Laat WRR-advies

DE makkelijkste opmerking over het deze week verschenen rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), Van verdelen naar verdienen, is dat de analyse deugt....

De grootste bedreiging is de combinatie van vergrijzing en ontgroening, die er onvermijdelijk toe zal leiden dat er naar verhouding steeds minder werkenden zullen zijn die de rekening van het sociale stelsel betalen. Om het onvermijdelijke toch te tarten, moet worden geprobeerd nu en in de toekomst zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen en te houden.

Dat is wat de WRR voorstelt, dat is staand kabinetsbeleid ('werk, werk en nog eens werk'), en dat is ook het streven van werkgevers en vakbonden. Zo bezien is ongeveer iedereen het eens over de doelstelling van het te voeren beleid. De verschillen kunnen ontstaan bij de uitwerking.

De WRR wekt in zijn rapport de indruk dat die verschillen tussen de eigen voorstellen en de huidige praktijk aanzienlijk zijn. De raad kan dat ook eenvoudig doen omdat het kabinetsbeleid nog maar in de kinderschoenen staat. Er zijn wel veranderingen op gang gebracht (herziening uitvoering sociale zekerheid) of aangekondigd (wet tegen leeftijdsdiscriminatie), maar het is nog veel te vroeg om deze daden op resultaat te beoordelen.

Ook werkgevers en vakbonden zijn nog maar net begonnen om in hun cao-afspraken in te spelen op de gevolgen van de aanstaande demografische verandering voor de arbeidsmarkt. Niet voor niets wordt het sociaal plan dat onlangs bij Heineken is afgesloten - een plan waarin scholing centraal staat -, alom als eerste voorbeeld van het nieuwe denken aangehaald.

Het advies van de Sociaal Economische Raad over de toekomst van de sociale zekerheid dat binnenkort verschijnt, zal laten zien dat ook over de grote lijn bij de sociale partners grote mate van overeenstemming bestaat.

De grootscheepse herziening van de sociale zekerheid die de WRR in zijn rapport aankondigt, is dan ook grotendeels schijn. Het beleid beweegt zich al in de richting zoals die door de raad wordt gewezen. Voorzover dat nog niet het geval is, zoals bij het voorstel van de raad om de rechten en plichten van gebruikers en uitvoerders van de sociale zekerheid scherper af te bakenen, is een ingrijpende hervorming van het stelsel niet nodig.

De WRR komt met dit advies aan de late kant, gelet op wat in gang is gezet. De schijn die de raad wekt dat zijn voorstellen een breuk betekenen met de huidige praktijk, is in veel opzichten een miskenning van de verschuiving in denken en beleid die inmiddels heeft plaatsgevonden.

Meer over