Langs de meetlat van de olympische kampioenen

Sven Kramer kan dit weekeinde

zijn vijfde wereldtitel allround

winnen. Trainer Bart Veldkamp vergelijkt zijn schaatser met andere grote kampioenen.

Koss is niet te vergelijken met Kramer, meent Veldkamp. De Noor was een groot kampioen, maar gek genoeg niet een baken van stabiliteit. Wel kon hij pieken op het juiste moment, gezien zijn drie gouden olympische medailles in Hamar (1994). 'Johann was een ander soort kampioen. Die jongen leek qua karakter op mij. Hij kon net zo grillig zijn: de ene week eraf gereden worden en een week later alles winnen', zegt Veldkamp die menig duel met de Noor uitvocht.

'Sven is bovendien meer liefhebber, een echte liefhebber van schaatsen. Koss is geen echte liefhebber. Hij was gewoon vakmatig bezig met het werken aan zijn missie. Niks hart, eerder het verstand. Maar Sven zal, als hij oud is, nog het liefst op natuurijs gaan rijden. Je zult hem in marathons zien. Omdat hij van schaatsen houdt.

'Maar qua professionaliteit en qua killersmentaliteit zijn Koos en hij eender. Dat delen ze. Absoluut.

'Sven is na zijn blessureperiode nog niet de man die de rest aan puin kan rijden. Hij was in april nog aan het revalideren. Maar de beleving en de wil om te winnen heeft daar niet onder geleden. Die blijven hetzelfde. Alleen het lichaam is even in een andere setting.'

Eric Heiden? 'Die twee hebben hun enorme racementaliteit gemeen. Schaatsen is hun missie, het enige ding in hun leven. Alle mensen die winnen hebben dat wel, maar de iets grotere kampioenen zijn daar heel overtuigend in. Dat heeft Kramer, dat had Heiden. Er was bij Heiden geen twijfel mogelijk waarvoor hij kwam als hij startte. Sven heeft precies hetzelfde.

'Je ziet bij deze sporters een enorme bezetenheid. Dan denk ik ook aan de wielrenner Lance Armstrong. Het gaat om controledrift. Alles moet goed zijn, de trainingen, het materiaal, een hele lijst afvinken. Dat is tegenwoordig makkelijker dan vroeger. Alles is beter geworden, maar er mag niets ontbreken, vinden kampioenen als Kramer.'

Grote kampioenen hoef je niet te motiveren. 'Die vijfde wereldtitel prikkelt Sven niet extra. Hij is altijd geprikkeld. Overal waar hij een wedstrijd vermoedt, daar gaat hij voor. Als dit zijn eerste WK was, was hij net zo gemotiveerd. Die vijfde wereldtitel, die komt er. Als het nu, onverhoopt, niet gebeurt, dan wint hij een andere keer. Allroundschaatsers zijn unieke mensen. Het is een moeilijk vak. Daarom zijn er niet veel van.'

'Qua stijl is Sven Kramer een Ard Schenk, een absolute Ard Schenk. Hij heeft die brede, wijde slag. Meer kan ik niet direct op mijn netvlies krijgen, maar Schenk had hetzelfde postuur en dezelfde lengte als Kramer.'

Volgens Veldkamp schaatsen de twee iconen van hun generatie ook beide los in de heupen. Qua bouw zijn ze elkaars evenbeeld. 'Het spierbeeld net zo. Ieder mens is uniek, maar ik vind hen zeer vergelijkbaar.'

Schenk, drievoudig olympisch kampioen tijdens de Spelen van Sapporo in 1972, drievoudig wereldkampioen allround, past ook in het beeld van grote kampioenen waar Kramer namens Nederland naadloos bij is aangesloten. 'Zulke mensen kunnen altijd boven zichzelf uitstijgen op grote toernooien. Dat maakt hen bijzonder.

'De buitenwereld suggereert wel dat grote kampioenen makkelijk te coachen zijn. Daar hoef je weinig aan te doen, want ze rijden altijd wel hard. Zeggen ze. Zo werkt het niet, hoor.

'Zulke unieke schaatsers weten altijd het maximale uit het moment te halen, maar dat moment moet je wel creëren als team en als coach. Dat moment kun je ook verkeerd scheppen.

'Wat vaststaat is dat het absolute topje door de kampioen zelf wordt gedaan. Als team, met een ultiem programma, kun je tot 90 procent komen. De laatste 10 procent moet de atleet zelf doen.'

Schenk werd zo goed door Verkerk, Bols en Verheijen. Kramer heeft baat bij Jan Blokhuijsen en Wouter Olde Heuvel, en voorheen bij Carl Verheijen en Erben Wennemars. 'In een team moet je sparringpartners hebben om beter te worden, vooral om uitgedaagd te worden in training. Dat is het nadeel van rijders uit zwakke schaatslanden. Die worden kampioen, maar kunnen niks van anderen leren.'

Bart Veldkamp (44) is de assistent-coach van TVM, twee jaar geleden aangetrokken voor de extra begeleiding van Sven Kramer. Hij zegt pas nu te begrijpen waarom Kramer in zijn ogen een groot, om niet te zeggen fenomenale, kampioen is.

Veldkamp weet ook waarom hij een minder groot kampioen was. Waarom hij niet verder kwam dan een EK-titel allround, in 1990, en het olympische goud op de 10 kilometer, in 1992. 'Sven is allereerst een heel ander kaliber atleet dan ik was. Daarbij komt, mijn persoonlijkheid was veel grilliger. Ik heb een heel ander karakter. Ik was snel afgeleid. Mijn concentratie- niveau was gewoon anders. Mijn grootste vijand was ik zelf.

'Een sporter als Sven Kramer staat fysiologisch en mentaal een niveautje hoger dan alle anderen. Daardoor kan hij een serie maken. Ik kon mentaal ook helemaal de andere kant op slaan. Dan was ik ineens een ander persoon. Sven is niet te ontregelen in zijn concentratie en motivatie. Dan moet er echt heel wat gebeuren, zoals in 2010 met die bovenbeenblessure. Anders neigt hij naar perfectie.

'Drie jaar geleden, in Hamar, was er gedoe om een ijsreparatie tijdens de 500 meter. De start van Sven werd twintig minuten uitgesteld. Ik weet niet of dat een truc van de Noren was, zoals werd verteld. Ik weet wel dat je Sven niet tegen de haren moet instrijken. Dat werkt compleet averechts.'

Veldkamp vindt zichzelf in het geheel niet op Kramer lijken, op één overeenkomst na: hun ogen. 'Sven ziet alles. Hij heeft het vermogen breedbeeld te kijken. Die panoramablik zie je vaak bij dit type kampioenen. Zij hebben die visie. Of het nou over sport gaat of over iets anders. Mijn oog ontging vroeger ook nooit wat. Dat deel ik dan met Sven. Maar dat is dan ook het enige. Echt een bijzondere kampioen.'

undefined

Meer over