Laatste dag

Vrijdag. Om 6 uur staan we op. Het was onze laatste nacht. Ik heb erge buikpijn en een dichtgeknepen keel....

Je gaat in bad zoals elke morgen. Heerlijk warm bad, ik was je rug en geef een kus. Wat denk je, wat voel je, we zijn verstikt in onze eigen emoties, die onuitspreekbaar geworden zijn.

Ik wil niet dat je van me weggaat, ik wil je rug blijven wassen, ook morgen en overmorgen en altijd. . . je blijven vasthouden, van je houden als altijd.

Je bent wat zweverig in je hoofd, van te weinig voedsel, van morfine, van de naderende dood. Je ligt af en toe op bed, wel aangekleed. We nemen het draaiboek nog eens door dat je voor mij hebt gemaakt, je leest de krant, doet nog een denksportpuzzel, slaapt wat. We drinken koffie.

Zal ik nog een morfinepil nemen vraag je, heeft het nog zin voor die korte tijd? Neem maar, zeg ik.

We lopen wat om elkaar heen. Je vraagt ineens, terwijl je me vastpakt: wat trek je me aan? Ik schrik, daar hebben we niet over gesproken, ik ben in verwarring. Gewoon, wat je aan hebt, zeg ik, misschien je groene spijkerbroek, die draag je graag. Nu heb je een overhemd aan en een blauwe trui. Je trekt een andere trui aan, ook een blauwe. Dan heb ik je geur nog een tijdje bij me in die trui. Je knikt dat het goed is. O God, wat moet ik zonder hem?

S. vraagt of je bang bent. Nee je bent niet bang. We wachten nu alleen nog.

Jij en ik lopen nog even de tuin in, het is mooi weer. Je moet maar veel struiken planten, de tuin is veel te groot voor jou alleen, ach ik moet me er ook niet meer mee bemoeien zeg je er achteraan. Ik krijg bijna geen lucht meer, o lief, waarom mogen wij niet samen oud worden.

Even na vier uur rijdt de huisarts voor. Mijn hart bonst in mijn keel, kramp, tranen, paniek, totale paniek.

Er wordt wat gepraat. Dan gaat de huisarts aan tafel zitten en maakt twee grote spuiten klaar. Eén met heldere narcosevloeistof en één met gele vloeistof, het dodelijke middel. Geen weg terug. Je staat op, omhelst mij, omhelst de kinderen. De spuiten zijn klaar, je gaat weer op bed liggen. Je geeft de huisarts een hand en bedankt hem.

De huisarts zegt dat jij de enige bent die moedig is. Hij heeft gelijk, jij bent zo dapper, ik ben totaal ontredderd, radeloos van verdriet.

Ik neem je in mijn armen, de infuusnaald gaat in je arm, we houden je stevig vast, ik kus je, zo heb je het gewild, zeg je en de narcosevloeistof gaat langzaam naar binnen en je glijdt in slaap.

Dan volgt de gele vloeistof. Nu verandert je ademhaling. Zit je nu op het hoekje van de kast naar ons te kijken met een glimlach op je lippen? Ik denk van wel. We houden je nog steeds goed vast, maar nu glijdt het leven langzaam uit jou weg. Er wordt op jou gewacht, daar aan de andere kant, je moet gaan. Dag mijn liefste, dag.

Inger Grootendorst-Steyn, Sellingen

In NL schrijven lezers over hun huiselijk leven. Dit is aflevering 592.

Meer over