Laatste ronde van een onmogelijke opdracht Vier ontwerpen voor een holocaustmonument in Berlijn

Duitsland wil de vervolging en de vernietiging van de joden door de nazi's herdenken. Met een monument in Berlijn, pal naast de Brandenburger Tor....

WILLEM BEUSEKAMP

DE ISRAELISCHE beeldhouwer Dani Karavan wist zich eerlijk gezegd geen raad met de opdracht. Toen hij begin dit jaar werd uitgenodigd in te schrijven op het prestigieuze project 'Holocaust-monument voor Berlijn' was zijn eerste reactie: 'De plek is onmogelijk, met al die huizen, winkels en kantoren in de omgeving; en het verkeerslawaai op een plek waar zich ooit de bunker van Hitler bevond, waar het lot van de joden werd bezegeld.'

Karavan - vermaard om zijn monumentale 'Straat van de Mensenrechten' in Neurenberg, de stad van Hitlers partijdagen en van het tribunaal tegen de nazi-misdadigers - ging niettemin aan de slag. Hij tekende zwarte wanden, barakken, prikkeldraad, rails, veewagons, kolenbergen, vlammen, schoorstenen, rook, gas en lijken.

Voor hij er erg in had, ontstond op zijn tekentafel een nieuw Auschwitz, inclusief het bord 'Arbeit macht frei.' Karavan: 'Ik besloot niet mee te doen. Alles wat ik probeerde, was in strijd met mijn geweten. Ik probeerde steeds weer een vernietigingskamp te maken, midden in Berlijn. De opdracht bleek onmogelijk, en het onmogelijke kón ik niet.'

Als de stad Berlijn, de federale gezagdragers in Bonn van het weer verenigde Duitsland, en een door tienduizenden ondersteunde particuliere stichting, kortom heel Duitsland, het ten einde raad vraagt, waagt een echte kunstenaar zich aan het onmogelijke. Karavan diende een ontwerp in van een enorme davidster, omgeven door gele bloemen en bomen uit de zeventien landen, waar de Duitsers en hun internationale helpers ooit de joodse bevolking weghaalden. Minstens zes miljoen Europese joden werden tussen 1939 en 1945 vermoord, de meesten via een industrieel georganiseerd proces.

De davidster van Karavan is - samen met achttien andere pogingen om deze nog steeds niet te bevatten misdaad op esthetische wijze weer te geven in het land van de daders - sinds deze week te zien in de Galerie im Marstall, een relatief onbekende locatie op de Schlossplatz in Oost-Berlijn, op steenworp afstand van het voormalige hoofdkwartier van Erich Honecker. De kunstenaars zelf waren woensdagavond aanwezig voor toelichting.

De ontwerpers, stuk voor stuk van internationaal niveau, zijn er niet uitgekomen. Kunstenaars als Daniel Libeskind, Peter Eisenman, Richard Serra en Jochen Gerz kwamen ondanks hun wereldwijd erkende expertise niet veel verder dan de ruim vijfhonderd amateurs, die in 1995 hun knutselwerk inleverden. Een onverteerbare megalomanie viert opnieuw de boventoon.

'Als Duitsers zich met de joden gaan bezighouden, wordt het gigantisch. Of het hun vernietiging betreft dan wel het herdenken daarvan, het blijft gigantisch.' De Duits-Israëlische columnist Henryk Broder schreef het naar aanleiding van de eerste inschrijvingsronde, waarvan het resultaat twee jaar geleden kortstondig in Honeckers 'Staatsraadgebouw van de DDR' werd getoond. Het winnende object was toen een gekantelde grafsteen ter grootte van twee voetbalvelden. Kanselier Kohl én Ignatz Bubis, voorzitter van de joodse gemeenschap, spraken hun veto uit.

Het plan voor een Duits Yad Vashem, daterend uit 1988, lag daarmee in duigen. Twee bekende Duitsers - de tv-journaliste Lea Rosh en de historicus Eberhard Jäckel - bezochten negen jaar geleden voor hun documentaire over de jodenvervolging regelmatig het holocaust-museum in Jeruzalem. Zij kwamen tot de conclusie dat Duitsland, het land van de daders, wat permanent herdenken aangaat ernstig in gebreke was gebleven in vergelijking met Israël, het land van de slachtoffers.

