Langlois: Dutroux volgde jarenlang zelfde methode

De ontvoeringen van Marc Dutroux in 1995 en 1996 gebeurden op dezelfde wijze als in 1985. Alleen gebruikte hij de tweede keer slaappillen....

Dat zei maandag onderzoeksrechter Jacques Langlois. Hij wordt de gehele week en volgende week maandag ondervraagd tijdens het proces tegen Marc Dutroux, zijn ex-vrouw Michelle Martin, zakenman/oplichter Michel Nihoul en toenmalig heroïneverslaade Michel Lelièvre.

De ontvoeringen van Dutroux hadden in de jaren tachtig en negentig hetzelfde patroon, betoogde Langlois maandag: een meisje werd met geweld in een auto gesleurd, uitgekleed, gefotografeerd en verkracht. In 1995 en '96 liet hij ze daarna echter niet meer vrij.

Volgens Langlois had Dutroux al begin jaren negentig plannen voor het bouwen van een 'kinderkooi'. In 1993 deed hij uitgebreide verbouwingswerkzaamheden in de kelder van zijn huis in Marchienne-Docherie. Dutroux wilde later doen geloven dat hij daar een zwembad wilde maken.

Na huiszoekingen in Marchienne zou Dutroux de verbouwingen hebben gestaakt, om vanaf november 1993 te gaan werken aan een kelder in Marchinelle. Daaruit werden in de augustus 1996 Sabine en Laetitia bevrijd.

De betonnen deur van tweehonderd kilo was volgens Langlois opvallend goed verborgen. 'Van buitenaf loopt de deur perfect over in de muur en is er absoluut geen opening te zien.' In december 1995 vonden speurders de kelder niet, terwijl de 8-jarige meisjes Julie en Mélissa er opgesloten zaten.

Pas in juli 1995, na de verdwijning van die twee meisjes, heeft Dutroux de kelder afgewerkt. Hij zette er een tv en spelcomputer neer, en samen met zijn vrouw Michelle Martin verfde hij de muren geel. 'Dat is een plezierig kleurtje', zei Dutroux tijdens een van zijn ondervragingen, aldus Langlois.

Dutroux en Martin werden in 1989 veroordeeld voor vijf ontvoeringen, opsluitingen en verkrachtingen in 1985. De meisjes kregen pleisters op hun ogen geplakt, maar herkenden Dutroux later aan zijn stem. In 1995 en 1996 gebruikte Dutroux grote hoeveelheden medicijnen, waaronder het slaapmiddel rophynol.

Daar konden Dutroux en Martin in grote hoeveelheden aankomen, aldus Langlois, omdat hun inmiddels overleden psychiater die achteloos voorschreef. Martin kreeg zelfs een recept voor voorbehoedsmiddelen terwijl ze zwanger was.

Langlois zegt dat zijn aanklacht gebaseerd is op de verklaringen van Dutroux en Martin zelf. Volgens de onderzoeksrechter heeft Dutroux zich sinds 1999 echter niet meer laten ondervragen.

Onderzoeksrechter Jacques Langlois was niet vanaf het begin bij de affaire-Dutroux betrokken. Hij nam na het 'spaghetti-arrest' in 1996 het werk over van collega Jean-Marc Connerotte. Veel Belgen meenden dat Connerotte door politieke druk van het onderzoek werd gehaald, omdat hij connecties op het spoor zou zijn tussen Dutroux en netwerken van hooggeplaatste pedofielen.

Na het gedwongen vertrek van Connerotte was er een stijlbreuk in het onderzoek te merken. Langlois wilde een afgerond onderzoek naar de rechtbank sturen, met alleen de aanklachten over de zes ontvoerde meisjes. De onderzoekssporen over de netwerken wilde hij buiten beschouwing laten.

Langlois benadrukte maandag echter ook alle sporen te hebben gevolgd. 'Wie zegt dat ik pas na 2000 ben begonnen met het onderzoek naar de verdwijning van Julie en Mélissa, zit totaal fout', benadrukte hij. 'Er is geen enkele druk uitgeoefend op mijn onderzoek, noch door de politie, noch door politiek, noch door het gerecht.'

Wel kwam Langlois kwam tijdens zijn onderzoek voortdurend in conflict met Michel Bourlet, de openbare aanklager van Neufchâteau die nu in Aarlen ook Dutroux officieel aanklaagt. Bourlet wilde wel meer nadruk op mogelijke netwerken.

Meer over