Lang leve het familiebedrijf

Familiebedrijven werden beschouwd als sober en conservatief. Maar sinds beursgenoteerde bedrijven zich verslikten in beursschandalen valt op dat ze recessiebestendig zijn....

Handelsfirma Van Eeghen in Amsterdam, opgericht in 1662, is het op een na oudste familiebedrijf van Nederland. Graan, zout, wol, katoen, specerijen, land: noem het, en de Van Eeghens hebben er in de loop der eeuwen in gehandeld. 'Nee, geen slaven', zegt Willem van Eeghen. De 55-jarige is een vertegenwoordiger van de veertiende generatie Van Eeghens, een telg uit een lange lijn van directeuren van het gelijknamige familiebedrijf.

Het bedrijfsmotto luidt niet voor niets: 'Semper Patiens vobis etian' ('Moge het geduld u nimmer in de steek laten'). Geen loze kreet, want anders dan bij veel grachtenpanden in de buurt van de hoofdzetel van de onderneming aan de zogenoemde 'Gouden Bocht', hangen er aan de gevel geen Te Huur-borden. Al bijna 350 jaar niet.

Van Eeghen en het gros van de andere bijna tweehonderdduizend familiebedrijven in Nederland, hebben de naam sober en conservatief te zijn. Kneuterig, ingeslapen en oubollig, zijn andere veelgehoorde, en minder flatteuze typeringen voor het fenomeen familiebedrijf. Maar het tij is gekeerd.

Het voorheen bezongen aandeelhouderskapitalisme heeft, dankzij de vele boekhoudschandalen, megalomane topmannen en exorbitante beloningen, zware averij opgelopen. Soberheid en conservatisme staan opeens voor waarde en continuit. Topbestuurders van Amerikaanse familiebedrijven verdienen gemiddeld 10 procent minder dan hun collega's bij beursgenoteerde ondernemingen, bleek onlangs uit onderzoek. Maar ze presteren ook nog eens wel aanzienlijk beter: de economic value added, een graadmeter voor de toegevoegde waarde, is bij familiebedrijven 5,5 procent hoger.

Dankzij hun doorgaans bescheiden groeiambities, blijken familiebedrijven bovendien veel recessiebestendiger en vallen er minder snel gedwongen ontslagen. 'Ik heb nooit geloofd in big is beautiful, vertelt Van Eeghen. 'Je geeft pas iets uit als je het hebt verdiend. Risicomijdend, werd dat jarenlang met enig din genoemd. Hopelijk heeft men zijn lesje geleerd.'

Familiebedrijven zijn goed voor bijna de helft van alle Nederlandse economische activiteit. Anders dan gedacht, zijn dat niet hoofdzakelijk knusse slagerijtjes, jeneverstokerijen, of Delftsblauwe pottenbakkers.

Ook van de bedrijven met meer dan honderd werknemers, is 45 procent familiebedrijf. Toch hoor je maar bar weinig van ze. Ja, namen als SHV, C & A, Dirk van den Broek, Van der Valk, of Brabantia, doen wel wat bellen rinkelen. Maar wat er achter de schermen gebeurt? Of er nog nieuwe producten of markten in de pijplijn zitten? Of de kwartaalcijfers meevielen? Zelden lees je er op de economische pagina's iets over terug.

Houden zo, vindt Van Eeghen. Niet dat hij veel te verbergen heeft, maar hij besteedt zijn tijd liever aan het leiden van het bedrijf dan zich te onderwerpen aan de nukken van anonieme aandeelhouders. 'Vergis je niet, dat betekent niet dat ik hier maar een beetje kan doen waar ik zin heb', vertelt Van Eeghen, wijzend op het dozijn familieportretten in de voorkamer. 'Je bent je voortdurend bewust van de traditie die je voortzet en de extra verantwoordelijkheid die dat met zich meebrengt. Het is toch het bedrijf van de familie.'

Ongeveer eenderde van het aandelenkapitaal is verdeeld over circa veertig familieleden. De resterende zeventig procent is bij een charitatieve stichting ondergebracht. Deels om de continuit van het bedrijf te waarborgen (met een minderheidsbelang is een machtsgreep onmogelijk) en deels om daadwerkelijk goede doelen te steunen. Waaraan het bedrijf zoal geld uitgeeft, houdt Van Eeghen liever voor zich. Maar gelukkig zijn er geschiedenisboekjes. Zo was het bijvoorbeeld een Van Eeghen, Christiaan Pieter, die in 1864 het gebied ten zuidwesten van het Amsterdamse Leidseplein behoedde voor haar bestemming als industrieterrein. Hij en zijn Vereeniging tot Aanleg van een Rij- en Wandelpark, toverden de door hen aangekochte weilanden om tot het huidige Vondelpark.

