Lamptey weigert om te kijken in wrok

De Ghanees Nii Lamptey was voorbestemd om een superster van het internationale voetbal te worden. ‘Ik was de nieuwe Pelé bla bla bla....

Willem Vissers

Nii Odartey Lamptey had de 33-jarige aanvoerder kunnen zijn van de Ghanese voetbalploeg tijdens de Afrika Cup. Hij ís directeur van een privéschool met 400 kinderen in een buitenwijk van Accra en mijdt het stadion. Te veel gedoe. ‘Als ik A zeg, komt het als Z in de media.’

Als hij, gezeten achter zijn bureau, de uit Nederland meegenomen videobrief van voetbalvader Aad de Mos bekijkt, breekt de lach door. ‘Voor Aad zou ik bij wijze van spreken voor niks willen voetballen bij Vitesse.’

De Mos barst later in tranen uit, als hij het vrolijke video-antwoord van Lamptey (‘Ik ben nog steeds uw zoon’) ziet, meegenomen door journalisten van Lokaalmondiaal uit Arnhem.

Nii Lamptey was begin jaren negentig het symbool voor de ontbolstering van het Afrikaanse voetbal. Roger Milla was op het hoogtepunt van zijn roem, toen uit donker Afrika sensationele berichten overwaaiden; de nieuwe Pelé was opgestaan. Piepjong. Sterk. Atletisch. Scorend.

Als 16-jarige jongen werd Lamptey op een vals paspoort België binnengesmokkeld, als zogenaamde zoon van de Nigeriaanse international Stephen Keshi. Hij werd in 1991 wereldkampioen bij de jeugd tot 17 jaar en derde bij de Olympische Spelen van Barcelona, een jaar later.

Zijn leven ging met hem op de loop. De Mos, destijds zijn eerste Europese trainer bij Anderlecht, waar Lamptey aanvankelijk weken op rij scoorde: ‘Zijn zaakwaarnemer nam hem op een zaterdag mee naar een garage. Daar mocht Nii een auto uitzoeken, hoe duur die ook was. En van die manager kreeg hij hetzelfde horloge als wereldster Roberto Baggio. Het ging iets te snel voor een eenvoudige jongen uit Ghana.’

Een goudomrande horizon gloorde, maar anno 2008 is zijn gestrande loopbaan niet eens officieel afgesloten. Hij voelt zich fit, doch twijfelt over het nut van een laatste avontuur. ‘Voetbal is tegenwoordig een multimediale business. Twintig jaar geleden was het nog vooral een kwestie van plezier, nu is het een soort atletiek. Trainers zoeken mannen die barsten van fysieke kracht. Echte voetballers hebben moeite hun spel te laten zien. Zelfs Zidane had het moeilijk in de laatste jaren van zijn loopbaan.

‘Bovendien zit ik volop in zaken. Ik heb fors geïnvesteerd in mijn school. De leraren zijn goed gekwalificeerd en verdienen een fatsoenlijk salaris. Ik heb een boerderij met vee. Als ik ergens ga voetballen, moet het om een heel goed aanbod gaan bij een club waar ze me helpen, waar anderen in dienst spelen van mij.’

Want hij merkte dat het bijna onmogelijk is te gloriëren in een slecht elftal, waarin medespelers zich afvragen waaraan die ene ster eigenlijk zijn reputatie dankt.

En dus geeft Nii Lamptey een rondleiding door de Glow-Lamp International School, langs muziekinstrumenten en computers, en door de Kindergarten met vriendelijke juffen. De balken aan het plafond zijn beschreven: ‘Wees eerlijk. Wees aardig. Heb vertrouwen.’

Nooit verstopt hij zijn voetbalverleden. De klaslokalen dragen namen van landen die Lamptey aandeed op zijn wereldreis: het begint met België, voor de eerste klas, dan volgen Nederland, Engeland, Argentinië, Italië en tal van andere landen. In veel van die namen ligt verdriet besloten, maar Lamptey heeft de pijn overwonnen. De jongensachtige lach siert het gelaat, waarvoor de toen jonge dochter van Aad de Mos destijds een beetje bang was, zo intens donker is Lamptey.

Anderlecht was zijn eerste club in Europa. Daarna kwam PSV, en telkens daalde hij een treetje verder af naar de kelder. Aston Villa, Coventry City, Venezia, Santa Fé in Argentinië, Ankaragucu in Turkije, Leiria in Portugal, Fürth in Duitsland, Shandong in China en uiteindelijk terug naar Ghana, naar Kotoko uit Kumasi.

‘Ik had bij PSV moeten blijven’, mijmert hij. Op 6 februari 1994 beleefde hij zijn glorieuze dag, toen PSV in Eindhoven met 4-1 won van Ajax, destijds de Europese topploeg van Van Gaal in wording. Lamptey scoorde tweemaal.

Maar PSV, waarvan hij zich vooral de scheldpartijen van doelman Van Breukelen herinnert, had hem gehuurd en wenste hem niet te kopen. Want de volgende nieuwe Pelé meldde zich in de zomer van 1994 alweer aan de poort: Ronaldo.

Zelf twijfelde hij toen al over zijn status: ‘Ik was de nieuwe Pelé bla bla bla. . . Als ik de nieuwe Pelé was, waarom moest ik dan naar Aston Villa? De druk was veel te groot voor de jongen die ik was.’ Anderlecht vroeg iets van 20 miljoen dollar voor de tiener. Niemand wilde dat betalen.

Lamptey struikelde over de immense verwachtingen en hij blies zijn lichaam op door de eindeloze reeks wedstrijden en het grenzeloze gereis. ‘Ik speelde voor Ghanese jeugdploegen, voor de nationale ploeg en voor mijn club. Nooit zei ik nee, want ik vond het prachtig. Al die wedstrijden hebben mijn krachten gesloopt.

