Land in de puberteit

Sinds de dood van Franco, twintig jaar geleden, is Spanje flink gemoderniseerd. Het land is in ijltempo op Westeuropees peil gebracht....

CEES ZOON

Zijn borst is niet breed genoeg voor al zijn onderscheidingen. Hij is de meest gedecoreerde officier van de Guardia Civil, met 26 lintjes, strikjes en medailles op zijn uniform, stuk voor stuk verdiend in de strijd tegen het terrorisme: Enrique Rodríguez Galindo is Spanjes nationale boegbeeld van de oorlog tegen de Baskische terreurbeweging ETA.

In 1992 nog werd dank zij Galindo's netwerk en voorbereidingen de voltallige ETA-top in het Franse Bidart opgepakt en voor de Spaanse rechter gebracht. Geloofd en geprezen klom Galindo recentelijk op tot generaal en werd hij benoemd tot bijzonder adviseur op de ministerie van Binnenlandse Zaken in Madrid.

En nu zit generaal Galindo in de gevangenis.

Hij blijkt het motto van de Guardia Civil, Alles voor het vaderland, tot in de uiterste consequenties te hebben doorgevoerd. De officiële beschuldiging luidt: 'Ontvoering, marteling, moord'.

Kazerne, wordt het militaire complex Intxaurrondo neutraal genoemd. De uitvalsbasis van Galindo in San Sebastián heeft meer weg van een klein stadje, met torenflats waarin de leden van de Guardia Civil en hun familie zijn ondergebracht. Vanuit Intxaurrondo trok de Spaanse overheid ten strijde tegen het terrorisme, maar er werden ook zaken bekokstoofd die bij de dood van dictator Franco met veel bombarie definitief tot het ondemocratische verleden waren bestempeld.

In 1983 werden de twee ETA-militanten José Antonio Lasa en José Miguel Zabala in het Franse Bayonne ontvoerd door een groep agenten van de Guardia Civil. Op de basis Intxaurrondo werden ze dagenlang gemarteld, terwijl Galindo, de commandant van de basis, volgens getuigen met een kap over het hoofd present was. De twee werden vervolgens naar een afgelegen plek in de provincie Alicante gereden, waar zij hun eigen graf moesten graven en daarna met een nekschot om het leven werden gebracht. Hun lijken werden pas vorig jaar gevonden en geïdentificeerd.

De zaak Lasa/Zabala maakt deel uit van de vuile oorlog, waarin de zogenoemde GAL (de Spaanse afkorting van Antiterroristische Bevrijdingsgroepen) ETA-militanten of vermeende ETA-militanten ontvoerden, martelden en vermoordden. Er zijn ten minste 27 slachtoffers van de van overheidswege opgezette GAL bekend. Eenderde van hen had hoegenaamd niets met de ETA te maken, zij waren het slachtoffer van 'vergissingen'. Dagelijks komen er nieuwe onthullingen over de GAL en hun opdrachtgevers, een affaire die Spanje in een shocktoestand heeft gebracht.

Hij is jong en dynamisch, ziet er goed uit, en barst van de energie. En hij is niet van de televisie af te slaan. Baltasar Garzón is Spanjes superrechter, de onvervaarde strijder tegen drugsmafia en corrupte politici. Als instructierechter heeft hij vrijwel alle grote zaken in het land onder zich. In 1990 werd Garzón door de European Law Students gekozen tot 'rechter van het jaar'.

Baltasar Garzón, de meest gevierde van de als sterren bejubelde elite-rechters, vangt drugsbaronnen, stuurt ETA-goedpraters naar de gevangenis en vervolgt de zakkenvullers onder de politici. Garzón vult zijn dagen met het onderzoeken van het staatsterrorisme en de corruptie in de politiek, en de ongelooflijke hoeveelheid dwarsverbindingen tussen die twee.

En nu wordt Garzón zelf beschuldigd van deelname aan het smerige spel van zijn 'klanten'.

Miguel Domínguez is een ex-politieman die tot 108 jaar is veroordeeld wegens zijn lidmaatschap van een doodseskader. In 1993 besloot Domínguez te passen voor zijn rol als enige zondebok in de GAL-affaire en vertelde hij rechter Garzón alles wat hij wist over de betrokkenheid van de socialistische top-politici. Garzón verzocht hem dringend de informatie binnenskamers te houden, in ruil waarvoor hij amnestie tegemoet kon zien. Twee dagen later presenteerde Baltasar Garzón zich als de nummer twee op de kieslijst Madrid voor de socialistische partij van Felipe González.