De jaarlijkse aandeelhoudersvergadering is automatisch een soort familiere al gaat het er niet altijd even zachtzinnig aan toe. 'Als ik het roer drastisch wil omgooien, zoals vijftien jaar geleden met de overstap van commodities als koffie, naar gevriesdroogde voedingsbestanddelen en vitamines, heb ik heel wat uit leggen.' De familie beslist, maar eenmaal overtuigd, heb je ook de tijd iets op te bouwen. Anders dan bij een beursgenoteerd bedrijf kan Van Eeghen zich werkelijk op de lange termijn richten. 'Dat geeft niet minder, maar juist meer ruimte voor nieuwe idee.

Wel houdt een raad van commissarissen toezicht, die in meerderheid bestaat uit niet-familieleden. 'Dat houd je fris en scherp.'

Met modieuze termen als duurzaam ondernemen en corporate governance heeft Van Eeghen weinig op: 'Als je, zoals wij, tot in je diepste wezen op de continueit van de onderneming bent gericht, zijn dat geen aparte onderwerpen. Zulke zaken zitten impliciet in de hele organisatie ingebakken.' Outsourcing, het uitbesteden van werkzaamheden die niet tot de kernactiviteiten behoren, is ook zo'n onderwerp. Het is een hype, maar bij Van Eeghen zijn ze er al eeuwen achter dat je je beter kunt beperken tot de dingen waar je goed in bent. Handel, in hun geval. 'Dat betekent in goede tijden misschien dat je geld laat liggen door iets niet zelf te doen, maar je behoudt wel je flexibiliteit.' Jaarlijks wordt bij Van Eeghen met slechts vijftig werknemers ongeveer 50 miljoen euro omgezet.

Sinds 1 augustus heeft Van Eeghen in de bestuurskamer gezelschap van zijn elf jaar jongere broer Henri (44), oud-bestuursvoorzitter van de Mercurius Groep, eigenaar van onder meer drukkerijen en uitgeverijen.

Iedere Van Eeghen die ooit het bedrijf wil gaan leiden, dient zich bij voorkeur minimaal vijf jaar elders te hebben bewezen. Zo worden geschikte kandidaten geselecteerd en de kandidaten weten dat ze het ook op eigen kracht kunnen redden.

Toch is de opvolging in elk familiebedrijf een heikel punt. De twee oudste broers uit het gezin van Eeghen moesten heel wat overwinnen om hun vader Ernst ervan te overtuigen dat hun hart elders lag. Willem herinnert zich de spannende tijd dat hij het roer langzaam van zijn vader overnam: 'Iedere opmerking of vraag krijgt, omdat het je vader is, toch al snel een emotionele lading'. Willem is daarom blij met de komst van broer Henri. Tussen hem en zijn broer gaapt geen generatiekloof en bovendien vullen ze elkaar goed aan, zeggen ze zelf. Waar Willem goed is in het onderhouden en uitbouwen van relaties, is Henri beter in cijfers. Om erachter te komen of het tussen hen ook zakelijk zou klikken, werd de hulp ingeroepen van een in familiebedrijven gespecialiseerde bedrijfspsycholoog. 'Jezelf en elkaar een spiegel voorhouden is confronterend, maar ook leerzaam.'

Bij de jongere generatie ontwaren de broers een groeiende bewustwording dat ze met dit oude familiebedrijf deel uitmaken van iets bijzonders. Willem en Henri willen de banden verder aanhalen. Familieleden worden aangemoedigd aandelen voor nieuwe telgen te kopen en het bedrijf moet opener en laagdrempeliger worden.

Het idee dat een keuze voor een carri bij Van Eeghen, er een voor het leven zou moeten zijn, wordt achterhaald genoemd. Evenals het feit dat de leiding van het bedrijf vrijwel altijd in handen van mannen is geweest. Willem: 'Ik beloof niks, maar de directeur van de vijftiende generatie, die hier over twintig jaar aan het roer komt te staan, zou zomaar een vrouw kunnen zijn.'

Meer over