Wat volgde is geen voorbeeld van zuivere discussie. Lea Rosh werd in het weekblad Der Spiegel 'ontmaskerd' als een 'hysterische nep-jodin' en professor Jäckel, menigeen was het vergeten, behoorde tot de handvol deskundigen, die ooit de door Stern gepubliceerde Hitler-dagboeken tot authentiek had bestempeld. Een ondeugdelijk duo derhalve, dat er desondanks in slaagde de gehele natie te mobiliseren.

Willy Brandt, Günter Grass, popster Udo Lindenberg en vakbondsleider Franz Steinkühler wierven voor het monument. Zelfs DDR-functionarissen als de latere SPD-premier Stolpe reageerden positief op het initiatief. Direct na de Wende stelde de regering in Bonn geld ter beschikking, benevens een terrein van twintigduizend vierkante meter, direct naast de Brandenburger Tor, waar de grenswacht van de DDR veertig jaar lang heer en meester was geweest. Op dit zogenoemde Totesstreifen, ingeklemd tussen het in oude glorie herstelde hotel Adlon, de nog te bouwen Amerikaanse ambassade en de Potsdamer Platz moest het gebeuren.

NA EEN hopeloze serie van drie openbare hoorzittingen werd afgelopen voorjaar vastgesteld dat voor de tweede ronde negentien kunstenaars moesten worden geïnviteerd. Een vakjury selecteerde de namen. Voor de winnaar staat vijftien miljoen mark ter beschikking.

De Oostenrijkse architect Hans Hollen hield het na ampel beraad eenvoudig. Zijn inzending blijft beperkt tot het woord 'Auschwitz', volgens de ontwerper uit te beelden in monumentale letters. Hollen: 'Het begrip Auschwitz vormt een adequate symboliek en verwoordt alles wat met omvangrijke teksten of misplaatste metaforen niet afdoende kan worden weergegeven.'

Een andere inzending, van een collectief, wil naast de Brandenburger Tor opnieuw een muur optrekken. De tekst op de muur zou moeten luiden: 'Tussen 1933 en 1945 werden meer dan zes miljoen Europese joden vermoord. De kinderen en kleinkinderen van de daders wilden hier een monument voor de slachtoffers oprichten. Deze poging is mislukt. Berlijn, 1997.'

Dat deze twee inzendingen niet de derde ronde zouden halen, is helemaal niet zo vanzelfsprekend als men wellicht zou veronderstellen. De davidster van Karavan is namelijk eveneens afgevallen en de vier overblijvers wedijveren hoofdzakelijk in grootschaligheid. Het moet allemaal onvoorstelbaar groot, omdat de te herdenken misdaad ook onvoorstelbaar was.

Getipt als winnaars worden de architect Peter Eisenman en de beeldhouwer Richard Serra, beiden uit de VS. De twee ontwierpen een labyrint van liefst vierduizend betonnen palen, in hoogte variërend van enkele centimeters tot vijf meter en elk 2,30 meter dik. 'Een zone van instabiliteit', omschrijft Eisenman het abstracte kunstwerk. Dat de diepere zin van de constructie menig bezoeker zal ontgaan, is juist de bedoeling.

Eisenman: 'In ons project is geen doel, geen einde, geen weg te ontdekken. Het begrip van het individu, de bezoeker, schiet tekort voor een allesomvattend inzicht. Daarom kan er geen sprake zijn van nostalgie, herinnering of herdenking van het verleden. Er is slechts ruimte voor een levende herinnering, namelijk de individuele ervaring van ons monument.'

Eisenman en Serra moeten het in de beslissende ronde opnemen tegen drie andere kunstwerken, waar muren en hoge palen eveneens de toon zetten. Architect Jochen Gerz - 'een holocaust-monument in Berlijn is eigenlijk onbegonnen werk' - tekende een grote glazen brug over het terrein, dat wordt volgestort met beton. In het beton komen 39 lantaarnpalen van elk zestien meter hoog, die in tientallen talen het woord 'waarom' via een lichtstraal op het beton weerkaatsen. Er komt in deze visie ook een glazen huis, waar de bezoeker mondeling danwel schriftelijk zelf het antwoord kan geven.

