Lang leve de vereniging

Een democratie kan niet zonder een bloeiend verenigingsleven, meent de politicoloog Robert Putnam. In sportclub en belangengroep leert men luisteren en argumenteren....

Door Pieter Hilhorst

Ruim één miljoen mensen in Nederland zeggen geen vrienden te hebben, bleek uit een recent onderzoek van het NIPO, in opdracht van het Leger des Heils. Een op de tien mensen voelt zich regelmatig buitengesloten van de samenleving. Het zijn cijfers die de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam bekend voorkomen. Hij doet al jaren onderzoek naar de maatschappelijke participatie van burgers. Eerder deze maand was hij in Nederland voor een lezing bij het Instituut voor Migratie en Etnische Studies.

Uit onderzoek dat hij deed naar de effectiviteit van het bestuur in Italië, bleek dat een levendig maatschappelijk middenveld een goede voorspeller is van het succes van een overheid. Het heeft volgens hem alles te maken met vertrouwen. Mensen zijn bereid om belasting te betalen als ze het idee hebben dat anderen dat ook doen. Ontbreekt dat vertrouwen dan verdampt de bereidheid om mee te werken.

Putnam is er dan ook van overtuigd dat door de teloorgang van het sociale leven de mentaliteit van mensen is veranderd. In verenigingen leren mensen om samen te werken met mensen die niet zijn als zij. Ze moeten luisteren. Die bereidheid om je in anderen te verplaatsen staat door de maatschappelijke verschraling onder druk en dat gaat ten koste van de solidariteit. Het is typerend dat in het hierboven genoemde onderzoek van het NIPO niet alleen bleek hoeveel Nederlanders zich buitengesloten voelen, maar ook dat het mededogen met zwakken in de samenleving afneemt.

Een op de vijf mensen vindt daklozen profiteurs van de samenleving. Een op de drie vindt dat mensen met een groot schuldenverleden geen nieuwe bankrekening meer mogen krijgen. Putnam vindt dan ook dat de zorg om de verschraling van het maatschappelijk leven absoluut geen conservatief thema is. Integendeel. Solidariteit kan volgens hem alleen overleven in een maatschappij met een levendig maatschappelijk middenveld.

- Wat heeft wantrouwen jegens de politiek te maken met zingen in een koor of actief zijn in een vrijwilligersorganisatie?

'Het vertrouwen in politieke instituties is de afgelopen decennia stelselmatig gedaald. Dat heeft te maken met wat ik noem de vermindering van het sociale kapitaal. Onder sociaal kapitaal versta ik het sociale netwerk dat mensen onderhouden en kunnen aanboren. Zijn ze lid van een zangkoor of een sportclub? Zijn ze actief in een vakbond of een kerk? Deze deelname is over de hele linie verminderd. Uit mijn onderzoek in Italië bleek dat de rijkdom van het sociale leven een betrouwbare voorspeller was voor het succes van de regionale overheden. In het zuiden van Italië was het sociale kapitaal gering en de prestaties van de overheden belabberd. Zo ontstaat al snel een neerwaartse spiraal. Als mensen de overheid niet vertrouwen, stellen ze zich niet coöperatief op. De overheid krijgt hierdoor minder makkelijk dingen voor elkaar, waardoor mensen worden versterkt in het idee dat je beloftes van de overheid niet al te serieus moet nemen.'

- Een levendig verenigingsleven kan dat vertrouwen herstellen?

'Als er een sterk netwerk is van organisaties is politiek een permanent proces van onderhandelingen. Ideeën over onderwijs of criminaliteitsbestrijding komen in het hele netwerk van vakbonden, kerken en belangengroepen tot stand. Als dit sociale kapitaal ontbreekt kan de politieke elite alleen nog via de media aan de bevolking haar boodschap kwijt en via focusgroepen en opiniepeilingen vernemen wat de bevolking ergens van vindt. Maar dat is natuurlijk geen communicatie. Het is het ventileren van individuele opinies aan de ene en de verkoop van standpunten aan de andere kant. Van overleg of debat is geen sprake. Politiek wordt door het ontbreken van dit sociale kapitaal een afstandelijke zaak. Mensen voelen zich niet betrokken. Een ander gevolg is dat het politieke partijen veel afhankelijker heeft gemaakt van geldschieters. Ze moeten immers reclametijd kopen op de televisie. Het opent de weg voor schandalen als met het energiebedrijf Enron, dat politici van alle partijen geld toeschoof. Ook dat ondermijnt het vertrouwen in de politiek.'

