Landjepik geeft milieu de ruimte

Landbouwgrond, wegen, natuurgebieden; de Nederlander neemt veel ruimte in beslag. En wat geen ruimte lijkt te kosten, zoals uitstoot van kooldioxide, is toch in hectares om te rekenen....

JE ZOU HET op het eerste gezicht niet zeggen, samengepakt als we zitten met zestien miljoen mensen in een klein land, maar de Nederlander leeft op te grote voet. Ruim 4,7 hectare grondoppervlak per persoon nemen we gemiddeld in beslag. Daarmee bezetten we eigenlijk het grondoppervlak van een land als Frankrijk.

Dergelijk vorstelijk grondbeslag komt niet alleen door privé-bezit van huis en tuin, maar ook door gedeeld gebruik van straat, snelweg, sportveld en natuurgebied. En landbouwareaal, veel landbouwareaal, zowel hier als in de Derde Wereld.

Ruimte, ruimte, moeten we hebben en steeds meer. Vergeleken met het grondgebruik aan het begin van deze eeuw is de ruimteclaim fors toegenomen. De Nederlander soupeert bijna zestien keer zoveel ruimte op als een inwoner van India. Als iedereen in de wereld zo kwistig land verbruikte als wij, zou een tweede aardbol nodig zijn. De aarde zou daarentegen duurzaam draaien als iedereen genoegen nam met 1,7 hectare, drie voetbalvelden.

Deze beweringen zijn afkomstig van rekenexercities die onderzoekers van het Van Hall Instituut in Leeuwarden presenteren. 'We wonen op een klein stukje aarde, maar voor allerlei producten hebben we onze tenen in verre streken staan, van bananenplantage tot katoenveld, en van rijstakker tot tropisch regenwoud', zegt Hugo Schönbeck van het Van Hall Instituut.

Hij werkt aan de vervolmaking van een test, die 'de ecologische voetafdruk' wordt genoemd. Het begrip komt van twee Canadese onderzoekers, William Rees en Mathis Wackernagel, die in 1996 het boek Our Ecological Footprint schreven. Sindsdien hebben sommige gemeenten, provincies, bedrijven en individuen hun voetafdruk opgemeten. Ook in het buitenland wint de ecologische voetafdruk aan populariteit.

'We rekenen alle ruimtebeslag om in hectare', zegt Schönbeck. 'Landbouwgrond, hulpbronnen, de ruimte van een fabriek en elektriciteitscentrale, maar ook de kolen, olie en metalen in het winningsgebied. We proberen alle beslag nauwgezet te registreren aan de hand van cijfers van het CBS', aldus Schönbeck. 'Veel gebruikte eenheden in de milieukunde als tonnen, joules of microgrammen per kubieke meter spreken de mensen niet aan.'

Om tot de uniforme eenheid van hectare te komen, moet het Van Hall Instituut halsbrekende toeren uithalen. Zo wordt de hoeveelheid verbruikte energie en de daaraan gekoppelde uitstoot van het broeikasgas CO2 omgerekend door de hoeveelheid bos te nemen die nodig is om de kooldioxide-uitworp weer vast te leggen. 'Honderd gigajoule energie is goed voor ongeveer één hectare bos', zegt Schönbeck.

Deze hypothetische oppervlakteclaim is nog wel voor te stellen, maar er zijn nog andere methoden in zwang om CO2 te bestrijden: wegstoppen onder de grond of ter beschikking stellen aan tuinders. Dan heb je heel andere omrekenfactoren nodig om het aantal hectares te bepalen. Bovendien is het een klus om de leeftijd van het bos te verdisconteren in de voetafdruk. Dat is van belang, want jong bos legt meer koolzuurgas vast dan volgroeide bomen.

Voorts laat veel milieubelasting zich niet of slecht tot hectares omrekenen. Gebruik van chemicaliën, wegsijpelen van nitraat naar het grondwater of de aantasting van de ozonlaag blijft buiten beschouwing. Zelfs de toch niet zo moeilijk te achterhalen hoeveelheid gifgrond is niet in de voetafdruk verwerkt. Onduidelijk is ook welk land bijvoorbeeld de mestvervuiling bij zijn voetafdruk moet tellen: Nederland of de landen waar de varkenshammen naar toe worden geëxporteerd.

