Reportage

Langs de Dnipro liggen al genoeg massagraven

De Dnipro is voor Oekraïners wat de Wolga is voor Russen: een nationaal symbool. De rivier heeft echter ook een bloedige geschiedenis: in 1943 vond de Slag om de Dnipro plaats waarbij in minder dan vier maanden tijd honderdduizenden militairen omkwamen. Wie langs de oevers noordwaarts trekt, ziet hoe de angst groeit dat de rivier ook nu een frontlinie wordt.

Tom Vennink
Oleksandr Zjitnik is gaan vissen om de oorlog te vergeten. Hij vertelt over zijn mooiste herinneringen aan de rivier die hij zijn hele leven al ziet stromen.  Beeld Daniel Rosenthal
Oleksandr Zjitnik is gaan vissen om de oorlog te vergeten. Hij vertelt over zijn mooiste herinneringen aan de rivier die hij zijn hele leven al ziet stromen.Beeld Daniel Rosenthal

Zaporizja

Nikolaj Chorjev spreekt zijn leven lang Russisch, rijdt een Sovjet-auto uit 1975 en diende in het leger dat het communisme moest beschermen tegen het kapitalisme. Zijn houten huisje op het Oekraïense platteland heeft een lap grond met een moestuin en een schuur, precies zoals de huisjes op het Russische platteland. Maar de Russen die vorige maand zijn dorp binnenliepen, gedroegen zich niet als oude kameraden.

‘Ze pakten twee auto’s uit de garage van de vroegere collectieve boerderij, kliederden er een grote letter z op en gingen rondscheuren’, zegt Chorjev, 50 jaar en sinds een motorongeluk in een rolstoel met twee verlamde benen. ‘Tegen ons riepen ze: maak koffie, geef me een warme jas, doe dit, doe dat. Alsof we hun slaven waren.’

Toen de bezetters er na een maand achter kwamen dat een van Chorjevs zes zonen in het Oekraïense leger zit en ze met getrokken geweren verhaal kwamen halen, vreesde Chorjev dat ze hem en zijn gezin bij een volgend huisbezoek zouden doodschieten. Hij hees zich uit zijn rolstoel in zijn kleine Zaporozhets, die hij zelf ombouwde tot een auto met handbesturing, maande zijn vrouw en vijf zonen in te stappen en reed via Russische en daarna Oekraïense checkpoints naar de plek die veilig zou moeten zijn: de westoever van de Dnipro.

Oekraïnes langste rivier stroomt vlak langs de gemeubileerde zeecontainers waarin Chorjev nu woont met andere vluchtelingen. Regendruppels tikken op het brede, kale wateroppervlak. Er is geen boot te zien – varen is verboden in oorlogstijd.

De Dnipro (ook bekend onder de Russischtalige naam Dnjepr) loopt in de vorm van een sikkel door Oekraïne. De rivier is voor Oekraïners wat de Wolga is voor Russen: een nationaal symbool. Het water splijt het land in tweeën, in een westelijk, overwegend Oekraïenstalig deel en een oostelijk, overwegend Russischtalig deel. De twee delen zijn verbonden door immense dammen, bruggen en spoorwegen, die een cruciale rol spelen in de oorlog.

Alles en iedereen moet over de Dnipro. De vluchtelingen en gewonde militairen gaan van de oostoever naar de westoever, soms in auto’s met kogelgaten en zonder ramen. De andere kant op gaan de vrachtwagens met voedselpakketten, westerse wapens en jonge militairen, die vanuit de laadruimte staren naar de huizen en landgenoten die ze moeten verdedigen.

Reis langs de oevers van de Dnipro en je treft een land aan dat meer eenheid uitstraalt dan ooit tevoren. Maar je stuit er ook op de angst dat de rivier zelf weer een frontlinie wordt, net als in de Tweede Wereldoorlog, toen het Sovjet-leger honderdduizenden soldaten verloor tijdens de Slag om de Dnipro.

Zaporizja, de stad waar Nikolaj Chorjev met zijn gezin naartoe vluchtte, ligt al aan het front. Het water langs hun container stroomt 20 kilometer verderop gebied in dat onder Russische controle staat. Dat gebied strekt zich helemaal uit tot aan Cherson, de havenstad aan de riviermonding in de Zwarte Zee.

De oorlog nadert ook de rest van de rivier. In de Donbas rukt Rusland langzaam op naar het westen. En na twee maanden oorlog lijkt het Russische leger begonnen met het bestoken van infrastructuur die van levensbelang is voor het Oekraïense leger, inclusief die bij de Dnipro. Sinds vorige week donderdag meldde Oekraïne tientallen inslagen van Russische kruisraketten op steden aan de rivier. Twee raketten sloegen in op een eiland dat de bruggen van Zaporizja met elkaar verbindt.

