Laat Merkel de City maar lekker mishagen

Dankzij drie zuidelijke deelstaten floreert de Duitse economie. Terwijl Angela Merkel alle wenken van macro-economen in de wind slaat.

DIRK-JAN VAN BAAR

In Engelstalige kranten als de Wall Street Journal en de The Economist lees je soms dat Angela Merkel en haar adviseurs heel weinig begrijpen van de internationale financiële markten. De bondskanselier zou een moralistische kijk hebben op de zuidelijke schuldenlanden, die gebrek aan discipline wordt verweten en onvoldoende doordrongen zijn van de huisvrouwenwijsheid dat je een euro maar één keer kunt uitgeven. Dat macro-economische onbenul zou tot een onnodig harde houding leiden tegenover de Zuid-Europese landen, die gestraft moeten worden, en het bestaan van de muntunie op het spel zetten. Als Berlijn niet snel met een masterplan komt om de euro te redden, kan dat de wereldeconomie in een fatale spiraal naar beneden brengen en de herverkiezingskansen van Barack Obama schaden.

Wat er zo erg is aan dat laatste, wordt er niet bij gezegd, al valt op dat de 'linkse Obama' tot nu toe zeer ontvankelijk is voor het wensenpakket van Wall Street. De Britse premier David Cameron lijkt zich geheel vereenzelvigd te hebben met de belangen van de City. De Britten doen zelf niet mee aan de euro, maar dringen omwille van hun eigen wankele financiële sector op redding van de muntunie aan.

De Angelsaksische wereld steunt zelfs de nieuwe socialistische president François Hollande, die een 'groeikoers' voorstaat en op nog meer (Duitse) solidariteit met de schuldenlanden aandringt. Het is allemaal adembenemend hypocriet. Ondertussen woedt de schuldencrisis, die als een vuiltje op de Amerikaanse hypothekenmarkt begon, vrolijk door en blijven de geldhandelaren in New York en Londen op het opbreken van de eurozone speculeren.

Behoedzame mogendheid

Geen wonder dat Merkel zich Oost-Indisch doof houdt voor de adviezen uit de Angelsaksische wereld. De Duitsers menen voor het eerst in de naoorlogse geschiedenis geen schuld te hebben aan een grote internationale crisis. Zij zien geen quick fix, de schuldencrisis moet worden uitgeziekt. De Duitsers opereren methodisch stap voor stap, wat in New York en Londen smalend als 'too little, too late' wordt afgedaan, maar eigenlijk heel pragmatisch Brits is. De Angelsaksische wereld heeft wel oog voor de mondiale geldmarkten die in probleemlanden Blitzkrieg-achtig toeslaan, maar is blind voor het ingewikkelde vlechtwerk van de eurozone, die geduld en diplomatie vergt en tot een frustrerend doormodderen verplicht. De Britten spraken ooit liefkozend van 'muddling through'. Tegenwoordig kunnen hervormingen voor een zakenblad als The Economist niet ver genoeg gaan. Dat is een mentale rolwisseling die alle oude clichés doorbreekt, met Duitsland als de meest behoedzaam en rationeel opererende mogendheid.

Bungelen

Daar komt nog iets bij. Waar de hele westerse wereld in de schulden verdrinkt - Amerika en Groot-Brittannië nog meer dan Zuid-Europa - floreert de Duitse economie en beleeft zij een tweede Wirtschaftswunder. Daardoor kunnen de Duitsers de crisis langer volhouden dan hun concurrenten. Dat verklaart waarom zij minder haast hebben en probleemlanden kunnen laten bungelen, al zijn zij voor hun export afhankelijk van de wereldeconomie en is een muntunie waarin het kapitaal van Zuid-Europa naar het 'veilige' Noord-Europa vloeit onhoudbaar.

Dat eenzame Duitse succes zorgt voor afgunst en politieke spanningen. Waar Zuid-Europa een Duitsland waarneemt dat van de crisis profiteert en heel Europa zijn model tracht op te dringen, hebben de Duitsers het gevoel voor alle Europese schuldenlanden te moeten instaan en het kind van de rekening te worden van tekorten die zij niet hebben veroorzaakt.

Omdat de Duitse tucht en discipline contrasteren met de geraffineerde cultuur in Zuid-Europa, zien velen een scheiding der geesten in de eurozone tussen een noordelijk (protestants) en zuidelijk (katholiek) deel. Deze tegenstelling wordt uitvergroot in de Engelstalige media, die minder taboes kennen en graag op het gebrek aan daadkracht van 'Europa' tamboereren. Op hun beurt wijzen Duitse politici erop dat de Zuid-Europese landen hun eigen economie op orde moeten brengen. Duitsland kan niet eeuwig betaalmeester van Europa zijn.

Toch is het weer Duitsland dat hier alle clichés doorbreekt. Tien jaar geleden stond de Duitse economie te boek als 'zieke man van Europa'. Nu heet het dat onder SPD-kanselier Gerhard Schröder en zijn Agenda 2010 in Duitsland hervormingen zijn doorgevoerd die andere Europese landen hebben nagelaten.

