Land van (n)Ooit

Het sprookjespark was amper 74 dagen open: het Land van Ooit in Tongeren, België. Een miljoenenfiasco werd het. Het Nederlandse echtpaar dat verantwoordelijk wordt gehouden voor de ondergang hoort vandaag van de rechter of het de schade moet vergoeden. 'We zijn naïef geweest, maar we zijn geen fraudeurs.'

DOOR LEEN VERVAEKE

p 30 augustus 2007, vier dagen nadat hij alles was kwijtgeraakt, begon Marc Taminiau te beseffen dat hij iets moest doen. Hij besloot zo veel mogelijk documenten te verzamelen: brieven, contracten, rekeningen. Hij ging langs bij voormalige werknemers, aannemers, bankiers, en kopieerde alles wat hij kon vinden. Zo vulde hij map voor map, tot hij een hele kamer - 3,5 bij 7 meter - vol mappen had.

Het papieren spoor van zijn doen en laten, meer dan vier jaar lang. En van de ondergang van zijn levenswerk.

'Het was een monnikenwerk', zegt Taminiau. 'Ik had ontvelde handen van al het papier. Maar geleidelijk begon ik verbanden te zien, en kon ik ook andere mensen overtuigen. Onze advocaat bijvoorbeeld, die dacht eerst dat wij hartstikke fout waren. Maar door mijn archief begon hij ons toch te geloven. Als we dat niet hadden gehad, waren we reddeloos verloren geweest.'

Marc Taminiau klinkt vermoeid, maar strijdbaar. De 72-jarige Nederlander staat in België terecht, samen met zijn vrouw Marjan (71) en hun zoon, voor valsheid in geschrifte, fraude en misbruik van vennootschapsgoederen. Het drietal wordt verantwoordelijk geacht voor de ondergang van het Land van Ooit, een pretpark in het Belgische Tongeren dat in 2007 openging, maar na amper 74 dagen de deuren moest sluiten. Een fiasco ter waarde van 26 miljoen euro, waarvan 16 miljoen overheidsgeld.

De andere partners in het Land van Ooit - de stad Tongeren, Toerisme Vlaanderen en projectontwikkelaar Strabag - wezen meteen naar de Taminiaus, en het Openbaar Ministerie volgde die redenering. De Taminiaus zouden hun Belgische werkkapitaal doorgesluisd hebben naar hun rekeningen in Nederland, om daar financiële putten te vullen. Ze maakten, volgens het OM, valse facturen op, en creeerden frauduleuze constructies.

Woensdag spreekt de rechter in Tongeren het vonnis uit. Maar de Taminiaus voelen zich slachtoffer. Van politici die onder één hoedje spelen, van een doofpotoperatie bij de politie, van een eenzijdig onderzoek door het OM. 'Ik hou van Vlaanderen', zegt Marc Taminiau. 'Ik heb nooit een Nederland-België van onze zaak willen maken, maar we zijn in België in een kafkaëske wereld terechtgekomen.'

kassa en bezemstelen

Het Belgische avontuur van de Taminiaus begint in 2003. De Vlaamse regering heeft een potje geld om de Limburgse economie te stimuleren, en geeft toestemming om daarmee een recreatiepark in Tongeren te bouwen.

Als uitbaters vraagt men Marc en Marjan Taminiau, die naam hebben gemaakt in de Nederlandse pretparkwereld. Hij is voormalig directeur van de Efteling, en oprichter-eigenaar van het Land van Ooit in Drunen. Zij is zijn creatieve rechterhand en bedenker van Ooit-personages als Sap de Aardwortel en Kloontje het Reuzenkind. Met hun sprookjespark moeten ze jaarlijks tienduizenden toeristen naar Tongeren lokken.

Maar al kort na de eerste steenlegging, in juni 2006, krijgen de deelnemers in het project ruzie. In de ogen van de Taminiaus voldoet de bouw niet aan de normen. Het theater telt 3.300 in plaats van 4.000 zitjes, er zitten scheuren in het beton, de brandveiligheid is ondermaats en eenderde van de aangeplante bomen is dood. Marc Taminiau weigert aan zijn financiële verplichtingen - ongeveer 1 miljoen euro - te voldoen.

Volgens bouwbedrijf Strabag en aandeelhouder Plinius NV (Tongeren en Toerisme Vlaanderen) zijn er geen bouwgebreken. Zij wijzen op de ondertekende oplevering - volgens Marc Taminiau onder druk ondertekend - en vinden dat Taminiau de financiële gezondheid van het project in gevaar brengt.

De spanningen nemen toe als het pretpark na de opening op 16 juni 2007 een trage start kent. Door het slechte weer komen er dagelijks 550 bezoekers in plaats van de gehoopte 1.000.