De aanvallen maken vluchtelingen in Zaporizja bang dat ze zelfs hier nog niet veilig zijn. Volgens de autoriteiten van de stad zochten ruim honderdduizend Oekraïners de afgelopen twee maanden een veilig onderkomen in Zaporizja. Ze verblijven bij inwoners in simpele naoorlogse flatgebouwen van vijf verdiepingen, die door de hele stad staan, in lege fabriekspanden en, als het nodig is, in ziekenhuizen.

In de zeecontainers denken sommigen aan verder vluchten, maar Nikolaj Chorjev niet. Hij denkt aan Sasja, zijn 18-jarige zoon in het leger. Het laatste dat hij van hem heeft gehoord, is dat hij in het noordoosten van het land zit en ziek is. ‘Tot Sasja terugkomt, ga ik nergens heen’, zegt Chorjev. ‘Ik wil hem niet achterlaten.’

Dnipro

In de stad vernoemd naar de rivier vertelt een kleine vrouw over de kracht van de Dnipro. ‘Hitler zei dat het waarschijnlijker was dat de Dnipro andersom zou gaan stromen dan dat het Rode Leger de rivier zou oversteken’, zegt Valentina Satsoeta, geschiedkundige aan het Nationaal Historisch Museum in Dnipro.

Satsoeta bestudeert al vijftig jaar de Slag om de Dnipro, de poging van het Rode Leger in 1943 om de rivier over te steken en Hitlers leger te verdrijven uit het westen van de Sovjet-Unie. De oversteek is een van de zwaarste slagen uit de Tweede Wereldoorlog. Dat kwam vooral doordat Hitler, die persoonlijk naar de Dnipro vloog, zijn leger had teruggetrokken op de hoge westoever, vanwaar de Duitse militairen vrij zicht hadden op de kilometersbrede rivier. Het Rode Leger stak uiteindelijk toch over, maar betaalde een hoge prijs. Voor elke gesneuvelde Duitse militair stierven er zeven Sovjet-militairen.

Een gigantisch, rondlopend panoramadoek in het museum vertelde sinds 1975 het verhaal van de dramatische oversteek door Russen, Oekraïners en militairen uit andere Sovjet-republieken. Maar nu is het doek, waar Satsoeta nog archiefonderzoek voor deed, opgeborgen op een geheime plek. Een veiligheidsmaatregel, ook al staat het museum op de zo moeilijk in te nemen westoever.

De sluiting van het museum doet Satsoeta pijn. Ze blijft maar denken aan al die veteranen uit de Sovjet-Unie die deze plek hebben bezocht. Hun kinderen, kleinkinderen. De oude historica zucht. ‘We hebben hier langs de rivier al zo veel massagraven... Veel soldaten zijn nooit teruggevonden. Ze zijn blijven liggen waar ze zijn omgekomen.’

De museummedewerkers zijn niet meer bezig met de oorlog van toen, maar met die van nu. In de wetenschappelijke bibliotheek naast het museum sorteren ze voedsel en kleding voor vluchtelingen van de oostoever van de rivier.

Oleksandr Maryntsjenko, een jongere Tweede Wereldoorlog-historicus, heeft ’s middags al een slok op. ‘Sorry voor de dranklucht, begrafenis van een vriend vanochtend’, zegt hij. ‘Doodgeschoten aan het front.’

De 37-jarige historicus ploft neer op een bank in de bibliotheek en zegt: ‘Hoe kan ik nog over de Tweede Wereldoorlog praten na deze oorlog? Een vriend van me zegt dat Poetins grootste misdaad de vernietiging is van onze gezamenlijke herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Aan de pijn van de bezetting, de Holocaust, het feit dat het Rode Leger een multinationaal leger was, met Oekraïners, Russen, Belarussen, Kazachen die samen tegen het nazisme vochten.’

Maryntsjenko put hoop uit de succesvolle Oekraïense verdediging van de meeste steden en uit de aanvoer van westerse wapens via zijn stad. Maar de Russische inname van dorpen in de Donbas en oversteek van de rivier in het zuiden baren hem zorgen. ‘Als ze Zaporizja en Dnipro pakken, dan kunnen ze zo honderden kilometers verder oprukken door de Oekraïense velden. Daar maken we geen enkele kans.’

Aoely

De dorpen stroomopwaarts bevinden zich ver van het Russische leger, maar voelen zich bedreigd. Inwoners van het dorpje Aoely op de hooggelegen westoever bellen meteen de politie als ze twee buitenlandse verslaggevers zien. De verslaggevers worden even later aangehouden. Hun accreditaties, uitgegeven door het Oekraïense leger, worden niet vertrouwd door lokale agenten.

‘We moeten controleren of jullie wel echte journalisten zijn’, zegt een van de agenten terwijl hij contact legt met collega’s in Kyiv, ‘en geen Russische infiltranten.’

Aoely is een van de dorpen waar Sovjettroepen in de herfst van 1943 de opdracht kregen om de rivier over te steken, die hier ruim 3 kilometer breed is. Langs de waterkant staat een verloederd metalen monument voor de overstekers. Sommige panelen zijn uit het monument verdwenen, stoeptegels zijn gebroken door woekerend onkruid.

