InterviewHoogleraar sandra van thiel

‘Laten politici zich eerst eens goed op de hoogte stellen’

Demonstratie van gedupeerde ouders in Den Haag.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Vandaag begint de parlementaire commissie die onderzoek doet naar de problemen bij uitvoeringsorganisaties aan haar openbare hoorzittingen. Hoogleraar Sandra van Thiel is zeer kritisch: de kritiek vanuit de politiek op bijvoorbeeld de Belastingdienst is veel te gemakzuchtig.

Ze zijn er in alle soorten en maten. Van Holland Casino tot Staatsbosbeheer, van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) tot ProRail, van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) tot de Kamer voor de Binnenvisserij. Miljoenen Nederlanders werken er, iedereen heeft er vroeg of laat mee te maken en amper iemand weet echt hoe ze werken: uitvoeringsorganisaties. Al die instanties die door de burger als de overheid worden ervaren. Loketten, stemmen aan de telefoon nadat je een tijdje in de wacht hebt gestaan.

Aandacht krijgen ze alleen als het misgaat. Dan loopt het snel hoog op. In de Tweede Kamer worden maatregelen geëist. Zoals bij de Belastingdienst met de toeslagenaffaire, zoals bij het CBR dat er niet in slaagde tijdig herkeuringen te organiseren voor het verlengen van rijbewijzen. Zoals bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) dat de fraude met uitkeringen niet onder controle kreeg.

Sandra van Thiel is hoogleraar ­publiek management in Rotterdam, ze is gespecialiseerd in uitvoeringsorganisaties. De kritiek daarop vanuit de politiek vindt ze veel te gemakzuchtig. ‘Laten die zich eerst eens goed op de hoogte stellen.’ Ze behoort tot de deskundigen die de komende weken door de Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties zullen worden ondervraagd.

‘Je komt er eigenlijk dagelijks mee in aanraking. Als je een huis of auto koopt, een uitkering aanvraagt, je rijbewijs verlengt. Bij elkaar zijn ze vele malen groter dan de rijksoverheid, er gaat ook veel meer geld in om’, zegt Van Thiel. ‘De mensen beseffen niet dat het niet dé overheid is waar je dan mee te maken krijgt.’

Die uitvoeringsorganisaties vormen een divers gezelschap, met uiteenlopende rechtsvormen. Wat ze volgens Van Thiel gemeen hebben: ‘Als het misgaat, krijgen ze de schuld. Dan komen er beschuldigingen, moet de directeur opstappen en de dienst gereorganiseerd. Terwijl de oorzaak heel vaak ergens anders zit.’

Ze noemt de SVB, die in de problemen kwam door de crisis over het persoonsgebonden budget (pgb). ‘Dat was een prijswinnende organisatie. Er is niet geluisterd toen daar gezegd werd: deze opdracht is eigenlijk niet te doen. Ze moesten nieuw personeel aannemen, nieuwe procedures invoeren, callcenters en digitale systemen opzetten, gegevens aan andere bestanden koppelen. Het is geen hogere wiskunde dat zoiets misgaat als er dan geen extra geld komt.’

Ze noemt het CBR, dat de herkeuringen niet gedaan kreeg, omdat er te weinig artsen waren. ‘Er is numerus fixus voor de studie medicijnen aan de universiteiten, daar kunnen zij niks aan doen. Toch krijgt het CBR ervan langs en zijn er Kamervragen: moeten we het niet opheffen?’

Belastingdienst-affaire

Echt boos maakt ze zich over hoe met de Belastingdienst is omgegaan. ‘Er wordt nu strafrechtelijk onderzoek gedaan naar individuele ambtenaren. Dan komt bij mij de stoom uit de oren. Dat is buitenproportioneel, zoiets doe je bij zelfverrijking of corruptie, waar hier geen sprake van is.’