Achter de schermen loopt het conflict steeds hoger op. Plinius NV dient een klacht in en laat beslag leggen op het pretpark, van kassa's tot bezemstelen. Amper 74 dagen na de opening zien de Taminiaus zich verplicht om de deuren te sluiten en het faillissement aan te vragen.

gladde hollanders

Vijf jaar later is er van het Land van Ooit niets meer over. Het Roze Kasteel, het Oram Doram Doridam Theater en de andere attracties zijn in 2011 gesloopt. In hun plaats liggen nu drassige, met onkruid overgroeide velden. Alsof er nooit iets is geweest.

'De schuld van die gladde Hollanders, natuurlijk', zegt Paul Engelen in zaal D van de Tongerse rechtbank. De advocaat van de familie Taminiau klinkt sarcastisch. 'Die gladde Hollanders, die de Belgische overheid zijn komen uitzuigen. Dat heb ik hier letterlijk gehoord. Vanuit dat perspectief is dit onderzoek gevoerd, vanaf dag één.'

Het is 28 november 2012, de derde zitting in de rechtszaak tegen de Taminiaus. Links vooraan in de rechtszaal zit Marc Taminiau in het beklaagdenbankje. Aan de andere kant staan de advocaten van Plinius NV, bouwbedrijf Strabag en van Heineken, dat zich borg had gesteld voor een lening van de Taminiaus. Samen eisen ze 5,5 miljoen euro schadevergoeding.

Het ziet er niet goed uit voor de Nederlanders. Het OM zit volledig op de lijn van de eisers en heeft vijf jaar celstraf gevorderd. De procureur is ervan overtuigd dat de Taminiaus verantwoordelijk zijn voor het Tongerse debacle.

'Maar het onderzoek is eenzijdig gevoerd', zegt Paul Engelen, de advocaat van de familie. 'Men heeft alles op alles gezet om de Taminiaus te doen hangen. Maar op verzoeken om de andere kant te onderzoeken, is men nooit ingegaan.'

Volgens Engelen brachten niet de Taminiaus het Land van Ooit aan het wankelen, maar Plinius NV en Strabag zelf. Ze kwamen geld tekort en beknibbelden daarom op de bouw. Elk onderzoek naar hun fouten werd systematisch toegedekt. Plinius NV was immers het verlengde van het Tongerse stadsbestuur, dat een innige relatie had met het Tongerse OM.

Een forse beschuldiging, die de politici en het OM in alle toonaarden ontkennen. Maar het valt niet te negeren dat in het onderzoek naar het Land van Ooit vreemde dingen zijn gebeurd.

Zo blijkt het Belgische bouwbedrijf Cordeel tijdens de openbare aanbesteding voor het pretpark 125.000 euro te hebben gekregen, hoewel de opdracht naar zijn concurrent Strabag ging. Toen een Tongerse commissaris dat wilde onderzoeken en een proces- verbaal opstelde, verwijderde zijn overste dat stiekem uit de computer. De overste werd bestraft en het verbaal hersteld, maar van het onderzoek werd niets meer vernomen.

Daarnaast zei de Europese anticorruptiedienst OLAF in 2011 aanwijzigingen te hebben dat Plinius NV niet correct was omgegaan met 1,5 miljoen euro aan Europese subsidies. OLAF gelastte een onderzoek, dat nu federaal wordt gevoerd, maar waarvan niemand weet of het belangrijke informatie over de Taminiaus bevat.

En dan is er ook nog die brief van een onderzoeksrechter, waaruit blijkt dat het Tongerse OM het onderzoek naar het Land van Ooit in 2008 in twee delen heeft gesplitst. Maar alleen de helft tegen de Taminiaus is uitgemond in een rechtszaak. De andere helft, waarin zeventien niet-gekopieerde mappen uit Taminiaus archief zitten, is nooit aan de onderzoeksrechter overgedragen. Het OM kan niet zeggen waar de mappen, die ontlastend bewijsmateriaal bevatten, zich bevinden.

'We hebben geen idee wat er met dat onderzoek gebeurd is', zegt Paul Engelen. 'Misschien is het toegevoegd aan het OLAF-onderzoek, misschien wordt het ergens achtergehouden, we weten het niet. In ieder geval worden de Taminiaus beoordeeld op basis van een dossier dat niet volledig is. Dat is een schending van de rechten van de verdediging.'

verdwenen geld

Carmen Willems, burgemeester van Tongeren en voorzitter van Plinius NV ten tijde van de sluiting van het pretpark, twijfelt aanvankelijk om een reactie te geven. Het Tongerse stadsbestuur heeft zo veel kritiek gekregen in het dossier Land van Ooit, dat ze niet het gevoel heeft dat het nog uitmaakt wat ze zegt. Maar uiteindelijk beslist ze ons toch te woord te staan. Bijgestaan door een voormalig advocaat van Plinius NV. Voor de details, na al die jaren.