Natuurlijk ontkent Garzón dat hij het spel heeft meegespeeld en omschrijft hij Domínguez' beschuldigingen als 'barbarij'. Zijn liefde voor de socialisten was van even korte duur als zijn politieke carrière, en sinds zijn terugkeer in de juridische wereld speelt hij de rol van de engel der wrake die de onderste steen boven zal halen. Maar de Spanjaarden bekijken hem nu sceptisch, ze zijn er te zeer aan gewend geraakt dat de integeren en onaantastbaren heel ordinair het criminele pad op blijken te zijn gegaan.

Een kleine greep uit de oogst van de afgelopen periode. Alfonso Guerra, vice-premier en nummer twee van de toenmalige socialistische regeringspartij PSOE, moet aftreden omdat zijn broer zich even vorstelijk als illegaal heeft verrijkt. Guerra is het aperitief, na hem volgt een lange stoet topfiguren uit de partij of daaraan gelieerd.

De hoofdredactrice van de Staatscourant blijkt te speculeren met de papierprijs, en schaft voor een prik schilderijen aan door zich uit te geven voor de Spaanse koningin.

Mariano Rubio, gouverneur van de Bank van Spanje, verdwijnt de cel in omdat hij de belastingen heeft getild. Mario Conde, Spanjes financiële wonderkind, heeft zo grootschalig gemanipuleerd en achterover gedrukt, dat de rechters al twee jaar bezig zijn om zijn dossier compleet te krijgen.

Luis Roldán, hoogste baas van de Guardia Civil, kocht van de geheime fondsen voor de bestrijding van het terrorisme onder meer paleizen voor zichzelf en bontjassen voor de dames van zijn ondergeschikten, en vluchtte op spectaculaire wijze het land uit.

De ex-directeur-generaal van de politie, Rodríguez Colorado, betaalde de luxe school van zijn kinderen met geld uit geheime fondsen. Dat geld kreeg hij uit handen van Mariano Jaquotot, de voormalige vice-voorzitter van Real Madrid, die officieel in koffie handelde maar in werkelijkheid als geheim agent op de loonlijst van Binnenlandse Zaken stond. Specialiteit: bestrijding van het terrorisme.

Vorige week trad de 'president' van de autonome regio Navarra af, toen de rechter vaststelde dat hij een geheime bankrekening in Zwitserland had. 'Het geld op die rekening is niet van mij', sprak de socialistische president bedrukt. Zijn voorganger had hem verteld dat het geld uit een geheim fonds was, dat voor partijdoeleinden zolang in Zwitserland gestald moest worden. De voorganger, een socialist, zit al in de gevangenis wegens verduistering.

En dan is de GAL-affaire opengebarsten. Drie ex-ministers, vier voormalige staatssecretarissen, een hele reeks generaals, allemaal zijn zij in staat van beschuldiging gesteld wegens betrokkenheid bij de moorden. Zo ongeveer alle mensen van enige naam binnen de socialistische partij moeten aan de rechter een gedetailleerde inventaris van hun bezittingen verstrekken. Hoeveel geld er precies via de geheime fondsen is verdwenen, weet niemand. Duidelijk is wel dat er door de socialisten tijdens hun veertien jaar lange bewind ongegeneerd uit de staatsruif is gevreten.

'De strijd tegen het terrorisme is een fantastische handel gebleken', concludeert Manuel Vázquez Montalbán. 'Nu gaat het fout omdat de kleine jongens, de uitvoerders, beseffen dat hun slechts wat resten van de tafel werden toegeworpen. De bazen streken het grote geld op.'

De Catalaan Vázquez Montalbán is de schrijver van Een Pool aan het hof van Koning Juan Carlos, de grote bestseller van het moment in Spanje. De Pool in kwestie is hij zelf: in Madrid is 'Pool' het gebruikelijke scheldwoord voor Catalaan. Deze Pool was ernstig verontrust over de berichten uit de verre hoofdstad en besloot persoonlijk poolshoogte te gaan nemen in de stad 'die belegerd leek te worden'. In een uitgebreide serie interviews met politici, rechters, journalisten en schrijvers probeert Vázquez Montalbán de omvang van de politieke en morele crisis in Spanje in kaart te brengen.

