Laten we de president naar huis sturen

ROBERT VAN GIJSSEL

Waar bleef de popmuziek na 9/11? Nee, niet de patriottistische Amerikaanse country ('we krijgen ze wel'), ook niet Bruce Springsteens abstracties over bloed, vuur, vrijheid en storm op zijn 9/11-plaat The Rising (2002). Dat werk kwam wel los. Maar waar was het kritische geluid, het protestlied dat de oorlog in Afghanistan en Irak had moeten begeleiden, zoals het eerder had geklonken bij de oorlog in Vietnam?

De mainstream hiphop, waar je wel wat maatschappijkritiek had mogen verwachten, gaf niet thuis. Zelfs New Yorkers als Jay Z en 50 Cent zwegen. Jay Z kwam niet veel verder dan een rap over Osama bin Laden, die zogenaamde grote terrorist die toch niet had kunnen voorkomen dat Jays ongelukkigerwijs op 9/11 uitgebrachte plaat The Blueprint uitstekende verkoopcijfers noteerde. Aan de andere kust van de VS smeet Snoop Dogg in een clip bij het nummer New York New York een paar miniatuur skyscrapers omver. 'Fuck New York, eigen schuld', dat niveau. Niets over de nasleep, botsende religies, islamfobie, de afwezige massavernietigingswapens, het grote sterven in Irak.

De stilte moet hebben gevreten aan Neil Young. Moest hij dan weer? Moest de oude baas zich boos maken, terwijl hij zich de laatste decennia net behaaglijk aan de rechterzijde van het politieke spectrum had gevleid? Neil Young, die openlijk Reagan had gesteund tot verdriet van zijn oude hippievrienden? Die in zijn biografie Shakey een isolationist en een conservatief werd genoemd door zijn vriend en manager Elliot Roberts?

Zijn meest vlammende protestlied had Young geschreven in 1970, na foto's te hebben gezien van de schietpartij op de Kent State University. Het leger had demonstranten doodgeschoten bij een vreedzaam protest tegen de Amerikaanse invasie van Cambodja. Young dichtte: 'Tin soldiers and Nixon coming, We're finally on our own. This summer I hear the drumming, Four dead in Ohio.'

In 2006 dan richtte Young zijn pijlen na 36 jaar nogmaals expliciet op het republikeinse presidentschap, op de anti-oorlogsplaat Living With War. In het meest spraakmakende lied Let's Impeach The President gaat Young weinig poëtisch tekeer: 'Who's the man who hired all the criminals? The White House shadows who hide behind closed doors. They bend the facts to fit with their new story, Of why we had to send our men to war.' En: 'Let's impeach the President for hijacking our religion and using it to get elected, dividing our country into colors.'

Het Amerikaanse icoon van de hippiecultuur keerde na 9/11 terug naar de commune. In een interview zei Young: 'Ik had gehoopt dat een jonge artiest het onderwerp zou oppakken, maar het gebeurde niet. Dus doe ik het zelf. Ik heb zo lang mogelijk gewacht.'

undefined

Meer over