Volgens Willems verliep de bouw van het pretpark niet slecht. 'Ik heb nog bij een aannemer gewerkt, ik heb veel opleveringen meegemaakt', zegt ze. 'Aan de bouw van het Land van Ooit was niets abnormaals. En als dat wel het geval was geweest, waarom hebben de Taminiaus dan de voorlopige oplevering getekend? Er waren wat opmerkingenen bij de oplevering, maar dat is bij elke bouw zo. Ik heb het gevoel dat ze redenen hebben gezocht om niet te hoeven betalen.'

Voor Willems is de zaak duidelijk. De Taminiaus voldeden aan geen enkele van hun financiële verplichtingen, en toen Plinius NV in juli 2007 beslag legde op hun rekeningen, bleek al het geld - op 2.574 euro na - verdwenen. De overheidspartners konden niet anders dan de stekker eruit trekken.

Dat er mogelijk ook onregelmatigheden zijn gebeurd met de 125.000 euro voor bouwbedrijf Cordeel en de 1,5 miljoen euro Europese subsidies, is volgens haar helemaal niet waar, maar bovendien ook irrelevant. 'Dat heeft met hun zaak helemaal niets te maken. Ze willen het ene met het andere verweven, om het op de lange baan te schuiven.'

geen fraudeurs

Marc en Marjan Taminiau hebben de schijn tegen. Hun Nederlandse pretpark kende in 2006 inderdaad financiële problemen, ze schoven inderdaad met geld tussen hun Nederlandse en Belgische rekeningen, en nog erger, ze probeerden die verschuivingen met valse facturen te verantwoorden. Maar die facturen schreven ze naar eigen zeggen op vraag van hun Vlaamse adviseurs, die achteraf bekeken samenwerkten met de tegenpartij.

Bovendien maakten ze op zijn minst gebruik van creatieve boekhoudconstructies. In plaats van het afgesproken kapitaal van 1 miljoen euro te storten, brachten de Taminiaus voor 750.000 euro aan licentierechten op hun parkontwerp in. Dat is volkomen legaal, tenzij men op de hoogte is van een nakend faillissement.

Maar uit het archief van Marc Taminiau blijkt dat het Nederlandse stel zelf niet uitging van een faillissement. Integendeel, tot op het laatste moment zetten ze zich met hart en ziel in voor het Belgische pretpark, dat na vijftien jaar hun eigendom zou worden. Over de bouwgebreken verstuurden ze liefst 115 brieven. En op de laatste dag maakten ze nog 250.000 euro over naar België, waarmee ze de lonen betaalden. 'Wie stort er nou 250.000 euro als ie failliet gaat?', zegt Marjan Taminiau.

De twee zeventigers lijken geen doortrapte fraudeurs, maar hun boekhouding was niet vlekkeloos. Het is moeilijk te beoordelen of ze daardoor het slachtoffer zijn geworden van hun zakenpartners, of dat ze zelf de boosdoeners in Land van Ooit-debacle zijn.

Ook kenners van het dossier vinden het moeilijk dat onderscheid te maken. 'Over de familie Taminiau doe ik geen uitspraken', zegt Jan Peumans, die als Limburgs N-VA-politicus tal van parlementaire vragen over het Land van Ooit stelde. 'Maar dat alle schuld bij de Taminiaus ligt, is heel kort door de bocht. De politici die zich met het dossier bemoeid hebben, hebben minstens evenveel verantwoordelijkheid.'

'Achteraf bekeken zijn we misschien naïef geweest', zegt Marjan Taminiau. 'De politieke stromingen zijn in België zó belangrijk. Daar waren wij helemaal niet op voorbereid, dat is in Nederland totaal anders.'

Zo kon het dat de Taminiaus zich volledig lieten omringen met adviseurs uit de kringen van de liberale Open Vld, de partij die Plinius NV domineerde. 'Al die mensen, die wij helemaal vertrouwden, bleken achteraf tot de tegenpartij te behoren. Daar wisten wij helemaal niets van. Die politieke onderstroom was ons totaal ontgaan.'

Hun Belgische avontuur is de Taminiaus duur te staan gekomen. In november 2007 ging ook het Nederlandse Land van Ooit failliet, volgens hen door de stroom negatieve publiciteit over de Tongerse naamgenoot. Hun rekeningen werden geblokkeerd, hun mooie vierkantshoeve werd aangeslagen, ze raakten miljoenen euro's kwijt.

Nu leven ze op kleine voet, in een bescheiden appartement in Antwerpen. 'Veel mensen begrijpen niet waarom we nog in Vlaanderen willen wonen', zegt Marc Taminiau. 'Maar ik wil niet weglopen voor mijn problemen. Ik heb niet gedaan waar ik van beschuldigd word. Niet toevallig, niet opzettelijk.'

undefined

Meer over