Ik geloof het graag, maar herinner mij de SPD ook als een verzameling betonkoppen die van geen enkele flexibilisering wilden weten. Onder Schröder stemde Duitsland bovendien in met de toetreding van Griekenland tot de euro en lapte het samen met de lamlendige Franse president Jacques Chirac in 2003 de regels van het Stabiliteitspact aan zijn laars. Dat zien we nu als fatale missers. Je kunt ook zeggen dat er zelfs in het strenge Duitsland verschil bestaat tussen schijn en werkelijkheid. Betonkoppen blijken er niet van beton, het land is minder rigide dan het lijkt. Het land is vooral heel erg Europees. De belofte van Helmut Kohl dat de euro net zo hard zou worden als de D-Mark, moet dan ook politiek worden geïnterpreteerd.

Dat zien we nog duidelijker als we beseffen dat de Duitse overheid helemaal niet zo zuinig is als wordt beweerd. In de nieuwe deelstaten (de voormalige DDR) zijn honderden miljarden gepompt en zij kunnen nog steeds niet op eigen benen staan. Aan de Duitse eenwording in 1990 ging een monetaire eenwording vooraf, waarbij de Oost-Duitsers massaal voor de D-Mark kozen en de West-Duitsers braaf de rekening betaalden. De nieuwe hoofdstad Berlijn is praktisch failliet en van de oude Bondsrepubliek zit het merendeel van de deelstaten diep in de schulden. Daaronder SPD-bolwerken als Bremen, Saarland en Noordrijn-Westfalen, met 18 miljoen inwoners veruit de grootste deelstaat en de voor Nederland belangrijkste handelspartner. Duitsland, dat borg staat voor heel Europa, wordt zelf overeind gehouden door slechts drie deelstaten met ongeveer een derde van de bevolking. Daaronder het kleine Hessen, met de zetel van het noodlijdende en met staatssteun overeind gehouden Opel, een uitzondering op de succesvolle Duitse auto-industrie.

Zwakke regio's

Ook de Duitse bankensector heeft het helemaal niet zo goed gedaan. Excellente prestaties leveren alleen de twee zuidelijke deelstaten Baden-Württemberg en Beieren. Zij zijn overwegend katholiek, waar de protestantse Noord-Duitse staten middelmatig presteren. Het om zijn discipline geprezen hartland van Maarten Luther bestaat allang niet meer. Pruisen werd in 1947 formeel opgeheven; de communistische opvolgerstaat de DDR in 1990. Zeg niet dat de katholieke staten in Duitsland uitvreters zijn, het tegendeel is waar.

Duitsland zelf kent een overmaat aan zwakke regio's die permanent op steun van de sterkere zijn aangewezen. Dit raadsel wordt deels opgelost omdat Duitsland een federale bondsstaat is, met een transferunie die de regering in Berlijn op Europees niveau wil voorkomen.

Toch zijn de zuidelijke deelstaten ondanks structurele miljardenafdrachten niet leeggezogen, maar worden zij nog steeds rijker. En met warme Duitse solidariteitsgevoelens heeft die afdracht ook niks te maken. Konrad Adenauer had weinig met Berlijn. De legende wil dat de oud-burgemeester van Keulen de gordijnen sloot als hij per trein de Elbe overstak: daar begon Azië. Het eigenzinnige Beieren, dat ook nog door de CSU als een eenpartijstaat wordt geregeerd, wekte ergernis in de rest van Duitsland, vooral in het Rijnland en het Roergebied.

Omgekeerd wanen ze zich nu in Beieren superieur. Het rijke München spreekt geringschattend over het arme Berlijn en prijst zich gelukkig om zijn Italiaanse atmosfeer. De Beierse kunststad staat zelfs bekend als het 'Athene aan de Isar'. Niks Duits chauvinisme of afkeer van de mediterrane volken. De conservatieve en lang voor bekrompen versleten Zuid-Duitsers betalen voor de rest van Duitsland omdat het moet, omdat het hun ijdelheid streelt en omdat ze het moeiteloos kunnen.

Mijns inziens zit hier het echte Wirtschaftswunder van het nieuwe Duitsland. Economen moeten toch eens voor arbeiders verklaren hoe het kan dat Duitsland op zo'n smalle basis zo sterk kan zijn en dat nog volhoudt ook. De wonderen zijn blijkbaar de wereld nog niet uit, want zo'n groeimodel is de Duitse volkshuishouding niet. Integendeel: de Duitse sociale markteconomie zondigde tegen alle recepten die de afgelopen twintig jaar in Washington en Londen voor raadzaam werden gehouden, kampt ook nog met een sterke vergrijzing en is alleen solide in vergelijking met andere westerse economieën.

Angela Merkel mag dan volgens Engelstalige macro-economen niet zo'n verstand van financiële markten hebben, zij laat zich er als enige westerse regeringsleider ook niet gek door maken. Dat lijkt mij verstandiger dan een blanco cheque afgeven aan al die zuidelijke schuldenlanden, wat al die snelle geldjongens in Wall Street en de City voor wie het nooit genoeg is graag zien.

DIRK-JAN VAN BAAR is historicus.

undefined

Meer over