Laboratorium voor de wereld echte Steeds kiezen, steeds twijfel

Met zingende kanaries, een bewegend bed en enorme, hybride paddestoelen wil ‘kunstenaarwetenschapper’ Carsten Höller twijfel en onzekerheid oproepen. Om museumbezoekers los te schudden en ongekende vergezichten te openen....

Ze zijn groen en geel, komen van origine uit Spanje en België, en zingen alsof ze meedoen aan de nationale editie van Popstars. Het zijn Timbrado’s, Waterslagers en Harzers. Het zijn kanaries, mannetjes, uitverkoren vanwege hun zangkwaliteit, waarmee ze overrompelende ‘toeren’ kunnen uithalen.

En nee, het gaat hier niet om een vogelbeurs, maar om het Rotterdamse museum Boijmans Van Beuningen. Daar is het aan de tuin grenzende deel van de bovenverdieping veranderd in een superserre met zeven grijze vogelkooien. De kooien, met elk een kanarie, hangen aan een ingenieuze mobileconstructie, die door de vogels als een zweefmolen in beweging wordt gezet.

Singing Canaries Mobile (2009) heet dit kunstwerk van de in Zweden wonende Carsten Höller (1961), die zojuist het museum is binnengekomen om aanwijzingen te geven voor de inrichting. De vogels moeten er op dat moment nog bij worden gedacht – ze zullen later in de week arriveren – maar Höller is onder de indruk. ‘Die zon en dat uitzicht, amazing.’

Noem de naam Höller en als een Pavlovreactie verschijnen glijbanen op het netvlies. Hij maakte ze in tal van wereldsteden, met als hoogtepunt – of dieptepunt, al naar gelang het standpunt van de kunstliefhebber – Test Site in 2006/2007, vijf immense glijbanen in de Turbine Hal van Tate Modern in Londen. Een succes, waarvoor bezoekers met plezier uren in de rij stonden. ‘Bij de glijbaan in Boston hebben we mensen honderd dollar beloofd, als ze zonder glimlach beneden zouden komen’, vertelt Höller in het kantoor van de museumdirecteur, met uitzicht op de Rotterdamse hoogbouwskyline. ‘Het lukte niet.’

Het was een geweldige eer om uitgenodigd te worden door Tate Modern, het spektakelstuk vestigde zijn naam wereldwijd, maar het is ook een stigma, zegt Höller, dat hem de rest van zijn leven zal aankleven. Vandaar dat in zijn solotentoonstelling Divided Divided in Rotterdam geen glijbaan is te bekennen. ‘Höller is een spelende kunstenaarwetenschapper,’ zegt museumdirecteur Sjarel Ex, ‘met wie je verschillende tentoonstellingen kunt maken. Zijn pretparkkant is zo langzamerhand wel bekend, nu willen we een andere kant laten zien.’

Intussen wisselen in het kantoor de vele gezichten van Höller zich in rap tempo af. Hij is een serieuze, bijna-vijftiger, met kaal hoofd en bril. Hij is Kuifje met een voorkeur voor het absurde en met humor in zijn ogen. Hij is een bioloog, die op bezwerende toon minstens een dag kan praten over zijn fascinatie voor paddenstoelen in het algemeen en voor de vliegenzwam in het bijzonder. Hij is een filosoof, die mensen graag losweekt uit hun vaste denkkaders en het museum ziet als proeftuin voor kunst, en voor de wereld daarbuiten.

Hoe gek het ook klinkt, al die gedaanten keren terug in Divided Divided, een tentoonstelling die het midden houdt tussen een sprookjesbos en een collegezaal wiskunde. Dat laatste wordt veroorzaakt door de pastelkleurige wandschilderingen in het eerste vertrek en door de plafondverlichting in de grote zaal. Die vertonen het patroon van een wiskundige formule, waarbij een groot vlak eindeloos in tweeën wordt gedeeld.

In dat serieuze, rationele speelveld staan de afzonderlijke beelden als wonderlijke natuurverschijnselen opgesteld. Het publiek kan zich vergapen aan een absurdistisch perspex modelhuis – gebaseerd op een minstens even absurdistisch bouwwerk in België, het land waar Höller is geboren –, aan een serie Alice-in-Wonderlandpaddenstoelen en aan de fluitende en zwevende kanariemobile. Het kan zich ook onderdompelen in licht verstorende attracties, zoals de Swinging Spiral, een gigantisch aluminium slakkenhuis dat dankzij zijn zwevende wanden een evenwichtsstoornis veroorzaakt, of Geschirr der fliegenden Stadt – een serie porseleinen borden die na een zwaai aan een zwengel zo snel rond draaien, dat de blik erin verdwijnt. Een irritante installatie met Flicker Films projecteert zo snel fragmenten van een Afrikaanse dansgroep, dat de hersens moeite hebben om de haperende film te voltooien.