- Maar de politieke elite communiceerde toch niet met de bevolking via sportverenigingen?

'Als ik de mensen om me heen niet ken, ben ik minder bereid ze te vertrouwen. In een grote anonieme stad word je eerder bedonderd dan in een klein dorp. Nu is vertrouwen in je medemensen principieel iets anders dan vertrouwen in de overheid, maar het gaat vaak wel gelijk op. Ik maak een onderscheid tussen participatie die is gericht op het laten horen van je stem en participatie waarbij luisteren van belang is. Als mensen moeten samenwerken in een vereniging leren ze dat je er met schreeuwen niet komt. Een democratie kan alleen floreren als mensen ook bereid zijn om te luisteren. Anders is het onmogelijk om tegengestelde belangen te verzoenen en dus om een goede politiek te voeren. Dan voelt iedereen die zijn zin niet krijgt zich gefrustreerd. Dat lijkt nu het geval. We zijn een samenleving geworden van praters die niet kunnen luisteren.'

- Uw boek heet Bowling alone, maar mensen gaan niet alleen bowlen, ze doen het alleen niet meer in clubverband.

'De eerste keer dat ik sprak over 'bowling alone', in een artikel in 1995, had ik inderdaad de terugloop van bowling in clubverband op het oog. Maar later bij het werken aan het boek, heb ik ontdekt dat ook informele contacten drastisch zijn teruggelopen. Mensen nodigen minder vaak vrienden uit, spelen minder kaart met elkaar, gaan minder picknicken, gaan minder vaak iets drinken. Mensen brengen domweg minder tijd door met elkaar. Bovendien is het sociale effect van lid zijn van een vereniging en uit gaan met vrienden niet hetzelfde. Dat heeft te maken met het verschil tussen wat ik noem 'dik' en 'dun' vertrouwen. Het ene heeft betrekking op mensen die je goed kent, het andere op mensen die je in het voorbijgaan ontmoet. Voor een soepel functionerende democratie is vooral het dunne vertrouwen van belang. Vrienden hebben vaak veel gemeenschappelijks, een vergelijkbare opleiding en achtergrond. In een vereniging ontmoet je daarentegen mensen die één ding met je gemeen hebben, maar in veel andere dingen van je verschillen.'

- Als mensen zich opsluiten in hun eigen kringetje neemt de tolerantie jegens anderen af?

'De tolerantie niet, wel de solidariteit. Tolerantie als een principe van leven en laten leven past heel goed bij een verbrokkelde maatschappij. Ik geloof niet in Allah en als jij dat wel doet zal dat me worst wezen. De verschraling van het sociale leven heeft naar mijn idee niet zozeer geleid tot een vermindering van tolerantie. Integendeel. In levendige sociale gemeenschappen kan een grote intolerantie bestaan tegen mensen met afwijkende ideeën of levensstijlen. Solidariteit is iets anders. Dat betekent dat je met anderen meeleeft. Er is letterlijk te weinig dat we delen. Mensen zien wij steeds meer als mensen zoals ik. Het is daarom mijn stellige overtuiging dat als het ons niet lukt om ons sociaal kapitaal te vergroten, als we de maatschappelijke participatie niet bevorderen, het voeren van een sociale politiek op termijn onmogelijk zal worden. Dan gaan politieke partijen egoïsme en groepsbelangen uitdragen.'

- Maar er zijn toch ook organisaties die mensen juist opsluiten in hun eigen kringetje. Dat is de kritiek op veel islamitische verenigingen.