Langs de rivier wonen geen veteranen meer die de oversteek kunnen navertellen. Sovjet-artillerist Georgi Koelisj gaf voor zijn dood een beschrijving aan iremember.ru, een Russischtalige website met ooggetuigenverslagen van veteranen. ‘We waren net aangekomen in het bos, toen ons werd verteld dat we de Dnipro moesten oversteken. Ik dacht: oversteken? Waarmee dan? Maar dat maakte de bevelhebbers niets uit. We kregen te horen: zoek maar wat om op te varen. Op pontons wachten had geen zin. We vonden drie of vier roeibootjes. Ik ben zes keer heen en weer gevaren. Elke keer werd er op ons geschoten. Zolang de projectielen in het water terechtkwamen was het goed. Wat spatten, wat golven, maar je had geen granaatscherven, die gingen allemaal de diepte in.’

Koelisj was een mazzelaar. Een arts die drie keer gewond raakte bij een oversteek verderop vertelde tegen dezelfde site dat ze een brigade kende met 280 afgestudeerden van een militaire academie. Na de oversteek waren er nog 16 in leven.

Lypove

Oorlogsmonumenten zijn de laatst overgebleven Sovjet-monumenten langs de rivier. Beelden van Lenin en andere bolsjewieken zijn omvergeworpen sinds de Russische inname van de Krim in 2014. Sommige zijn vervangen door beelden van Oekraïense nationalistenleiders. Van andere zijn alleen de voetstukken overgebleven, vaak geverfd in de kleuren van de Oekraïense vlag.

Tussen de dorpjes op de rivieroevers liggen Oekraïnes zwarte velden die binnenkort goud en geel moeten kleuren door graanhalmen en zonnebloemen. Maar sommige velden zijn dit jaar gereserveerd voor landmijnen. Achter de velden graven dorpsbewoners in de regen lange netwerken van loopgraven. Aan de rand van een houten vissersdorp hangt een poster met een welkomstboodschap: ‘Russische soldaat, de dood wacht hier op je.’

Oleksandr Zjitnik is gaan vissen om de oorlog te vergeten. Hij vertelt over zijn mooiste herinneringen aan de rivier die hij zijn hele leven al ziet stromen. Ja, de barbecues op de eilanden waren mooi, met vrienden en bier, maar het mooist was die keer dat hij een meerval van 115 kilo uit het water wist te trekken met zijn hengel. ‘Dat was me toch een gevecht’, zegt Zjitnik. ‘Ik kon een uur lang geen sigaret opsteken.’

Dan kijkt hij naar de half afgebouwde brug naast zijn stekje en moet hij toch weer aan de oorlog denken. ‘Hoeveel jaar zijn ze wel niet bezig met die brug. Eerst liep de aanleg vertraging op toen de opzichter betrapt werd op steekpenningen. En nu zitten we met Russische militairen in ons land.’

Kyiv

Net als het land wordt de hoofdstad in tweeën gedeeld door de Dnipro. Kyiv had wat het Kremlin betreft inmiddels in Russische handen moeten zijn. Maar ruim twee maanden na het begin van de invasie wordt de stad nu juist gezuiverd van de laatst overgebleven Russische symbolen. Afgelopen dinsdag verwijderde de gemeente op de westoever een groot, bronzen standbeeld dat stond voor vriendschap tussen Oekraïne en Rusland.

Ondanks de afgeslagen aanval is er van opluchting weinig sprake in de hoofdstad. Aan de randen van de stad legt het leger nieuwe verdedigingslinies aan. Op Chresjatik, de hoofdstraat van Kyiv die na verwoesting in de Tweede Wereldoorlog werd herbouwd in de statige Stalin-architectuur, is het nog stil. Voor metrostations liggen stapels zandzakken, het luchtalarm loeit meerdere keren per dag.

null Beeld Daniel Rosenthal
Beeld Daniel Rosenthal

De burgemeester heeft gevluchte inwoners opgeroepen nog niet terug te komen wegens gevaar op raketaanvallen en op een nieuwe Russische poging de stad in te nemen. ‘Poetin houdt van symbolen’, zei burgemeester Vitali Klytsjko deze week. ‘En Kyiv is vanaf het begin een symbool geweest van onafhankelijk Oekraïne.’

Een Sovjetsymbool dat hij laat staan, is een vrouwenbeeld langs de Dnipro van 62 meter hoog. Het Moederlandmonument werd in 1981 onthuld door Leonid Brezjnev, als gedenkteken voor de Sovjet-helden die de nazi’s hadden verslagen. Nu, 41 jaar later, lijkt het monument op de hoge westoever van de rivier een nieuw moederland te verdedigen, tegen een nieuwe vijand. De vrouw van staal draagt een zwaard en een schild en kijkt over Oekraïnes brede rivier naar het oosten, in de richting van Moskou.

Meer over