Lamlendige fotomanifestatie in Arles doet zomers humeur verpesten

Het valt niet mee in een zoeker te kijken en op een knop te drukken..

Van onze verslaggever

Michaël Zeeman

ARLES

Als je de 26-ste aflevering van de 'Rencontres Internationales de la Photographie' die deze zomer in Arles te zien is met een rugzak vol welwillendheid bekijkt, kun je vaststellen dat hier een consequent democratische opvatting van de fotografie wordt gedemonstreerd. Want alles komt er aan bod en iedereen komt aan de beurt: de trouwfotograaf evenzeer als de voorbijganger, de plaatselijke schoolgaande jeugd die voor het eerst een camera in handen houdt net zo goed als de doorgewinterde beroepsfotograaf.

Wie echter maar met een begin van onderscheidingsvermogen is uitgerust, of over een rudimentaire belangstelling voor de fotografie als artistieke vorm beschikt, kan niet anders dan met aanzwellende ergernis in een steeds rapper tempo van het ene zaaltje naar het andere marcheren. Want zoveel lamlendigheid in het hanteren van selectiecriteria en zoveel liefdeloosheid in de presentatie als er dit jaar in Arles aan de dag worden gelegd, jagen zelfs bij een zomers humeur de bitterheid in je systeem.

De manifestatie speelt zich officieel op tien verschillende lokaties af, maar doordat particuliere instellingen en bedrijven van de gelegenheid gebruik maken hun deuren ook voor het publiek open te zetten kom je in totaal op bijna twintig zalen. In het aartsbisschoppelijk paleis, in enkele kerken of voormalige kloosters, bij de spaarbank en in een winkelgalerij, overal tref je exposities van foto's of video-installaties aan. De curator van dat geheel is dit jaar Michel Nuridsany, kunstcriticus van het Franse dagblad Le Figaro. Hij heeft sedert de opening, twee weken geleden, een lawine van kritiek over zich heen gehad, op papier, maar ook live, tot en met het verstoren van een filmvertoning en een handgemeen toe.

Die verontwaardiging heeft met twee aspecten van de tentoonstelling te maken: zijn demonstratie van algehele stuurloosheid en smakeloosheid waar het om de selectie gaat, en de presentatie van het werk van enkele Japanse fotografen in de Salle Pablo Neruda, een van de ruimtes waarin Rencontres Internationales de la Photographie een plaats vonden.

Het is alsof Nuridsany de fotografie niet serieus neemt. Niet alleen dat hij er blijkbaar geen kunstvorm van betekenis in ziet, ook in het bepalen van wat een belangwekkend soort fotografie is en wat niet lijkt hij er met de pet naar te gooien. In de Salle de l'ancienne poste heeft hij zo'n cabine neergezet die je wel op grote stations aantreft en waarin je in een minuut enkele pasfoto's van jezelf kunt vervaardigen. Het publiek wordt uitgenodigd dat te doen en het resultaat aan de muren van het zaaltje te prikken, met de bekende meligheid als resultaat. Half afgesneden koppen met bekketrekkerij en joligheid, en bijschriften in de orde van 'dit zijn wij', het hangt er allemaal.

In de Salle Henri Conte is de deeltentoonstelling 'Vu d'en bas' ingericht, 'Van beneden gezien', die bestaat uit de kiekjes die de jonge tot piepjonge kinderen van Arles hebben mogen maken. Elders heeft de reportagefotograaf van Arles een aanzienlijke keuze uit zijn bestand trouwfoto's mogen ophangen. Dat is allemaal helemaal niet leuk en als het bedoeld is om te bewijzen dat iedereen kan fotograferen dan is vooral het bewijs van het tegendeel geleverd, want het blijkt nog niet mee te vallen in een zoeker te kijken en op een knopje te drukken, zodanig dat je daarna een toonbaar beeld overhoudt. Maar het heeft er nog het meest van dat Nuridsany weinig met de fotografie opheeft; wat dat betreft ligt voor hem een overstap naar Le Monde in de rede, de krant die nog altijd van die stomme houtskooltekeningen boven foto's verkiest.

Nuridsany heeft nergens verantwoording afgelegd voor zijn manier van werken. De catalogus bestaat uit een bonbondoos waarin foldertjes van de verschillende deeltentoonstellingen zijn opgenomen: c'est ça. Het is op zijn minst opmerkelijk om in het land waarin zoveel en zo diepzinnig over het wezen van de fotografie is geschreven een dergelijke triomfantelijke gedachtenloosheid aan te treffen.

In de Salle Pablo Neruda in Arles hangt werk van Masaaki Toyoura, Akio Fuji (goeie naam trouwens, voor een fotograaf), Yamato Noda, Nobuyoshi Araki en Romain Slocombe, die ieder voor zich een aparte zaal hebben toebedeeld gekregen. Daarmee vormen ze onmiskenbaar een zwaartepunt in Nuridsany's selectie. Stuk voor stuk tonen ze jonge Japanse vrouwen, opvallend mooie vrouwen zelfs, die afwisselend met stevig touw, nog steviger touw, kabels of met prikkeldraad zijn omwonden. Naakt, ferm ingesnoerd en in allerlei poses, soms om begrijpelijke redenen ook nog bewerkt met een mondprop, in andere gevallen ten overvloede ter hoogte van de venusheuvel toegetakeld met lak. Vermoedelijk is die rood van kleur, al weet je dat bij zwart-wit fotografie natuurlijk nooit helemaal zeker.

Daar houdt het vanzelfsprekend niet mee op; ik noem nog het voorbeeld van zo'n aandoenlijk meisje bij wie buisjes, zo te zien medicinale, in het geslacht zijn ingebracht, maar laat de rest gemakshalve aan de verbeelding van de lezer over. Het is de wereld van de Japanse artistieke pornografie, die bij die lui thuis even weinig verbazing schijnt te wekken als een stelletje ontblote borsten in een boulevardblad bij ons. De reeks loopt uit op het zaaltje waarin Slocombe's werk te zien is, een tegen die tijd geheel begrijpelijke serie opnamen van Japanse meisjes met gips, pleisters, verband, krassen, schrammen en bismuth op alle mogelijke plekken, krukken en andere hulpstukken onder handbereik. Zo bloot als die eerdere foto's zijn, zo gekleed zijn deze.

Slocombe heeft in Arles een film vertoond waarin hij opening van zaken geeft over zijn werkwijze: daarin is te zien hoe hij zijn kerngezonde modellen aan een behandeling met de hele accessoireskast van de EHBO-afdeling van een middelgroot ziekenhuis onderwerpt. Dat werd de toeschouwers, bij die gelegenheid veelal vakgenoten, te machtig. Slechte foto's slonzig ophangen was een, met zulke dramatische beelden de boel verneuken weer iets geheel anders.

Het is de slotsom die je aan de hele expositie moet verbinden: dat de toeschouwer er op een oninteressante manier voor de gek wordt gehouden, met een manifestatie die zichzelf en het te behandelen onderwerp niet serieus neemt. Het is een rommeltje waarmee weinig beweerd wordt en wat ermee wordt gezegd is niet erg interessant.

26-ste Rencontres Internationales de la Photographie, Arles. Inlichtingen: 00 33 90 96 76 06. Tot en met 15 augustus.

Meer over