Langstlevende staat sterker bij erfenis

Na meer dan vijftig jaar discussiëren gaat de erfwet uit 1850 op de helling. Nu Nederlanders steeds vermogender zijn geworden, valt er meer te erven....

Wie kent de voorbeelden niet uit zijn of haar omgeving? Iemand overlijdt en de achtergebleven familie vliegt elkaar meteen in de haren omdat diverse familieleden hun erfdeel opeisen. Hebberigheid kan zelfs op de meest trieste momenten het slechtste losmaken in mensen.

Een voorbeeld. Meneer X is getrouwd in gemeenschap van goederen en heeft geen testament. De hypotheek op zijn modale huis is afbetaald en er staat een bescheiden bedrag op de bank. Op een mooie zomeravond komt meneer X plots te overlijden. Nu treedt direct het oude erfrecht in werking. Zijn achtergebleven vrouw behoudt de helft van de bezittingen omdat ze in gemeenschap van goederen zijn getrouwd. De andere helft moet worden verdeeld tussen mevrouw X en - zeg - de vier kinderen.

Studeren

Geheel onverwacht eisen alle kinderen hun erfdeel op. De een moet studeren, de tweede wil op reis en de andere twee willen daarom ook hun deel. Mevrouw X rest niets anders dan het huis te verkopen en de kinderen hun erfdeel te geven. Zij wordt gedwongen te verhuizen naar een meer bescheiden optrekje. Let wel: zo kan het nu gaan met de oude erfwet in handen. Wie bovengeschetste problemen wilde voorkomen, kon dan wel op huwelijksvoorwaarden trouwen of een goed testament afsluiten. Een testament had daarbij voorrang op de wet.

In de nieuwe erfwet die inmiddels op hoofdlijnen is aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer, gaat dat drastisch veranderen. Kern van de nieuwe wet is dat langstlevenden meer rechten krijgen. Het nieuwe wettelijke stelsel legt in de wet vast wat naar huidig recht alleen bij testament is te regelen. Degene die achterblijft krijgt in principe alles van haar of zijn overleden partner. Kinderen houden wel een vordering op de erfenis maar kunnen die niet, zoals nu, direct opeisen. Daarmee blijft het voor de overgeblevene mogelijk om op ongeveer dezelfde voet door te leven in, in elk geval, de bestaande woning. Die hoeft niet direct te worden verkocht, zoals in bovenstaand voorbeeld.

Kon je vroeger een echtgenoot volledig onterven middels een testament, de achtergebleven echtgenoot kan op basis van de nieuwe wet wel degelijk aanspraken doen op een deel van de erfenis. Maakt dat een testament dan overbodig? Nee, meent Geert Lekkerkerker van het Notariële Broederschap. 'Het vermogen van mensen is drastisch toegenomen en dus kun en moet je meer regelen. Neem een directeur die zijn bedrijf ter waarde van enkele miljoenen nalaat. In een testament is dan te regelen wie wat krijgt. Het ene kind kun je bijvoorbeeld meer nalaten dan het ander.'

Kinderen geheel onterven kan niet, zij behouden altijd recht (vordering) op hun zogenaamde legitieme portie. Dat deel is overigens in de nieuwe wet lager geworden. Wie wil, kan nu bijvoorbeeld meer dan in het verleden nalaten aan goede doelen.

Waar nabestaanden ook rekening mee moeten houden, is dat de fiscus nog altijd langskomt, ook al komt alles aan de langstlevende toe. Deze langstlevende moet direct na het sterfgeval successierechten betalen, ook over het deel waarop de kinderen aanspraak kunnen maken. De betaalde belasting voor deze laatsten wordt vervolgens in mindering gebracht op de vordering die de kinderen hebben. Overigens gaat dat in de eerstelijns bloedbanden om relatief geringe bedragen. Wanneer erfenissen naar neven en nichten gaan, heft de Belastingdienst daarentegen wél forse belastingen.

Volgens Lekkerkerker is de nieuwe wet een 'prachtig' compromisvoorstel. 'Er is rekening gehouden met het gehele maatschappelijke en politieke spectrum.' Dat heeft er volgens hem echter ook toe geleid dat veel elementen niet spijkerhard in de wet zijn verankerd.

Miljoenen

Lekkerkerker: 'Neem die directeur die enkele miljoenen nalaat en zijn vrouw toch heeft onterfd in zijn testament. Tot ergenis van de kinderen gaat zijn vrouw op basis van de nieuwe wet toch via de rechter een stuk van de erfenis opeisen. De rechter moet dan gaan bepalen wat zij redelijkerwijs mag ontvangen om op dezelfde basis voort te kunnen leven. Er zit in dat opzicht veel rek in de wet.'

Zo zijn er tal van uitzonderingsregels. Lekkerkerker vraagt zich af, of de rechtelijke macht zich al wel voldoende heeft voorbereid op de nieuwe situatie. Naar verwachting treedt de nieuwe wet in juli 2002 in werking.

'Het notariaat is inmiddels getraind voor de nieuwe situatie. De rechter heeft echter veel meer bevoegdheden gekregen en die is daar vooralsnog volstrekt niet op ingericht. Justitie heeft nog slechts een jaar de tijd!

Meer over