Laat Openluchtmuseum zich tot Nationaal Museum ontwikkelen

De uitvoering van het project Nationaal Historisch Museum (NHM) onder leiding van de directeuren Schilp en Bijvanck moet als mislukt worden beschouwd. Het NHM is nog steeds een lege dop ondanks een omvangrijke organisatie en een kostbare raad van toezicht. De vestigingsplaats blijft onzeker en over de omvang wordt een zigzagbeleid gevoerd. Ernstiger is nog dat door de door Plasterk benoemde directie niets is gedaan aan het mobiliseren van de omvangrijke kennis en bestuurlijke expertise op het onderhavige terrein. Afscheid nemen van de tot zover gelanceerde plannen, de daarvoor verantwoordelijke directie en het personeelsbestand dat geen zinvolle arbeid verricht, ligt voor de hand en is ook de natuurlijke uitkomst van de enige jaren geleden in gang gezette beweging.

Maar er is geen enkele reden het oorspronkelijke idee te verlaten om de historische kennis van de Nederlandse bevolking, nu en in de toekomst, op een hoger plan te brengen langs museale wegen. Vandaar enkele hoofdlijnen van een uitvoerbaar en financieel haalbaar businessplan dat aanknoopt bij de beschouwing hierover van Paul Scholten, oud-burgemeester van Arnhem.

De eerste bouwsteen is de universele deskundigheid van het Rijksmuseum grootscheeps te benutten. Deze kennis moet worden gemobiliseerd in samenhang met het aan de oppervlakte brengen van de relevante historische objecten, die nu de kelders van het Rijksmuseum vullen. De tweede bouwsteen is het aangaan door het Rijksmuseum van een 'joint venture' met het Nederlands Openluchtmuseum (NOM) in Arnhem. Met de wetenschappelijke en kunstzinnige inbreng van het Rijksmuseum kan het NOM zich ontwikkelen tot een breed georiënteerd Nationaal of Nederlands Museum dat het zicht op het dagelijks leven van de Nederlandse burgers in de loop van de eeuwen combineert met de beeldende vormgeving van de hoogtepunten van de Nederlandse geschiedenis aan de hand van de input van het Rijksmuseum.

De uitvoering van dit eenvoudige plan vergt communicatief en humaan leiderschap en het aantrekken van gedreven medewerkers. Een dergelijke uitvoering krijgt gestalte door het inschakelen van mensen van het slag Jan Vaessen, de vorige algemeen directeur van het NOM.

De financiering van het project in de aanloopfase is een fluitje van een cent door een fractie van de bezuiniging door het stopzetten van de aanpak-Schilp te benutten voor een sober onderzoek naar de optimale constructie van de samenwerking van Rijksmuseum en NOM en het effectief benutten van al bestaande harde, kennisintensieve en virtuele infrastructuur.

Samenvattend, moge er bij staatssecretaris Halbe Zijlstra op worden aangedrongen in de brief aan de Tweede Kamer van 10 juni enerzijds een punt te zetten achter de aanpak-Plasterk, -Schilp, -Bijvanck; en anderzijds een geheel nieuwe architectuur te ontwerpen waarvan de kern is de samenwerking van het Nederlands Openluchtmuseum en het Rijksmuseum inhoud en vorm te geven. Een eenvoudige onderzoeksopdracht volstaat.

Arnold Heertje is emeritus hoogleraar economie

undefined

Meer over