Naast de kanaries baren vooral de Giant Triple Mushrooms opzien. Höller heeft ze speciaal laten maken door Duitse ambachtslieden, natuurgetrouw, maar groter dan normaal, elke paddenstoel voor de helft vliegenzwam en voor de andere helft wat anders: een kwart obscene stinkzwam, giftige satansboleet of inktzwarte trompettes-de-la-mort. Höller is geobsedeerd door paddenstoelen, en gebruikt ze vaker, bungelend aan het plafond, in rariteitenkastjes uitgestald. Omdat ze zo mysterieus en oeroud zijn, omdat ze in biologische termen nutteloos zijn, terwijl ze over magische krachten beschikken en hun kleuren en vormen hallucinerende werelden voorspiegelen.

Het lijkt onschuldig amusement, een volgend, subtieler stadium van de kunstenaar die in zijn vorige solotentoonstelling in Nederland, in 1997 in het Centraal Museum Utrecht, zijn publiek met spektakel om de oren smeet en uitnodigde om op juten zakken van een helling te glijden, in een tuigje aan een vliegmachine te bungelen en het hoofd in een vissenkom te steken.

Maar de tijden zijn veranderd, zegt Höller. Destijds, in de jaren negentig, hadden mensen geluk nodig, zoals zijn tentoonstelling ook heette, nu is de wereld gebaat bij twijfel en onzekerheid. ‘Laboratory of doubt’ noemt hij zijn nieuwe solo ook wel.

‘Alles draait tegenwoordig om logica en nut. Ik ben ervan overtuigd dat op dit moment echt mensen nodig zijn die anders denken, irrationeel, absurd, niet functioneel. Je moet twijfel en onzekerheid een kans geven, om verandering mogelijk te maken en een stap verder te komen.’

En dan blijkt die wonderlijke wandeling niet louter vertier, maar ook opgezet om mensen los te schudden en ongekende vergezichten te openen. Het Divided Divided-principe, dat zich niet tot de wandschildering beperkt, maar ook aan de basis ligt van de getoonde sculpturen en aan de wijze van opstellen, vormt daarbij bewust of onbewust de leidraad. Enthousiast tekent Höller het op een blaadje: hoe de stangen van de vogelmobileconstructie zowel horizontaal als verticaal telkens een precieze tweedeling zijn van de vorige stang en hoe het buitenboordmodel slakkenhuis is ontstaan door de formule in logaritmes uit te werken. Alleen de roterende hotelkamer in de belendende museumzaal kent een ander principe.

Meer dan een eenvoudige formule staat Divided Divided voor een mentaliteit, zegt Höller. Een mens moet voortdurend keuzes maken, zoals het verdelingsschema op de wand aangeeft. Bij het maken van die keuzes duiken twijfel en onzekerheid op, maar die worden doorgaans snel onderdrukt. Door ze wel toe te laten, kunnen andere gedachten ontstaan. Zoals de vraag waarom je eigenlijk moet kiezen tussen twee, gelijkwaardige vormen. Waarom niet van beide een beetje, zodat nieuwe vormen en, wie weet, samenlevingsmodellen ontstaan?

Van die voortdurende keuzen, twijfel en mogelijk andere werelden is de tentoonstelling doordesemd. Letterlijk toont de roterende hotelkamer continu een ander fragment van de werkelijkheid, wat wel tot andere gedachten moet leiden. Spelenderwijs maakt de twijfel zich los in het slakkenhuispaviljoen en de ‘divided divided’-paddenstoelen tonen een lexicon van ongekende soorten.

Dat Höller zijn werken inderdaad als laboratorium voor de echte wereld beschouwt, bleek al uit zijn Double Club in Londen (2008), een in korte tijd razend populair restaurant, bar en disco in de kelder van een warenhuis. Daar manipuleerde hij mensen als een wiskundige verzameling. Waren de westerse en Congolese helften van restaurant, bar en disco in het begin van de avond nog strikt gescheiden, naarmate de alcohol vloeide en de uren verstreken ontstond een bonte, boeiende mix. Een soortgelijke uitwerking hebben de Spaanse en Belgische vogelsoorten, die net zo lang in eigen dialect tegen elkaar opzingen, tot een nieuwe, multiculturele samenzang ontstaat, in perfect zwevend evenwicht. Een lonkender, optimistischer blik op de toekomst is haast ondenkbaar.

En dan komt opeens de glijbaan weer om de hoek kijken. Dat Amsterdam geen gebouwen met glijbanen heeft, oké. Maar waarom de hoge gebouwen van Rotterdam geen glijbanen hebben, als onderlinge verbinding of als razendsnel transportmiddel tussen boven en beneden, vindt Höller onbegrijpelijk. ‘Hoewel ik houd van pretparken, ook in het museum, gaat het me niet om het glijden zelf. Een glijbaan is een snelle, efficiënte en veilige manier van transport en zorgt ook nog eens voor een endorfinekick, voor pret en geluk.’

Net als twijfel en onzekerheid, zijn pret en geluk onderschatte krachten, vindt Höller, die van groot belang zijn bij het nemen van beslissingen. Een dagelijkse portie glijden en de wereld zou er zomaar heel anders uit kunnen zien.

Geen wonder dat museumdirecteur Ex de toren van het oude Van der Steurgebouw bij wijze van proef op termijn wil uitrusten met twee, permanente hotelkamers van de hand van Höller, uiteraard uitgerust met nooduitgangglijbaan.

Meer over