Lachen om zelfmoordterroristen

FOUR LIONS * * * * Regie Chris Morris.Met Riz Ahmed, Kayvan Novak, Nigel Lindsay, Adeel Akhtar.In 4 zalen...

De conclusie is snel getrokken. Zó dom zijn ze, de islamitische zelfmoordterroristen uit Four Lions, dat ze zichzelf hoogstwaarschijnlijk per ongeluk zullen opblazen. Waj kan geen kip van een konijn onderscheiden, de in zichzelf gekeerde Faisal probeert een kraai tot kamikazestrijder op te leiden, terwijl aanvoerder Barry denkt dat een moskee het perfecte doelwit voor hun aanstaande aanslag zal zijn – bij gebrek aan betere ideeën. Alleen Omar lijkt iets van hersens in zijn hoofd te hebben. Maar dat hij zich met de rest inlaat, in plaats van een stel fatsoenlijke fundamentalisten te zoeken, zegt toch ook het nodige over zijn intelligentie en inschattingsvermogen.

Debuterend regisseur Chris Morris werd bekend met Brass Eye, een serie voor Channel 4 geproduceerde nepdocumentaires over mediahysterie rond maatschappelijk gevoelige thema’s. Die satirisch-realistische lijn zet hij met Four Lions zeer succesvol voort, zich naar eigen zeggen baserend op grondige research: in de persmap vertelt hij over terroristen die halverwege de videoboodschap hun tekst vergaten, of hun bootje zo volpropten met explosieven dat het meteen naar de bodem zonk. ‘Terrorisme gaat niet alleen over ideologie, maar ook over idioten’, stelt hij in zijn director’s statement.

Geen wonder dat de enthousiast vertolkte terreurkneuzen uit Four Lions eerder aan Monty Python dan aan echte terroristen doen denken. Games en pretparken lijken voor de jongens een belangrijker referentiekader dan de Koran. Videoboodschappen nemen de jongens op met speelgoedgeweertjes. Faisal schaft pallets vol bleekmiddel aan om aan de ingrediënten voor hun bommen te komen – gewoon, lading voor lading bij de supermarkt, vermomd als vrouw of IRA-terrorist. Intussen maken Omar en Waj een uitstapje naar een trainingskamp in de Pakistaanse woestijn, dat rampzalig uitpakt – voor het trainingskamp zelf.

Een enkele, min of meer realistische scène waarin Omar reprimandes krijgt van zijn vreedzaam-fundamentalistische broer omdat hij zijn vrouw veel te vrij zou laten, wordt zeer charmant afgesloten met een waterpistooltjesgevecht.

Het zijn vooral de reportage-achtige ernst en terughoudendheid waarmee al dat radicale gestuntel wordt geregistreerd, die de film naar een hoger plan trekken. In een flitsend, Team America-achtig jasje zou Four Lions vooral een melige indruk hebben gewekt, en zou de grap al snel zijn uitgewerkt. Maar door de grofkorrelige beeldkwaliteit en het schokkerige handcamerawerk houd je voortdurend voor ogen dat de plannen van de strijders op bloedserieus geweld uit kunnen lopen – of ze zichzelf nu per ongeluk, of warempel toch opzettelijk de lucht injagen.

De geheime locaties waar Omar en de zijnen gezellig samenzweren, introduceert regisseur Morris steevast met een krukkige zoom, en ook stiekeme snapshots suggereren regelmatig dat het groepje in de gaten wordt gehouden. Maar door wie of wat, laat Morris in het midden. Belangrijker is dat de film met zijn stijl net dicht genoeg bij de werkelijkheid blijft om elke geslaagde terroristengrap meteen ook iets wrangs te geven. Wanneer het belachelijk verklede groepje zich in de massa van de Londense marathon werkt, is het op een gegeven moment met de lolligheid gedaan: ze mogen dan wel in struisvogel- en Mutant Ninja Turtle-pakken rondsjokken, daaronder dragen ze nog altijd stevig bepakte bomgordels.

En zo bespeelt Morris, zonder enige angst voor zere beentjes, allerlei registers tegelijk. Four Lions zaait van begin tot einde minstens zoveel verwarring als dat hij op de lachspieren werkt; briljanter, schokkender én grappiger kan een film over ontspoord religieus fanatisme niet zijn.

Kevin Toma

Meer over