'In mijn werk maak ik als het gaat om sociaal kapitaal onderscheid tussen ''bonding'', deelname in verenigingen die groepsbanden versterken en ''bridging'', deelname in organisaties die groepen overstijgen. Tot een jaar of twee geleden dacht ik dat er een negatief verband tussen die twee bestond. Hoe actiever mensen in een islamitische verenigingen zijn hoe minder ze zouden participeren in de rest van de samenleving. Mijn recente onderzoek in de Verenigde Staten bewijst dat dit absoluut niet klopt. Het is niet zo dat je maar een beperkte hoeveelheid vertrouwen hebt en dat loyaliteit aan de ene groep direct ten koste gaat van loyaliteit aan de bredere samenleving. Integendeel. Zwarte mensen in de Verenigde Staten die meer zwarte vrienden hebben, hebben ook meer witte vrienden. Zwarte mensen die meer vertrouwen hebben in zwarte mensen, hebben ook meer vertrouwen in witte mensen. Loyaliteit jegens de één gaat dus niet ten koste van loyaliteit jegens een ander. Het alternatief voor deelname aan organisaties die de groepsbanden versterken, is meestal isolement en dat komt het vertrouwen in de samenleving helemaal niet ten goede.'

- Lid zijn van verenigingen maakt mensen altijd socialer?

'Natuurlijk niet. Lid zijn van de Ku Klux Klan maakt niet dat ik vriendelijk word tegen zwarten en hetzelfde geldt voor actief zijn in een Al Qa'ida cel. Ik vraag alleen dat we precieser nadenken over wat organisaties doen. Het is te makkelijk om te denken dat elke organisatie die de groepsbanden versterkt de integratie in gevaar brengt. De geschiedenis van de Verenigde Staten leert dat ook. Toen de Italianen naar Amerika kwamen richten ze eerste Italiaanse organisaties op. Hetzelfde geldt voor de joden en de Ieren. Ook toen werd gesomberd over het gevaar van gettovorming.

'Terugkijkend kunnen we concluderen dat dit organisaties waren die de integratie niet hebben belemmerd. Ze vormden een sociaal vangnet dat deelname in de wijdere samenleving bevorderde. In de Verenigde Staten hebben vandaag de dag Italiaanse Amerikanen nog altijd veel Italiaans-Amerikaanse vrienden en hetzelfde geldt voor joodse en Ierse Amerikanen. Toch lukt het prima om in dezelfde samenleving te wonen. Op weg naar zo'n pluralistische samenleving kunnen etnische of religieuze organisaties dus best een positieve rol vervullen. Hoe opener en democratischer organisaties zijn hoe beter dat gaat. Ik sta dus wel sceptisch tegenover moslimorganisaties die vrouwen ernstig discrimineren.'

- Uw boek is een sombere analyse, maar in uw slotwoord gooit u alles om. Als we maar willen kunnen we het sociale weefsel best herstellen. Daar lijkt de wens de vader van de gedachte.

'Als een goede dokter moet je eerst de kwaal analyseren voor je hem kunt bestrijden. Op het einde heb ik willen benadrukken dat het geen onafwendbare ontwikkeling is. Ik ben nu een boek aan het afmaken over twaalf voorbeelden waar de negatieve trend is omgebogen. Zo zijn in de VS megakerken, waar mensen met twintigduizend tegelijk een dienst bijwonen, mateloos populair. We bespreken een vakbond die groeit in plaats van krimpt en de stad Portland in Oregon waar de maatschappelijke participatie juist toeneemt. Het kan dus wel.'

- Is er een gemeenschappelijke noemer in deze successen?

'Een overeenkomst is dat al deze organisaties sterk de nadruk leggen op directe contacten. De vakbond verbiedt haar leidinggevenden bijvoorbeeld om via brieven met de achterban te communiceren. Ze eist dat de leidinggevenden persoonlijk langs gaan bij de leden om ze op de hoogte te stellen van de ontwikkelingen. Een ander voorbeeld is een Mexicaans-Amerikaanse wijkorganisatie. Zij gebruiken een techniek die ze één op één hebben genoemd. Elk lid verplicht zich om een uitgebreid gesprek te hebben met iemand die geen lid is. En dat gesprek moet niet gaan over de organisatie of de politiek, het moet geen reclamepraatje zijn. Het moet gaan over het leven en over de problemen waar de man of vrouw die geen lid is tegenaan loopt. Dat smeedt een band en dat is veel belangrijker dan de onhaalbare belofte dat de organisatie die problemen wel eens even zal oplossen.

'Een organisatie die zich meer richt op directe contacten heeft echter een ongelooflijk groot probleem. Het vreet tijd. Maar ik geloof dat er geen alternatief is. Er bestaat geen magische formule, geen snelle reclameactie om het sociaal kapitaal te herstellen. Easy bonding is net zo vluchtig en gevaarlijk als easy money.'

Meer over