De Spanjaarden zijn te goed van vertrouwen geweest, is de rode draad die de schrijver door zijn betoog spint. Na veertig jaar militaire dictatuur kregen de romantische jongens van links een vrijbrief om het land te hervormen. De ene absolute meerderheid na de andere veroverden zij in de verkiezingen, een serieuze oppositie was er niet. Dat is vragen om problemen, aldus Vázquez Montalbán, zelf een linkse jongen: 'De diepe oorzaak achter de ramp was de perverse relatie tussen absolute meerderheid en absoluut vertrouwen. ''Niemand zal mij rekenschap vragen'', dacht het lijk. Daarom had het niet door dat het gebouw onder water liep, en nu openen de scheuren zich aan alle kanten.'

'Zelfs de moeder die Spanje gebaard heeft, zal het land niet herkennen', sprak Alfonso Guerra, uitdagend als altijd, aan het begin van de socialistische machtsperiode. Een uitlating die hem na de eindeloze reeks politieke en fincanciële schandalen tot in lengte van dagen zal worden nagedragen. Al zegt hij het zo niet bedoeld te hebben.

Bij de dood van Franco, twintig jaar geleden, was Spanje in veel opzichten nog een achterlijk land, waar het licht voortdurend uitviel, veel dorpen alleen per ezel bereikbaar waren en telefoneren een aanslag op het zenuwgestel inhield.

Spanje is echter razendsnel gemoderniseerd, op Westeuropees peil gebracht. Het land beschikt over een perfect wegennet dat voortdurend wordt uitgebreid, de technologie is uit de kunst, het algemene welvaartspeil mag er wezen, en zelfs traditionele handicaps als de siesta of het eeuwige manana zijn op hun retour.

De verbeteringen zijn onmiskenbaar. En daar hebben de sociaal-democraten van Felipe González dan ook altijd terecht mee lopen pronken. 'Wij hebben de wegen aangelegd in dit land', riepen ze telkens vol trots. Of: 'Vroeger moesten jullie je kinderen uit bedelen sturen, nu gaan ze naar school.' Maar achter die fraaie gevel is een hoop oud vuil blijven liggen, dat in de loop der jaren verder aankoekte.

In Spanje blijkt het nog altijd 'normaal' te zijn dat verdachten in politiecellen worden gefolterd. Zeker als zij op grond van de Antiterreurwet worden opgepakt, is de methode van de plastic zak over het hoofd tot ze bijkans stikken, nog schering en inslag. Serieuze zuiveringen in het politiekorps hebben nauwelijks plaatsgevonden tijdens wat hier heet de Transitie (Overgang). Beruchte folteraars hielden ook tijdens de regeringen van Adolfo, Suarez en Felipe González gewoon hun baan.

De GAL worden door veel opiniemakers in Spanje nadrukkelijk gelieerd aan 23-F, de code waarmee verwezen wordt naar 23 februari 1981. Op die dag pleegde kolonel Tejero zijn operette-coup door schietend de Cortes te bezetten en het voltallige parlement in gijzeling te nemen. Het was de enige echt serieuze poging de democratisering in Spanje met geweld een halt toe te roepen. De staatsgreep liep met een sisser af, mede door de gedecideerde reactie van koning Juan Carlos.

De couppoging maakte de politici in Madrid duidelijk dat zij iets moesten ondernemen om de ontreveden militairen, de troetelkinderen van Franco, de wind uit de zeilen te nemen. De tot dusver gehanteerde strategie - het niet zuiveren van het Franco-apparaat - was niet afdoende gebleken. De ETA was in die dagen bijzonder actief en pleegde de ene aanslag na de andere, waarbij altijd hoge militairen doelwit en slachtoffer waren.

Het resultaat was het 'motorkap-pact': een geheime alliantie om de oorzaken van de coup te bestrijden, dat wil zeggen de irritatie bij een aantal militairen weg te nemen. Daarmee lag de weg naar de moordbrigades van de GAL open.

