Laat Turkije strafwet wijzigen

Art. 312 van het Turkse Wetboek van Strafrecht stelt het beledigen van de nationale identiteit strafbaar. Op grond daarvan worden mensen gestraft die, ook al is het in een roman (Pamuk), erkennen dat in 1915 (voor de huidige Turkse republiek ontstond) honderdduizenden Turkse Armeniërs zijn omgebracht tijdens hun gedwongen deportatie...

Tijdens een debat in de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa in Straatsburg op 2 oktober is een rapport van mijn hand besproken over het feit dat verscheidene landen een aantal beslissingen van het Hof, tegen die landen uitgesproken, niet uitvoeren. Dat ondermijnt natuurlijk het gezag van het Hof. Het rapport, dat werd aangenomen, dringt er dan ook bij die landen op aan die beslissingen uit te voeren. Op een persconferentie gebruikte ik als voorbeeld art. 312 van het Turkse Wetboek van Strafrecht. Dit moet worden veranderd om te voorkomen dat nieuwe zaken het Hof bereiken, omdat mensen zich nu niet vrij kunnen uitspreken over de Turkse geschiedenis of identiteit (ook in verband met de Koerden).

Een Turkse journaliste wierp mij tegen dat het in Nederland ook verboden is de holocaust (shoah) te ontkennen, dus waarom mag je dan in Turkije niet verbieden de Armeense kwestie te erkennen? Ik heb haar geantwoord dat zo’n verbod in Nederland niet bestaat, behalve als je de shoah ontkent met de kennelijke bedoeling aan te zetten tot haat tegen een bevolkingsgroep, want dat is terecht verboden in art. 137 Strafrecht.

Maar een domoor die dit uit onkunde beweert, of een wetenschapper die meent nieuwe aanwijzingen te hebben om elementen van de shoah in twijfel te trekken, bestrijden we niet met strafrecht maar met debat.

In Frankrijk en Duitsland is de ontkenning van de shoah als zodanig wel verboden. Daarvan zei ik dat de rechter in Straatsburg, als het gaat om een domoor of een wetenschapper, een veroordeling in Frankrijk zeer wel in strijd zou kunnen achten met de vrijheid van meningsuiting. Het bericht in deze krant van 3 oktober (‘Ontkennen holocaust niet langer strafbaar’) klopt dus niet, waar mij in de mond wordt gelegd dat ik zou vinden dat bij ons shoah-ontkenning niet langer strafbaar zou moeten zijn. Die ontkenning is bij ons immers al niet strafbaar, anders dan via art. 137. Dat artikel moet naar mijn mening vooral blijven bestaan. Omdat ook wordt gesuggereerd dat ik mijn uitspraak had gedaan ‘naar aanleiding van een debat over de Turkse volkerenmoord op Armenen’, zonder de context te vermelden, behoeft dit bericht bovenstaande correctie.

Erik Jurgens

Meer over