De politiek zou hier veel meer naar de eigen verantwoordelijkheid moeten kijken, vindt ze. ‘Daar werken mensen die graag trots zijn op wat ze doen. Dit doet heel veel met de ambtenaren van zo’n dienst. Kijk ook eens naar de negen miljoen beschikkingen per jaar die wel goed gaan.’

Dat het misging met de kinderopvangtoeslagen wijt ze aan de opdracht van de Belastingdienst. ‘Die dienst is ingericht om grootschalig en efficiënt te werken, zodat zaken gestandaardiseerd worden afgehandeld. De noden van het individu passen daar niet bij, die twee gaan niet samen. Het draait er om doelmatigheid, niet om medemenselijkheid. Dat is een gevolg van politieke druk, ontstaan na de Bulgaren-affaire: fraude accepteren we niet. En belastingambtenaren hebben weinig ruimte om per zaak een individuele oplossing te zoeken.’

Het is een terugkerend element in haar betoog: Kamerleden hebben amper kennis over hoe uitvoeringsinstanties werken, maar stellen wel extreme eisen. Vervolgens gaat de bewindspersoon doordrukken, onder het motto: ik heb het de Kamer beloofd. ‘En dan krijg je ongelukken en moet Barbertje hangen.’ Uitvoeringsinstanties brengen bij groot nieuw beleid altijd een uitvoeringstoets, maar zijn het vervolgens niet gewend op grond daarvan eventueel ‘nee’ te zeggen.

Gemakkelijk doelwit

Blijft de vraag waarom de uitvoeringsorganisaties zo’n gemakkelijk doelwit zijn. Wat volgens Van Thiel een rol speelt, is dat uitvoeringsorganisaties niet zelf contact mogen zoeken met parlementsleden, waardoor ze een minder krachtige stem hebben. Bovendien fungeren ze als afvoerputje: als het beleid niet deugt, zie je dat bij de klant aan het loket. ‘Ze vormen de stootbuffer die de klappen opvangt van burgers, ambtenarij en politiek.’

Ze wijst de verzelfstandiging van overheidsdiensten, ingezet in de jaren tachtig, aan als een van de oorzaken. ‘Toen is niet goed nagedacht over hoe je die organisaties op afstand goed aanstuurt. Ik noem dat het lege-nestsyndroom – ouders die hun rol anders moeten gaan invullen: meer op afstand, minder sturend. Dat is hier niet gebeurd. Terwijl die uitvoeringsinstanties wel de behoefte hadden zich los te maken, zich zelfstandig te laten zien. Accepteer dat het nooit perfect wordt en leer loslaten, zou ik ministeries en politiek aanraden. Zeg: dit is de taak, dit is de zak met geld, eind van het jaar wil ik horen wat je bereikt hebt. Zo moet de omgang worden.’

Relatietherapeut

Ze komt op alle ministeries en voelt zich soms een relatietherapeut. ‘Leer vertrouwen op hun expertise en professionaliteit, zeg ik dan. Ga stage lopen bij elkaar, geef een ander carrièreperspectief aan ambtenaren die de contacten met uitvoeringsorganisaties onderhouden.’

Van Thiel hoopt dat het onderzoek van de Kamercommissie ertoe zal bijdragen dat de Kamer beter naar de ­eigen informatiepositie gaat kijken: weten ze wel genoeg van de instanties waaraan ze opdrachten geven die vaak moeilijk geweigerd kunnen worden, omdat uitvoeringsorganisaties zelden in een concurrerende markt opereren. ‘Ze moeten ook oog krijgen voor de verstorende invloed van de politiek, die elke paar jaar een andere richting in wil.’

Sandra van Thiel.Beeld Erasmus Universiteit

Waarom verloopt het contact tussen burgers en overheid steeds stroever?
De reeks openbare hoorzittingen die de komende weken plaatshebben, moeten duidelijk maken waarom het contact van veel burgers met de overheid zo moeizaam is geworden. Krijgen de baliemedewerkers niet wat te weinig krediet?

Meer over