‘Ik was onwetend over de wereld van het voetbal. Ik heb altijd alleen gevoetbald en weinig opleiding gevolgd. Als anderen naar school gingen, voetbalde ik. Met mijn vader heb ik ontelbare ruzies uitgevochten.

‘Nooit heb ik geweten waarvoor ik allemaal tekende. Ik ben zo vaak bedrogen.’ Hij doelt vooral op zijn manager Galiendo, die zichzelf beter bedeelde dan de voetballer. Hij kan niet eens meer kwaad worden. ‘Alles is toch al kapot. Ik heb geweldige fouten gemaakt, omdat ik van niets wist. Ik kon amper lezen en schrijven.’ Mede daarom begon hij in 2004 een school, voor kinderen vanaf 3 maanden tot 17 jaar. De ouders betalen schoolgeld, vijf bussen halen de kinderen thuis op.

De school is een baken van orde in een vrij chaotische, soms armoedige buurt. Lamptey laat vol trots de bibliotheek zien, wat hem betreft het centrum van de school, met in viltstift geschreven wijsheden aan de muur. ‘Leer nieuwe woorden. Raak boeken aan met schone handen.’

Er hangen foto’s van Aad de Mos, met en zonder snor. Lamptey, de beste speler van het jeugd-WK in 1991, poseert naast een Braziliaan. Om te onderstrepen dat hij het nog niet zo slecht heeft getroffen, vertelt hij over deze Giovanni. ‘Hij ging naar Zwitserland. Later heb ik over hem alleen nog maar verhalen over vrouwen gehoord.’

Het is een van de wijsheden in zijn leven. Door te kijken naar mensen die het minder verging, blijft hij tevreden. Omkijken in wrok laat hij achterwege.

Op de speelplaats komen de kinderen samen tijdens de pauze. Een voor een lopen ze langs directeur Nii, voor een lolly en een aai over de bol. Ieder kind noemt hij bij naam.

Glow-Lamp is de samentrekking van de naam van echtgenote Gloria en Lamptey. De symbolische betekenis is die van de lamp die brandt in de duisternis. De school heeft een eigen lied. Dat gaat zo:

God bless Glow-Lamp School

with might and power;

Wisdom, knowledge,

excellence be ours,

May we reach the heights

of our fathers,

Who through education made

Ghana proud

May our lamps glow,

for all to see the success of

Glow-Lamp School,

God bless Glow-Lamp School

may we be the first.

Want dat is het motto van de school: the first, or with the first. Lamptey wil komen tot uitwisseling met Nederlandse leerlingen. Hij zou het aardig vinden als Nederlandse onderwijzers een tijdje bij hem lesgaven en hij broedt op de opening van een voetbalschool. Aad de Mos zegt toe te helpen.

Alle toekomstplannen verdringen het persoonlijk leed naar de achtergrond. Lamptey’s ouders scheidden toen hij een knulletje was. Zijn pleegvader had een andere echtgenote voor hem op het oog dan de vrouw van wie hij hield. Zijn familie was fervent tegenstander van het huwelijk met Gloria.

En waarom? Hij weet het niet precies. Misschien omdat hij zich bekeerde tot de islam, het geloof van zijn vrouw. ‘Ze hebben me echt willen vernietigen. Op een gegeven moment had ik alleen Gloria en God. Zij hebben me overeind gehouden. Zelfs als ik nu zou sterven, denk ik dat dat gebeurt in eenzaamheid. Ik geloof dat het allemaal lotsbestemming is.’

Lamptey wrijft met een witte zakdoek de tranen weg als hij over Lisa praat, zijn overleden dochter. ‘Mijn vrouw belde naar China, waar ik was om te voetballen. Ze zei: Lisa is dood.’ Het meisje was pas een paar maanden oud. Waaraan ze precies overleed, hij weet het niet.

Eerder was zoon Diego al overleden, waarbij de oorzaak eveneens mysterieus was. Het jongetje was ook een paar maanden oud. ‘Hij huilde bittere tranen zonder geluid te maken. Dat was hartverscheurend.’ Lamptey speelde destijds bij Santa Fé in Argentinië en bleef, tot onvrede van zijn club, bij zijn Diego in het ziekenhuis in Buenos Aires. De jongen is in Argentinië begraven. Nooit heeft Lamptey meer het grafje bezocht.

Hij gelooft dat een vloek over hem en zijn gezin was uitgesproken en dat een andere grote Ghanese voetballer daarin de hand had, maar diens naam wil hij niet teruglezen in de krant.

Met drie kinderen prijst hij zich gelukkig, maar de eenzaamheid is blijvend. ‘Ik heb een huis voor mijn moeder laten bouwen en een auto voor haar gekocht. Mijn moeder heeft me altijd goed beschermd, maar haar vrienden kunnen niet overweg met mijn vrouw. Het zij zo.’

Spijt heeft Lamptey nergens van. Verdriet is telkens ingeruild voor hoop. ‘Dagelijks dank ik God voor mijn leven. Anderen moeten bedelen, terwijl ik kinderen mag opvoeden. Ik zou alles weer hetzelfde doen, hoewel ik mijn opleiding serieuzer zou nemen. Maar het was nu eenmaal mijn droom voetballer te worden. Ik ben alleen niet de Pelé geworden die velen in mij zagen.’

In 1996 speelde Nii Lamptey de laatste van 39 interlands voor de Black Stars. Vandaag traint hij, zoals elke week, met kinderen op het voetbalveldje bij de school. Later op die dag speelt Ghana tegen Ivoorkust, om de derde plaats in de Afrika Cup.

Meer over