Labour kijkt ouderwets vooruit

Partijleider Miliband probeert oude tijden te laten herleven op het Labour-congres. Zonder de tabaksrook, maar met de vele vergezichten.

MANCHESTER - Het morgenrood heeft bij de Britse Labour Partij plaatsgemaakt voor een blauwe hemel. Op veilige afstand van regeringsverantwoordelijkheid trakteren de leden van de Labour Partij zichzelf tijdens het partijcongres op 'blue sky thinking', de Britse term voor brainstormen. Gaan we linksaf? Terug naar Blair? Of biedt het postliberalisme uitkomt?

Moet er een supercasino komen in Manchester? Is reclame voor kinderen ethisch? Verdienen mensen die gezond leven een beloning? De honderden aanwezigen bij de openingsdag van het congres van de Labour Partij keken vreemd op toen de Amerikaanse filosoof Michael Sandel een discussie begon over deze vragen. Normaal gesproken krijgen gedelegeerden in de plenaire zaal amendementsvoorstellen en voorspelbare toespraken van de diverse woordvoerders voorgeschoteld. Partijleider Ed Miliband heeft echter een denkpauze ingelast. Nadat hij tijdens de zomervakantie Sandels bestseller What money can't buy had gelezen, nodigde hij zijn oude Harvard-collega uit om mee te filosoferen over de vraag hoe Groot-Brittannië opnieuw kan worden ingericht.

Partijcongressen van de Labour Partij waren ooit enerverend. In plenaire zaal en in de achterkamertjes vonden ideologische straatgevechten plaats, tussen de intellectuelen en de dokwerkers, tussen de pijprokers en de sjaggiedraaiers, en tussen de rekkelijken en de preciezen. Het was een paradijs voor journalisten en politicologen. Als kind heeft Miliband daarover genoeg verhalen gehoord van alle Labour-kopstukken die bij zijn vader Ralph, een prominent intellectueel en partijlid, over de vloer kwamen. Na de jaren van Blair en Brown, waarin het partijcongres verwaterde tot een strak geolied evenement, probeert Miliband oude tijden te doen herleven. De aroma van tabak is voltooid verleden tijd, maar ideeën zijn weer welkom.

Lord Henry

En daar stond Sandel, hand nonchalant in zijn broekzak. Hij is, zei Miliband bij zijn introductie, gewend om voor volle universiteitszalen en voetbalstadions te spreken. Het was niet de eerste Amerikaanse gast op het Glastonbury van de politiek. Twee jaar geleden stond Bill Clinton op de bühne, maar waar de voormalige president een peptalk hield, bracht Sandel een onderwerp ter sprake waar veel Labour-gedelegeerden - en veel van hun kiezers - mee worstelen: de grenzen van de vrije markt. Is het wenselijk, vroeg hij retorisch, dat we zonder erbij stil te staan van een markteconomie in een marktsamenleving zijn beland? Hoe zit het met de publieke zaak? Welke zaken zijn niet in ponden uit te drukken? De geest van Lord Henry waarde door de zaal, Oscar Wilde's orakelende aristocraat die in The Picture of Dorian Gray constateerde dat zijn landgenoten overal de prijs, doch nergens de waarde van kennen.

Dat laatste blijkt reuze mee te vallen. Via peilingen ontdekte Sandel dat zijn gehoor massaal tegen de macht van de supermarkten is, tegen de commercialisering van de jeugd en tegen de bouw van supercasino's. Een vakbondsman die opmerkt dat zo'n casino goed voor de werkgelegenheid is, stuit op een muur van onbegrip en morele verontwaardiging. De eensgezindheid vormt een definitieve afrekening met het aanbidden van de 'filthy rich'onder Blair, een tijd waarin de baas van super-supermarkt Tesco bijkluste als regeringsadviseur en de Millennium Dome, het Colosseum van New Labour, bijna veranderde in een supercasino, nadat vicepremier John Prescott zich had laten fêteren door een rijke casinobaas.

De door Sandel bepleitte herontdekking van de publieke zaak sloot naadloos aan bij denkoefeningen tijdens het congres. Zo kondigde de filosoof Phillip Blond het 'postliberalisme' aan, een maatschappij waarin het gemeenschapsgevoel heerst. Volgens Blond, die van een 'Rooie conservatief' is veranderd in een 'Blauwe socialist', is de houdbaarheidsdatum van de twee 'liberale' revoluties - de sociaal-culturele van de jaren zestig en de economische van de jaren tachtig - ruimschoots verstreken. Gesteund door David Lammy, de sociaal-democratische afgevaardigde van de Londense probleemwijk Tottenham, pleitte hij voor een ethisch reveil, de terugkeer van het plichtsbesef en voor het indammen van de almacht van big business. Het voordeel van de immateriële vergezichten van Sandel en Blond is dat het weinig kost om ze in de praktijk te brengen, niet onbelangrijk in deze zware tijden. Maar op de vraag hoe de staatsschuld moet worden afgelost, geven ze geen antwoord.

undefined

Meer over