'Laat ons onszelf kunnen zijn'

Wie Basken zegt, zegt meestal ook ETA en denkt aan terreur en strijd voor Baskische onafhankelijkheid. De Basken worden geassocieerd met geweld, ofschoon er intussen in Baskenland ook een andere beweging is, 'Basta ya', gericht tegen het ETA-geweld....

De Amerikaanse journalist Mark Kurlansly gaat in zijn boek De wereldgeschiedenis volgens de Basken (De Arbeiderspers; fl 49,95) het onderwerp ETA niet uit de weg, maar tegelijkertijd laat hij zien dat de Basken een lange geschiedenis en een rijke cultuur hebben, en zelf lange tijd het slachtoffer van geweld zijn geweest. Ze werden bijna veertig jaar onderdrukt door dictator Franco, die tijdens de Spaanse burgeroorlog Duitse en Italiaanse luchtstrijdkrachten inzette om de Baskische stad Guernica en andere Baskische steden te vernietigen. Franco, zo schrijft Kurlansky, wilde 'de totale vernietiging van de Baskische nationalisten'.

De Basken zijn een verdeeld volk. Dwars door Baskenland loopt de Spaans-Franse grens - ten noorden van die grens liggen drie en ten zuiden ervan vier Baskische provincies. Ook in politiek opzicht zijn met name de Spaanse Basken verdeeld. In zijn lezenswaardige boek wijst Kurlansky verschillende keren op oorlogen en conflicten, waarbij Basken tegenover Basken stonden.

Wat hen verenigt is hun cultuur, met hun eigen taal, het Euskera, en de wil hun identiteit te bewaren in hun land, in Euskal Herria. Een oude wens van de Basken luidt: Garean gareana legez, laat ons onszelf kunnen zijn. Maar of dit in totale onafhankelijkheid of lokale autonomie zijn verwezenlijking moet vinden, daarover zijn de Basken het kennelijk nooit eens kunnen worden.

De wereldgeschiedenis volgens de Basken is een uiterst gevarieerd boek. De lezer leert niet alleen dat de Basken eeuwenlang een volk van scheepsbouwers, zeevaarders en vissers zijn geweest, die al in de zevende eeuw jacht maakten op walvissen en al vroeg de kunst van het drogen en pekelen van kabeljauw beheersten, maar hij maakt ook kennis met hun taal, hun sporten, hun gewoonten, en vooral hun keuken. Steeds weer onderbreekt Kurlansky zijn verhaal voor het geven van Baskische recepten - voor zeebrasem, bonenschotels, krielalen, wilde duif en niet te vergeten pil pil, en gerecht bestaande uit gezouten kabeljauw met een speciale saus.

Het werd uit nood geboren. Tijdens de Eerste Carlistische Oorlog - een burgeroorlog in het midden van de negentiende eeuw waarbij het Baskenland zijn autonomie en eigen wetgeving, de fueros, verloor - ontstond in Bilbao een nijpend gebrek aan voedsel. Er was alleen maar gezouten kabeljauw en olijfolie, knoflook en gedroogde pepers. Daaruit werd de pil pil geboren.

In de negentiende eeuw kreeg het Baskisch nationalisme de vorm van een fanatieke politieke beweging en beleefde de Baskische cultuur een wedergeboorte die zich uitdrukte in verhoogde aandacht voor de Baskische taal die, aldus Victor Hugo, 'een land is en nagenoeg een religie'.

In die tijd, schrijft Kurlansky, ontstond de legende over de oorsprong van het Baskische volk. Die oorsprong is in nevelen gehuld. Maar volgens de schrijver Augustin Chaho zijn de Basken afstammelingen van Aïtor, de man 'die zonder hulp van Noachs ark de zondvloed had overleefd'.

Meer over