Lage inkomens dupe van pensioenakkoord

amsterdam - Het pensioenakkoord dat in de maak is,


pakt nadelig uit voor de lagere inkomens. Door de verhoging van de pensioenleeftijd ontvangen gepensioneerden met een lage opleiding tot 20 procent minder pensioen dan waarop ze recht hebben, gezien de premie die ze hebben betaald. Hoger opgeleiden krijgen juist een hoger pensioen.


Dit blijkt uit berekeningen van onder anderen hoogleraar openbare financiën Harrie Verbon van de Universiteit van Tilburg en CentERdata-onderzoeker Jan Nelissen.


Volgens de onderzoekers is het Nederlandse pensioenstelsel onrechtvaardig voor deelnemers met een lage opleiding en wordt deze 'perverse' solidariteit van de armen met de rijken versterkt door de veranderingen die werkgevers en vakbonden willen gaan doorvoeren.


Sociale partners onderhandelen op dit moment over het robuuster maken van het pensioenstelsel. Ze willen het verstevigen zodat het minder gevoelig wordt voor de stijgende levensverwachting en de grillen van de financiële markten. Ze willen de beleggingsrisico's overhevelen naar de deelnemers.


Een andere ingrijpende maatregel die op de rol staat is het koppelen van de pensioenleeftijd aan de almaar stijgende levensverwachting.


Volgens Verbon is de zogeheten doorsneepremie de oorzaak van de onrechtvaardige herverdeling van pensioengelden.


'Alle deelnemers betalen een vast percentage van hun salaris. Werknemers die meer carrière maken dan hun collega's betalen hierdoor te weinig. Dat geldt ook voor deelnemers met een hoge opleiding. Die leven gemiddeld langer dan lager opgeleide werknemers.'


De verhoging van de pensioenleeftijd raakt lager opgeleiden harder dan hoger opgeleiden, is de conclusie van Verbon. 'We worden gemiddeld steeds ouder, maar het verschil tussen hoger en lager opgeleiden blijft gelijk. Door de verhoging van de pensioenleeftijd daalt het aantal jaren dat lager opgeleiden pensioen kunnen ontvangen.'


De levensverwachting van een 35-jarige met mavo als hoogste opleiding is op 65-jarige leeftijd 21,7 jaar. Wie een universitaire studie heeft gevolgd, wordt gemiddeld twee jaar ouder.


Volgens de berekeningen van Verbon en Nelissen ontvangt een deelnemer met alleen basisschool een pensioen dat 20 procent lager is dan bij een systeem zonder herverdeling. Degene met een universitaire graad krijgt jaarlijks een pensioenuitkering die bijna 6 procent hoger is dan in een systeem dat de invloed van de opleiding neutraliseert.


Dit fenomeen speelt met name bij pensioenfondsen waarin relatief veel hoger opgeleiden zitten. Bij een fonds met deelnemers die allemaal hetzelfde opleidings- en inkomensniveau hebben, vindt nauwelijks herverdeling plaats.


'Dit onderwerp gaat nu pas spelen omdat het hele stelsel op de schop gaat. Dat is een goed moment een aantal onrechtvaardigheden in het pensioensysteem aan te pakken', aldus Verbon.


De hoogleraar vindt dat pensioenfondsen meer rekening moeten houden met de verschillen tussen deelnemers. 'De doorsneepremie is administratief handig, maar pakt onrechtvaardig uit. Je kunt de doorsneepremie handhaven, maar dan is het beter de pensioenopbouw te koppelen aan het opleidingsniveau.


'Je haalt de perverse solidariteit grotendeels weg als je lager opgeleiden in 40 jaar 70 procent van het gemiddelde loon laat opbouwen en dat percentage trapsgewijs verlaagd naar 60 procent voor de deelnemers met de hoogste opleiding', zegt Verbon.


Volgens de hoogleraar wegen de extra administratieve lasten op tegen de voordelen voor de lagere inkomens.


Meer over