Lat mag wel iets hoger in Rotterdam

Filmfestival Rotterdam..

rotterdam In de trailer van het International Film Festival Rotterdam figureert een onbekende, fictieve regisseur die zich een hele meneer waant. ‘I’m a huge director!’, roept hij. De reden? Zijn debuutfilm is vertoond in Rotterdam, ‘where directors become big’.

Het IFFR afficheert zich sinds jaar en dag als festival voor visionaire, prikkelende en schurende film van (nog) onbekende regisseurs. Voor beloften uit alle delen van de wereld, die geen technische perfectie nastreven, maar een rauwe, rafelige kwaliteit opzoeken.

Uit overtuiging. En om de concurrentie met de festivals van Cannes, Berlijn en Venetië te ontlopen. Maar ook op dit terrein neemt de concurrentie toe. Films die vroeger hun wereldpremière in Rotterdam zouden beleven, worden nu ook uitgenodigd door de grote drie, en de festivals in Toronto en Pusan (Zuid-Korea) zijn inmiddels ook geduchte concurrenten in de zoektocht naar opwindende ontdekkingen.

Twee van de drie winnaars van de Tiger Awards, de prijzen die op het IFFR worden uitgereikt aan eerste of tweede films, gingen naar Wonderful Town van Aditya Assarat en Flower in the Pocket van Liew Seng Tat, die bij de wereldpremière op het festival van Pusan ook al in de prijzen waren gevallen. Het zijn dus geen Rotterdamse ontdekkingen, de Tiger-jury onder leiding van de Iraanse filmmaker Jafar Panahi heeft het reeds herkende talent alleen maar kunnen bevestigen.

Interim-directeur Rutger Wolfson ziet het probleem niet. ‘Er zijn in Rotterdam wel eens eerder films bekroond die elders al prijzen hadden gewonnen.’ Het aanzien van de Rotterdamse prijzen – 15 duizend euro en uitzending op televisie door de VPRO – wordt onderschat, meent Wolfson, vooral in Nederland. Het is voor David Verbeek, wiens Shanghai Trance buiten de prijzen viel, te hopen dat Wolfson gelijk heeft, en dat ook selectie voor de Tiger-competitie nog steeds deuren opent.

De Tigers werden dit jaar redelijk gewaardeerd door het publiek. Op de vierde plaats in de Publieksprijs eindigde Cordero de Dios, het speelfilmdebuut van de Argentijnse Lucía Cedrón waarmee het festival tien dagen gelden opende. Het Deens debuut Go with Peace Jamil van Omar Shargawi – de derde winnaar van een Tiger Award – eindigde op de 26e plaats.

Persepolis werd zaterdagavond bekroond als winnaar van de Publieksprijs. Met een gemiddelde van 4,5971 (op een schaal van 1 tot 5) bleef de Franse animatiefilm het Braziliaanse Estômago - A Gastronomic Story van Marcos Jorge en de Rotterdamse documentaire 2km2 – Het heden van de stad van Carel van Hees en André van der Hout ruim voor.

De makers Marjane Satrapi en Philippe Paronnaud waren niet naar Rotterdam gekomen om hun prijs in ontvangst te nemen. Tot leedwezen van de filmpers, die moppert over de afwezigheid van grote namen.

Helemaal terecht is dat niet. Ook dit jaar liepen er in Rotterdam weer regisseurs rond van naam en faam: van Tsai Ming-liang en Hou Hsiao-hsien tot Ulrich Seidl, Darezhan Omirbaev en Aleksandr Sokoerov (die in een openbaar interview verklaarde dat de filmkunst niet in de schaduw van de literatuur kan staan).

Het grote publiek lijkt het nauwelijks te deren dat regisseurs als Todd Haynes (I’m Not There) en Jason Reitman (Juno) een maatje te groot zijn voor Rotterdam. Dat vraagt de makers van onvolmaakte debuten ook het hemd van het lijf na afloop van de voorstelling. In Rotterdam kan iedereen, zoals de trailer laat zien, zich een maestro voelen.

Er werden deze editie 355.000 bezoeken afgelegd; een lichte daling ten opzichte van 2007 (367.000 bezoeken). Dat die bezoekers niet alleen voor hits en kaskrakers komen, illustreert de unieke positie van het Rotterdamse filmfestival in het Nederlandse filmlandschap.

Het schept ook verplichtingen. Het avontuur en de sensatie van het onbekende mag niet al te vaak in mineur eindigen. De kwaliteit mag soms best wat hoger; dan maar een film programmeren die een jaar eerder al op het festival van Berlijn te zien was in plaats van een al te obscuur Japans debuut.

Of Rutger Wolfson leiding blijft geven aan de Rotterdamse vrijplaats van de eigenzinnige smaak weet hij nog niet. De interim-directeur, die ook nog in dienst is bij museum de Vleeshal in Middelburg, vond de afgelopen maanden ‘geweldig en inspirerend’ en spreekt van ‘een supermooi festival’. ‘De marsroute is nog niet precies bekend’, zei Wolfson zaterdagavond, vlak nadat hij de Israëlische slotfilm The Band’s Visit had aangekondigd. ‘Mijn beslissing laat geen maanden meer op zich wachten, maar op dit moment ben ik verminderd toerekeningsvatbaar.’

Bor Beekman en Jan Pieter Ekker

Meer over