Labour pakt de gele jongen met de witte kraag

Politici zijn over het algemeen al vrij erg. Maar zodra er verkiezingen in zicht komen, worden ze onuitstaanbaar en is het maar het beste om onder te duiken, tijdelijk te emigreren of een grote snor op te plakken en krankzinnigheid te pretenderen....

BERT WAGENDORP

Neem Groot-Brittannië, waar op 1 mei gestemd gaat worden. Daar is nu het enige onderwerp tot campagne-item benoemd waarvan je had gedacht dat ze er met hun hebberige tengels vanaf zouden blijven: de pint, het biertje, de gele jongen met de witte kraag.

Het volgende is er aan de hand: uit onderzoek van de consumenten-belangengroep Campaign for Real Ale is gebleken dat veel Britse pubs de glazen niet vol genoeg doen. In acht van de tien pints zit te weinig bier. Per dag wordt de Britse bierdrinker een sloot bier onthouden ter waarde van drie miljoen gulden.

Labour - veel bierdrinkers onder haar aanhang - zag onmiddellijk haar kans schoon. Nigel Griffiths, woordvoerder consumentenzaken, benoemde zichzelf gauw tot de burgemeester van de natte gemeente en zei dat 'loyale bierdrinkers genoeg hebben van de excuses van sommige brouwers die hun niet de volle pint geven voor hun geld'.

De brave partij wil nu, zodra ze aan de regering is gekomen, sectie 43 van de wet op Gewichten en Maten uit 1985 weer in werking stellen. Daarin staat dat in een pint een pint (0,568 liter) moet zitten. Bovendien wil de partij nieuwe, grotere glazen, waarop een streep staat. Dan weet de barman tot waar hij moet tappen.

De Conservatieven reageerden snel. Nieuwe glazen? Dat betekent zeker tien pence, dertig cent, extra voor een pint, zei staatssecretaris voor Wales, Gwilym Jones. Die zag de kwestie kennelijk ook als een mooie gelegenheid om zich te afficheren als een daadkrachtig bestuurder. Gemiddeld betaalt de bierdrinker in Engeland nu rond de zes gulden voor een pint.

Maar vice-voorzitter Charles Hendry herkende nog meer electorale mogelijkheden in de pint. Hij legde een slim verband tussen de prijs van bier en de door de Conservatieven verafschuwde invoering van het minimumloon. Hij had van een bevriende brouwer gehoord dat invoering van het minimumloon onder een Labourregering ervoor zou zorgen dat de pint nog eens dertig cent duurder zou worden!

'Drinkers in het hele land zouden dat niet slikken', zei Hendry, met het soort woordspeling waarom politici zo gul kunnen lachen. 'Dit zijn twee nieuwe belastingen van Nieuw Labour', kraaide minkukel Jones, op de triomfantelijk-irritante wijze van de voormalige kostschoolleerling, die hem in een beetje pub op een optater was komen te staan.

Hierop vond ook de nijvere Ian McCartney, Labours schaduw-minister voor Werkgelegenheid, dat hij niet achter mocht blijven. Hij wees erop dat in Groot-Brittannië op dit moment meer dan een miljoen mensen minder dan zevenenhalve gulden per uur verdienen. 'Die kunnen zich niet eens een pint veroorloven.'

Andrew Matthews, barman in de fijne pub Beehive (sinds 1649) in Riverhead, Kent, snapt niet waar de mannen het over hebben. 'Als iemand hier vindt dat er te weinig bier in zijn glas zit, zegt-ie dat gewoon en dan tap ik er wat bij. Ik heb hier trouwens nog nooit iemand horen klagen, ook niet over de prijs. En hier komt van alles. Dit is van die muggenzifterij die je naar de rand van de krankzinnigheid drijft. Maar ja, het is verkiezingstijd.'

Tijd om onder te duiken in een donkere tapgelegenheid, goed in de gaten te houden of de man naast je niet toevallig de plaatselijke kandidaat-parlementariër is, diep in je glas te kijken en te vergeten dat de wereld vol is van kwijleballen.

Bert Wagendorp

Meer over