Het Van Hall Instituut werkt aan de antwoorden op deze vragen. 'Het model is nog in ontwikkeling', verklaart Schönbeck. 'Voor milieubelasting als chemicaliën werken we aan een factor die wordt uitgedrukt in het kwaliteitsverlies van de aarde.'

De kracht van de voetafdruk ligt volgens hem niet in de exactheid van het getal. 'Het is meer een aansporing om duurzaam gedrag te ontwikkelen. Het kan een middel zijn om burgers meer bij milieu- en leefbaarheidsvraagstukken te betrekken.'

In acht Nederlandse steden werkt Schönbeck aan een gemeentelijke voetafdruk, en veel burgers vragen de gratis diskette aan waarmee ze hun eigen voetafdruk vaststellen. Ook op Internet is de software verkrijgbaar (www.vhall.nl/bca/pgsim). De Vereniging Milieudefensie meet in haar blad de voetafdruk van prominente Nederlanders.

Er zijn de laatste jaren meer methoden in zwang die op de een of andere manier de appels en peren proberen op te tellen tot een bruikbaar getal. In de zogeheten lokale duurzaamheidsspiegel kunnen gemeenten aan de hand van vragenlijsten zien hoe hun milieubeleid ervoor staat.

Het Nederlands Comité van de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN in Amsterdam presenteert regelmatig een kaart waarin het beslag van de Nederlandse landbouwgrond in het buitenland wordt gepresenteerd. 'Elke Nederlander heeft 0,13 hectare landbouwgrond ter beschikking, maar ook nog eens 0,9 hectare in het buitenland', zegt beleidsmedewerker Cas Besselink. De Nederlander neemt ook nog 0,3 hectare buitenlands bos in bezit, en verder wordt er voor elke Nederlander jaarlijks 34 vierkante meter tropisch bos omgehakt.

Bezwaar van Besselink tegen de voetafdruk-test is dat geen rekening wordt gehouden met de kwaliteit van de hectare. 'Voor de voetafdruk maakt het niet uit of je een hectare van Amsterdam verbruikt of een kwetsbaar mangrovebos, regenwoud of een broedgebied van zeldzame vogels.'

Principiële kritiek heeft milieu-econoom prof. dr. Harmen Verbruggen van het Instituut voor Milieuvraagstukken aan de VU in Amsterdam. 'Dergelijke meetmethoden wekken de suggestie dat wij consumenten een soort neokoloniale vorm van landjepik plegen. En dat is volstrekt onjuist. De boeren in Thailand en Brazilië komen in opstand als we stoppen met het afnemen van tapioca en soja voor het Nederlandse vee.'

Volgens Verbruggen schuilt er achter de gedachte van de voetafdruk een afkeer van internationale handel en een voorkeur voor autarkie. 'Je kunt niet alles zelf verbouwen, de druiven van de port groeien nu eenmaal in Portugal. Wel moet je streven naar duurzame handel, fatsoenlijke prijzen en eerlijke contracten.'

Minister Pronk van Milieu is wel gecharmeerd van de ecologische voetafdruk. Toch kreeg de bewindsman deze week het advies van de VROM-raad de voetafdruk niet te gebruiken om het milieubeleid meer in de richting van mondiale duurzaamheid te sturen. 'Daar is het getal van de hectares te grofmazig voor', aldus de adviesraad.

Dat vindt ook prof. dr. Hans Opschoor van het Institute of Social Studies in Den Haag. 'Hectares is een monomane maat', zegt Opschoor, die enige jaren geleden met het begrip milieugebruiksruimte een poging deed de milieubelasting van een individu aan te geven.

'We moeten af van de eenheidsworst', zegt Opschoor. 'De voetafdruk geeft de burger een valse exactheid.' Behalve de voetafdruk zag hij tot zijn ongenoegen de afgelopen jaren de milieubelasting ook al eens in kilogrammen uitgedrukt ('de ecologische rugzak'). Opschoor vindt dergelijke berekeningen een veel te simpele weergave van de werkelijkheid. 'Je hebt nu eenmaal verschillende indicatoren als energie, waterlozingen en CO2 -uitstoot nodig om de milieubelasting te duiden. Anders verkoop je mensen knollen voor citroenen.'

Meer over