In de commotie rond de GAL speelt de politieke schijnheiligheid uiteraard ook een rol. De Partido Popular van de huidige premier José María Aznar eiste als oppositiepartij dat de onderste steen boven kwam. De PP nam zelfs het initiatief voor een parlementaire onderzoekscommissie. Toen een van de gedaagde generaals liet weten voor de commissie ook de pre-socialistische staatsterreur aan de orde te zullen stellen, was de PP er als de kippen bij om de commissie op te blazen.

Het had er alle schijn van dat het onderzoek een politiek proces tegen de PSOE van González moest worden. Dat de GAL een voortzetting onder linkse vlag was van de oude rechtse politiek, diende onvermeld te blijven.

Nu weigert Aznar nog een woord vuil te maken aan de GAL: laat justitie haar werk maar doen. Er schijnt in regeringskringen zelfs te worden gespeeld met de gedachte aan een punto final, een totale amnestie voor alle betrokkenen. Bij de arrestatie van generaal Galindo liet de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken, Jaime Mayor, weten dat hij getroffen was door 'een gevoel van droefheid, pijn en verontrusting'.

'Spanje is een land in de puberteit', meent de schrijfster Carmen Posadas, echtgenote van Mariano Rubio, de wegens belastingfraude veroordeelde gouverneur van de Bank van Spanje. 'Plotseling ontdekt het bij het ontbijt dat er riolen zijn. Er bestaan slechteriken, oneerlijke mensen. Het verbaast me dat de Spanjaarden zich zo verbazen.'

Het grenzeloze vertrouwen in de goedheid van de socialisten van Felipe González heeft het land regelrecht de morele afgrond in geleid, is de conclusie van vele intellectuelen in het linkse kamp.

'Wanneer is dit land naar de verdommenis gegaan?', vraagt Manuel Vázquez Montalbán aan de schrijfster en columniste Maruja Torres. 'Toen Felipe Julio Iglesias ontving, en hem twee uur lang wist te verdragen. Sindsdien heeft Felipe nooit meer iets goeds gedaan.'

Torres voegt er een serieuze analyse aan toe. 'Links is in Spanje alleen aan de macht geweest tijdens de Burgeroorlog, en dat was een belegerde macht. Toen ze de verkiezingen wonnen, wisten die types niet wat de Staat was, en moesten ze hun toevlucht nemen tot mensen die er wel iets van wisten. Ze namen alle gewoontes van de traditionele macht over, zochten hun heil in occultisme en gebruikten een zeer substantieel deel van het repressie-apparaat van Franco.

'Vroeger, in de oppositie tegen de Franco-dictatuur, droomden we nooit van de macht', zei de schrijver Eduardo Mendoza eens. Ik zou daar iets aan toe willen voegen, zegt Vázquez Montalbán: 'Als wij al van de macht gedroomd hadden, dan dachten we die op een andere manier uit te oefenen, zonder vuile oorlogen en kazernes van Intxaurrondo, zonder schendingen van mensenrechten.'

Spanje is wezenlijk een centrum-links land, hebben de sociaal-democraten de afgelopen veertien jaar voortdurend geroepen. Kan wezen, meent Vázquez Montalbán, 'maar de cultuur van de macht in Spanje is een creatie van rechts, sinds het pleistoceen, of nog daarvoor, toen de amfibieën het water uit kropen en in landdieren veranderden. Ik weet zeker dat in Spanje die amfibieën rechts waren.'

De PSOE van González heeft de onvergeeflijke fout begaan een unieke kans te laten liggen. De vraag of anderen het beter hadden gedaan, doet niet ter zake: 'Dat is niet de kwestie. Voor de eerste keer in de geschiedenis van Spanje heeft een linkse partij een absolute meerderheid gehad en meer dan een decennium om de cultuur van de macht te hervormen, en het omgekeerde is gebeurd. De cultuur van de macht heeft de partij hervormd.'

Rechter Baltasar Garzón, in korte tijd omgevormd van socialistenvriend tot socialistenvreter, meent dat het uitgangspunt van Manuel Vásquez Montalbán onjuist is. 'Waarom praat jij toch over ze alsof ze links zijn? Geloof jij echt dat González en degenen om hem heen links zijn? Het is een groep mensen die een verbond zijn aangegaan om aan de macht te komen en daar zo lang mogelijk te blijven. Waar het hen om gaat is de macht.

'Er zullen GAL-processen zijn tot minstens het jaar 2015. Gedurende die tijd zal er heel wat boven tafel komen. De doos van Pandora is geopend.'

Meer over