Lachen bij de Leugen

Het jaar is nog lang, maar voorlopig vormt het optreden van Leon de Winter en Afshin Ellian, vrijdag in het programma De leugen regeert, het hoogtepunt van het tv-seizoen....

Lang geleden dat ik zo geboeid heb gekeken en zo moest lachen. Verwacht je niet, bij De leugen regeert van groot-inquisiteur F. Meurders, die van gewichtigheid bijna door zijn stoel zakt.

Maar het was geweldig. Je had De Winter & Ellian gemakkelijk kunnen aanzien voor de nieuwste cabaret-ontdekking van de VARA.

Het ging hierover: in HP/De Tijd is Alies Pegtel bezig met een serie over de Hollandse belevenissen van Ayaan Hirsi Ali.

In deel 1 beschreef ze een bijeenkomst van Ayaan en ‘zeven heren van middelbare leeftijd’. Het ging over de paspoortaffaire en de zeven formuleerden samen met Ayaan de speech die zij later zou houden in Nieuwspoort. Het was ‘een van de hilarische, chaotische avonden’ met Ayaan in het middelpunt, zei Leon de Winter. Die was er namelijk ook bij. Net als Ellian.

Ik kan er ook niets aan doen dat ik die film als kind zo vaak heb gezien, maar ik moest onmiddellijk denken aan Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen. Aan hoe die kleine opdondertjes dansten en zongen met het meisje, hoewel die er destijds ook niet zo rooskleurig voorstond.

Ik had een bedlamp met Grumpy, Dopey, Doc en de anderen erop. Fascinerende weirdo’s, vond ik toen al.

Maar goed, daar ging het niet over. De vraag in de Leugen regeert luidde, of de beschuldiging van Pegtel dat de heren de ghostwriters van Ayaan waren wel klopte.

Feitelijk een onbelangrijke kwestie. Wat Ayaan zegt of ondertekent, is van Ayaan. Maar goed, het is wel aardig om te weten of zij wereldberoemd is geworden op eigen teksten of die van anderen.

Die van haarzelf, zei één van de heren, Sylvain Ephimenco (Grumpy). Daarna kwamen De Winter (Sleepy) en Ellian (Doc). Die ontkenden ook dat zij erachter zaten.

Het sublieme aan hun dialoog voor twee middelbare heren was, dat zij verklaarden tittel noch jota aan het werk van Ayaan te hebben bijgedragen, maar dat je intussen vooral aan De Winter kon merken dat hij zat te popelen om te onthullen dat de heren – en vooral hij – Ayaan van meet af aan hadden gevoed met hun briljante visies en gloedvolle woorden.

‘Wie denk je dat die zin heeft bedacht van Ik ben Ayaan, de dochter van Hirsi, die de zoon is van Magan, de zoon van etc. etc.? Nou? Wie? Ayaan zelf? Haha. Even goed nadenken, ’t begint met een L en het is iets te dik.’

Maar ja, dat kon niet.

Als je die verscheurdheid met zoveel humor voor het voetlicht brengt – en dat deed De Winter –, heb je mij te pakken. Ellian kwam door met fraaie oneliners (‘Ik heb geen tijd voor!’), terwijl De Winter hem, wachtend op zijn beurt, handenwringend en zeer intens aankeek.

Jongens, wat grappig.

Natuurlijk, zei Leon, zeiden ze wel eens tegen Ayaan: ‘Zou je het niet zus doen, zou je het niet zo doen?’ Maar dat was gewoon een vriendendienst.

Nu was ‘het meisje heel beroemd aan het worden in Amerika, en lezen we over haar in de kranten’.

Hij glimlachte geheimzinnig, waaruit ík in elk geval opmaakte dat Leon mij graag wilde doen geloven dat hij zich een rotje schrijft voor AEI, Ayaans krijgslustige denktank in de VS.

Applaus, topvoorstelling.

Meer over