Deze antwoorden worden de komende eeuwen in de computer opgeslagen en zijn op elk gewenst moment af te roepen. Steven Spielberg heeft toegezegd zijn interview-verzameling met overlevenden van de holocaust ter beschikking te stellen.

ONTWERP NUMMER drie is van de jeugdige Berlijnse architecte Gesine Weinmiller. Ook zij kan er kennelijk moeilijk aan wennen dat de Muur in haar stad is verdwenen. Zij tekende achttien metershoge van elkaar losstaande stukken muur. Het terrein dient voor dit momunent deels te worden afgegraven, omdat het de bedoeling is dat de bezoeker langzaam omhoog loopt en aan het einde een trap beklimt van waaraf de achttien muren ineens de vorm van een uiteengevallen davidster aannemen.

Het laatste ontwerp dat doormag naar de slotronde is van de hand van Daniel Libeskind, de architect die tevens het nieuwe joodse museum in Berlijn op zijn naam heeft staan. Bij Libeskind is alleen al zijn modelbouw van, jawel, alweer een muur, afschrikwekkend. De in zwart-wit uitgevoerde maquette heeft veel weg van een eng landschap op een verre planeet. De muur van Libeskind wordt eenentwintig meter hoog, 115 meter lang en vijf meter dik. (Ter oriëntatie: de Brandenburger Tor is inclusief de quadriga krap 26 meter hoog en 62 meter breed.)

Niettemin spreekt de architect van een 'stenen adem'. De muur wordt doorkliefd door enkele 'kanalen', waarvan het hoofdkanaal in de richting wijst van de villa aan de Wannsee, waar de nazi's hun Endlösung protocolleerden. Libeskind: 'Het monument is een gewijde plek in de lege ruimten van dit evenzeer hedendaagse als niet te vatten Berlijn.'

Iemand met recht van spreken, György Konrad, boycot de tentoonstelling. De in Hongarije geboren Konrad verloor veel familieleden in de holocaust. De schrijver is thans president van de Akademie der Künste, gehuisvest vlakbij de plek des onheils. Konrad noemt alle inzendingen 'pedagogische kitsch' en hoopt alsnog te kunnen verhinderen dat Berlijn wordt opgezadeld 'met een oord vol verschrikking en beklemming'. Konrad trof in Duitsland hoofdzakelijk versteende gezichten met zijn suggestie in het nieuwe centrum van de Duitse hoofdstad een 'tuin van vreugde' te scheppen, 'een cadeau van de vermoorde joden aan de Berlijners'.

Zijn opmerking zal zorgvuldig worden gedocumenteerd, want in feite zijn niet de ontwerpen van, maar de discussies óver het monument het ware kunstwerk. Uit de inmiddels gebundelde documentatie vanaf 1988 tot aan december negen jaar later - geen briefje, afgestempelde nota of hoofdartikel ontbreekt - blijkt zonneklaar dat de Duitsers wel willen, maar het (nog) niet kunnen. Toch móeten ze de holocaust herdenken, vinden ze zelf. Bij voorkeur op een wijze dat het altijd pijn zal doen, en niet alleen de ogen van de bezoeker.

Tot 27 januari 1998 - de dag waarop 33 jaar geleden Auschwitz werd bevrijd, aan alles is inderdaad gedacht - mag er nog heftig worden gestreden. Graag zelfs, zei woensdagavond een vertegenwoordiger van de stad Berlijn. Een paar weken later zal onverbiddelijk de knoop worden doorgehakt en kan in 1999, nog net voor de komst van het uit Bonn vertrekkende regeringscentrum, de eerste steen worden gelegd van een nieuwe muur.

Denkmal für die ermordeten Juden Europas. Galerie im Marstall, Schlossplatz 7, Berlijn; tot 27 januari 1998. Op 20 januari zijn de makers van de vier overgebleven ontwerpen aanwezig voor een discussie met het publiek.

Meer over