Laatste Alinea

Het was stil in huis, er heerste vrede. Iedereen sliep, maar ik gunde mezelf de laatste pagina's van Peter Buwalda's Bonita Avenue, een wervelende roman vol stuwende plotlijnen. Het ging heerlijk. Ik snelde over de pagina's naar het einde, klaar voor een zucht van voldoening, tot ik aankwam bij de allerlaatste alinea. Die begreep ik niet.


Ik stond op en liep naar de badkamer. Hè, dacht ik. Alles feilloos begrepen, geen enkel woord Frans op 550 dichtbedrukte pagina's, maar precies de allerlaatste alinea begreep ik niet. Hoewel, kon je dat eigenlijk wel zeggen? Kon je wel alles behalve de laatste alinea begrijpen? Of begreep je dan het hele boek niet meer?


Het ging om de voorlaatste regel: 'Joni en Wilbert gingen samen naar de buren.' Op zichzelf geen ingewikkelde zin, maar het moment waarop die door de hoofdpersoon wordt gedacht, is vreemd. Ik heb nog nooit een gruwelmoord gepleegd, maar het lijkt me uitgesloten dat ik, de handen in andermans ingewanden, aan zoiets alledaags zal denken.


Het kon dan ook niet anders of hiermee werd iets belangrijks geopenbaard, dat een geheel nieuw licht op enkele van de gebeurtenissen wierp. Maar hoe scheen welk licht dan precies waarop?


Ik zag twee mogelijkheden. Hij begrijpt dat ze het met elkaar deden of hij ziet de overbodigheid van zijn handelingen. Maar het eerste wisten we al, en het tweede haalde oorzaak en gevolg door elkaar. Mij lijkt althans dat je huilt omdat je moeder in het ravijn ligt, niet omdat je een wandeling naar deze klif hebt voorgesteld. Tenzij, maar dat komt bijna nooit voor, je haar zelf hebt geduwd en zich beneden een politiebureau bevindt.


Ik ging naar bed, niet met plezier, en werd de volgende ochtend wakker met een schokje. Ik zette koffie, maar ik begreep de laatste alinea niet, ging aan het werk, maar begreep de laatste alinea niet. Zoals Lao-Tse in zijn schoen veranderde toen daar een steentje in zat, dreigde ik te veranderen in de laatste alinea van Bonita Avenue.


Er stonden wel recensies op het internet, maar er was geen recensent die het einde besprak. Ik belde een vriend, die meewarig lachte, beloofde het boek er nog eens op na te zullen slaan, en later een kort mailtje stuurde: 'Getver, nu begrijp ik het ook niet meer.'


Misschien, zat ik te denken, terwijl ik aan het raam ging staan, moest ik er langzamerhand rekening mee gaan houden dat de regel niets betekende. Dat er niets aan die regel te begrijpen viel. Ik hield er niet van, maar het stond de schrijver vrij te denken: 'Ik mag toch ook een keer gewoon iets zeggen? Alles hoeft toch niet altijd meteen iets te betekenen?'


Het zou wel veel verklaren als de regel niets betekende - zonder die regel had Bonita Avenue voor mij geen enkel geheim. Joni en Wilbert gingen samen naar de buren. Dat was het, meer niet, ik moest niet altijd zo ingewikkeld doen - misschien betekenden sommige van mijn voorlaatste regels ook wel helemaal niets.


Twitter@Petermiddendorp

Meer over