurgebieden willen door het hele land. Die hebben we nodig omdat het uitsterven van soorten anders ongehinderd doorgaat en voor het behoud van de kwaliteit van onze leefomgeving.

Maar investeren in die ecologische hoofdstructuur is in mijn ogen ook een economisch belang. Dat zie je het duidelijkst als je de zuidvleugel van de Randstad vergelijkt met Utrecht en omgeving. In de buurt van Rotterdam is het met de natuur en recreatiemogelijkheden zeer matig gesteld. Dat heeft zijn weerslag op de aantrekkelijkheid van zo'n gebied als vestigingslocatie voor bedrijven. In Utrecht zie je het omgekeerde. Daar heb je fraaie landschappen en natuurgebieden en dat zie je terug in de huizenprijzen en het vestigingsklimaat.'

- Dezelfde minister meent ook dat de boeren een veel grotere rol in het natuurbeheer moeten krijgen.

'Wij hebben als Natuurmonumenten al lang de conclusie getrokken dat we Nederland met onze middelen en mensen niet als geheel kunnen bestrijken. Als we daarbij steun krijgen van boeren, dan is die welkom. Maar in reservaatsgebieden - en die vormen toch de kern van de ecologische hoofdstructuur - is boerenbeheer ongewenst omdat agrarische productie en natuurontwikkeling meestal niet samengaan.

Daar komt nog bij dat het ook economisch onverstandig zou zijn. Een boer die zijn, zeg veertig, vijftig hectare land puur als natuur moet beheren, moet wel erg forse subsidies krijgen om te overleven. Met grote natuurbeheerorganisaties is de overheid daar uiteindelijk veel goedkoper uit.'

- Samen met, onder meer, de boerenbelangenorganisatie LTO heeft Natuurmonumenten onlangs een manifest opgesteld met een pleidooi voor forse investeringen in het landelijk gebied. Is de oude vijandschap tussen boeren en natuurbeschermers voorbij?

'Er is inderdaad een periode geweest dat er een volstrekt antagonisme bestond tussen de natuurbeweging en de landbouw, maar daar gaan de laatste tien jaar de scherpe kantjes vanaf. De invloedssfeer van de agrarische natuurverenigingen, van boeren dus die heel bewust met de natuur bezig zijn, heeft zich gestaag uitgebreid.

Daar komt nog bij dat de boeren en de natuurbeweging steeds meer op elkaar zijn aangewezen. Dat blijkt wel uit de investeringsstop voor nieuwe natuurgebieden. Die heeft voor veel boeren in de buurt van de ecologische hoofdstructuur grote gevolgen. Hun bedrijf zit feitelijk 'op slot', maar omdat ze niet meer worden uitgekocht, kunnen ze niet elders opnieuw beginnen. Steeds meer boeren gaan daardoor beseffen dat ook zij belang hebben bij een behoorlijk budget voor natuurbeleid. Dat heeft het voor de LTO een stuk gemakkelijker gemaakt samen met ons een coalitie voor het landelijk gebied te vormen.'

- U vraagt in dat manifest om een investering in het landelijk gebied van 600 miljoen euro per jaar. Dat maakt toch geen schijn van kans tijdens een formatie waarin het over giga-bezuinigingen gaat?

'Natuurlijk moeten onze wensen worden afgewogen tegen andere prioriteiten. Maar ik schaam me absoluut niet voor dat bedrag. Als we willen dat het landelijk gebied leefbaar blijft en niet ten prooi valt aan het scenario waarin het definitief wordt verpest, moeten er grote investeringen worden gedaan. Bij Natuurmonumenten kijken we trouwens ook naar nieuwe financieringsvormen om natuurgebieden aan te kopen. Misschien dat obligatieleningen een oplossing zijn. Het Nationaal Groenfonds ziet mogelijkheden om aan de provincies langjarige leningen voor de aankoop natuurgebieden te verstrekken als het rijk de rentelast voor zijn rekening zou willen nemen. Dat is een interessante suggestie. De rijksbegroting wordt er mee ontlast en er kunnen toch investeringen in natuur en landschap worden gedaan.'

- Verwacht u van de komende kabinetsformatie voor natuur en milieu een beter resultaat dan van de vorige?

'Dat zou ik wel denken ja. De context is ook wezenlijk anders. VVD en LPF hebben toen een stevig stempel op het beleid gedrukt, nu zit de PvdA aan tafel. Die kijkt toch anders tegen die onderwerpen aan.'

- Zal ook het CDA voor een andere inzet kiezen?

'Ja. Ten eerste heeft het verkiezingscongres van het CDA nadrukkelijk uitgesproken dat natuur en milieu meer aandacht verdienen in het regeringsbeleid. Ten tweede ben ik ervan overtuigd dat bewindslieden als Veerman en Van Geel er dit keer bovenop zullen zitten. En tenslotte is de demissionaire en vermoedelijk ook nieuwe premier tijdens de verkiezingscampagne in het Naardermeer geweest, de geboorteplaats van Natuurmonumenten. Die weet nu dus ook beter waarover het gaat.'

Meer over