Laatste klus van trotse bondscoach

Robin van Galen neemt na deSpelen afscheid van de waterpolosters. Een plaats op hetpodium sluit hij niet uit...

Van onze medewerker Peter Bruin

Als Robin van Galen kijkt naar wat de waterpolosters nu al hebben bereikt, is hij ontzettend trots. Vanuit het niets en in ongelooflijk korte tijd is de aansluiting met de wereldtop gerealiseerd. Straks bij de Spelen in Peking moeten ze pieken en de bondscoach sluit niet uit dat de bijzondere missie uitmondt in een podiumplek.

Hoe het olympisch avontuur ook afloopt, voor Van Galen is het de laatste klus als bondscoach. Die beslissing nemen viel hem zwaar. Want de speelsters hebben veel progressie geboekt. Bovendien zit er nog rek in de ploeg en heeft hij het gevoel dat hij de aangewezen persoon zou kunnen zijn die speling te benutten.

Maar om tot de Spelen van Londen in 2012 zo intensief als nu met elkaar op te trekken, is niet goed, beseft hij. Niet voor hem en niet voor de speelsters. ‘Dan is het fijn gas terug te nemen en vaker thuis te zijn waardoor je ook tijd hebt voor andere zaken dan waterpolo.’

Het beeld van de nabije toekomst roept een glimlach bij hem op. Iefke van Belkum, de motor waar het team om draait, vertrekt naar Griekenland en enkele anderen zullen eveneens uitwaaieren naar het buitenland om de naam en faam die ze hebben verworven en in China kunnen onderstrepen, om te zetten in klinkende munt.

Hij, de grondlegger van het ambitieuze plan om Nederland een duw naar de mondiale top te geven, gaat voor de gebruikelijke vergoeding als trainer en coach aan de slag bij de mannen van GZC Donk in Gouda.

Op 1 januari 2006 nam Van Galen het bondscoachschap over van Paul Metz. Gepassioneerd en met een visie voor ogen stortte hij zich op zijn werk en in tweeënhalf jaar slaagde hij erin het gat met de waterpologrootmachten te dichten. Er werden internationaal aansprekende successen geboekt. Nederland kwalificeerde zich voor Peking door de concurrenten Hongarije, Italië en Rusland te verslaan.

Werken met het nationale team is de zwaarste klus uit de carrière van Van Galen (36). ‘Omdat we van ver zijn gekomen en heel intensief hebben gewerkt. Je moet maatwerk leveren om speelsters beter te maken. Dat viel niet altijd mee. Aan de andere kant is het leuk en uitdagend. Ik heb het gevoel dat ik met de speelsters en de begeleiders iets heb neergezet waarop ik trots mag zijn.’

De voorwaarden voor successen rusten op drie pijlers, zegt Van Galen. ‘Een fulltime programma waarin we 25 uur per week met elkaar met waterpolo bezig kunnen zijn. Geen enkel ander land doet dat of is daartoe in staat. Daarnaast beschikken we over een begeleidingsteam van elf personen.’

Het belangrijkste van alles is dat hij kan beschikken over een talentvolle groep. ‘We zijn verder in de ontwikkeling dan ik had kunnen hopen. Deze groep kan na de Spelen nog een stap maken.’ De gemiddelde leeftijd van de speelsters ligt rond de 24 jaar. De meesten gaan na de Spelen door.

Alleen Daniëlle de Bruijn, Gillian van den Berg, Alette Sijbring en Meike de Nooy stoppen. Van Belkum en een paar anderen vertrekken naar het buitenland. Maar na twee jaar komen ze terug, is afgesproken. Dan is er nog twee jaar om zich in eigen land fulltime op de Spelen te richten.

Zaterdag bleef Nederland ongeslagen in een testserie van drie ontmoetingen tegen China. Zonder Nienke Vermeer, die als laatste speelster uit de selectie viel, werd het in Drachten 15-10. De gespierde Chinese vrouwen, oud-zwemsters die in enkele jaren zijn klaargestoomd voor de olympische waterpoloploeg uit te komen, leren snel. Van Galen toonde zich tevreden. ‘China is een fysiek sterke ploeg waartegen we het altijd moeilijk hebben. Het waren waardevolle wedstrijden voor ons.’

Volgende week reist Van Galen met opgewekt naar het EK in Malaga. ‘Het is onze laatste test. We willen er graag goed spelen en presteren, maar alles staat toch een beetje in de schaduw van de Spelen.’

In Peking richt de scheidende bondscoach zich op de halve finale. ‘Als we zover reiken, gaan we natuurlijk voor een medaille. De verschillen tussen de toplanden zijn klein. Wij zijn in staat, dat gevoel heb ik en heeft de ploeg ook, om van iedereen te winnen. Een fijne gedachte. Toen we met elkaar begonnen, hadden we dat niet. Wat dat betreft hebben we een enorme sprong voorwaarts gemaakt. Alleen, zoiets geeft geen garantie dat je altijd alles wint.’

Meer over