Landschap

'Er zitten ook mensen die zich niet bewegen kunnen. Die mensen zijn veroordeeld om dit allemaal aan te zien.'..

Het heeft iets tragisch dat de eerste echte Nederlandse televisie-auteur volgende week zijn 80ste verjaardag moet vieren zonder enig optreden op de door hem zo virtuoos gebruikte 'verrekijk'. Gerard Reve heeft zich uit de openbaarheid moeten terugtrekken. 'Liefde of geen liefde, en ouder worden, en dan de dood', dichtte hij in 1973 al.

Veertig jaar schrijverschap op televisie is ten einde gekomen. Zijn allereerste optreden moet in een programma van de AVRO geweest zijn, waar hij met een verborgen camera op de markt op het Waterlooplein in Amsterdam rondscharrelt en kooplieden interviewt.

En vóór zijn deelname aan Zo is het toevallig ook nog 'ns een keer heeft hij er al een Literaire Ontmoeting met H.A. Gomperts opzitten, in 1963 - een live gesprek van een uur, voorafgegaan door een immens treurige impressie van Betondorp, waar de schrijver zijn jeugd doorbracht en waarover hij in het filmpje zegt: 'Ik voel mij hopeloos verlaten, en in de schemerige straten schommelt de sneeuw omlaag.'

Hij is in zijn carrière onnoemelijk vaak geïnterviewd, in alle denkbare media.

Hij deed er ook vaak erg zijn best op, bevestigt Tom Rooduijn, die hem meermalen langdurig heeft gesproken over leven en werk. Rooduijn bundelde vorig jaar zijn Reve-interviews (Revelaties) en is trots op de brief die hij van de schrijver kreeg na het eerste vraaggesprek, in 1975, in Nieuwe Revu.

Gerard Reve was erg enthousiast: 'Echt kwaliteits-en vakwerk, zoals men vandaag de dag niet veel meer ziet: het is meestal zulk een dom, verwaten, onbeschoft en onbekwaam tuig dat je ontvangen moet, en dat alles verkeerd en verdraaid en andersom en vervalst wederEigenlijk was de brief gericht aan de hoofdredacteur van Nieuwe Revu, die een duidelijk advies kreeg: 'Geef de jongen meer te doen, en opslag ook, moge ik U raden.'

De schrijver kon ook heel wat minder positief reageren. Hij haatte bijvoorbeeld de Haagse Post, zoals hij in 1967 in een brief aan de door hem hevig aanbeden Jan Cremer duidelijk maakte:

'Overigens hoop ik dat je de Haagse Post voor die verzinsels van jou eens flink aanpakt. Het is allemaal afgunst van brildragende, kleinbelulde, naar rottend hout & bestorven hoofdroos riekende intellektuelen, die het niet kunnen verkroppen dat jij een Prins bent, die elke middag met gemak een dozijn seksslaven of -slavinnen in een gouden bad gehoorzaamheid bijbrengt, terwijl zij met moeite één vrouw, met open tering & een houten been weten te bemachtigen.'

Als een paar jaar later de hoofdredacteur van de Haagse Post, W.L. Brugsma, een tv-interview met Gerard Reve en zijn broer Karel voorbereidt, is de stemming nog altijd licht geprikkeld. Brugsma schrijft daarover: 'Wanneer de schrijver begint over de unieke combinatie van scheppend kunstenaarschap en kassucces dat in hem belichaamd is, slaat de buikgriep bij de interviewer toe, een hevige misselijkheid overvalt hem en hij verontschuldigt zich. De schrijver oppert meelevend dat er wel eens een hartaanval op komst zou kunnen zijn.'

Uitgesproken teleurstellend is het om de Grote Gerard Reve Show terug te zien, uitgezonden in mei 1974, een programma waarop regisseur Rob Touber zich van de NOS helemaal had mogen uitleven. Reve moet er de clown uithangen, zijn overacting is niet om aan te zien en de sketches mislukken allemaal jammergeeft.'lijk. De destijds hypermoderne technische trucs waarin Touber excelleerde, hebben vandaag hun charme verloren.

Nee, als de publieke omroep de Grote Volksschrijver bij zijn 80ste verjaardag had willen eren, dan was het wel een idee geweest een veertig minuten durend interview met de jonge kunsthistoricus Antoine Bodar weer eens uit te zenden.

In een KRO-serie met de licht aanstellerige titel Eeuwigh gaat voor Oogenblick liet Reve, in december 1991, zijn gesprekspartner alle hoeken van de zaal zien. Bodar, nog een kleine maand plebaan van de Sint Jan in Den Bosch en columnist bij het Brabants Dagblad, had zich heel goed voorbereid en allerlei diepzinnige vragen bedacht, over de apocalyps en, waarom niet, het manicheïsme.

Reve vroeg zich bezorgd af of dit allemaal wel interessant zou zijn voor de mensen thuis. Nerveus week Bodar voor een ogenblik van de voorgenomen vragen af: 'Dan kunnen ze de tv toch uitzetten?'

Reve antwoordde: 'Er zitten ook mensen die zich niet bewegen kunnen en die wachten op de huishoudster of de verpleegster die de knop moet indrukken. Die mensen zijn veroordeeld om dit allemaal aan te zien.'

Zijn ware aard toonde Reve even later nog even, door zijn nieuwste boek Bezorgde Ouders omhoog te houden, onder de uitroep: 'Verkrijgbaar in de erkende boekhandel.' Aan het eind van het gesprek blikte Reve tevreden terug op zijn carrière, hij had in zijn boeken het beste gegeven wat hij had. 'En als ze het dan nog niet mooi vinden, dan kunnen ze de pot op. En als God het dan nog niet mooi vindt, dan moet hij zelf maar eens een boek schrijven.'

Meer over