Laat meer slechte kunst zien

Will Gompertz, Arts Editor van de BBC, verzorgde een rondleiding in het Amsterdamse Stedelijk Museum. De kunstgek bleek een humoristische gids met prikkelende ideeën.

DOOR STEFAN KUIPER

Een dikke twintig jaar geleden zag Will Gompertz (Kent, 1965) voor het eerst Willem de Koonings Rosy-Fingered Dawn at Louse Point. Een openbaring: 'Daarvoor vond ik kunst saai - ik was met een meisje in Amsterdam voor all the wrong reasons - maar oog in oog met Rosy-Fingered Dawn gebeurde er iets. Ik werd gegrepen door de kleuren, de expressie, de emoties. Ik verliet Amsterdam verliefd; op het meisje - én op De Kooning.'

Hoe het verder ging, is haast te mooi om geloofwaardig te zijn. Gompertz werd kunstgek, werkte als hoofd publiciteit bij de Londense Tate Gallery en tot op heden als Arts Editor bij de BBC. En hij publiceerde onlangs een geestig en informatief boek over moderne en hedendaagse kunst, Dat kan mijn kleine zusje ook. Naar aanleiding van de Nederlandse vertaling organiseerde zijn uitgever een gallery talk. In het Stedelijk Museum, uiteraard.

En dus leidt Gompertz - tenger, bril met dik montuur, twee onstuimige eilandjes haar aan weerszijden van de schedel completeren de nutty professor look - op deze drukke zaterdagmiddag een gestaag aanzwellend gezelschap door de fonkelnieuwe zalen. Hij is een enthousiasmerende gids, geestig, snel, altijd een anekdote paraat. Over Duchamps Fountain: 'It really took the piss out of art.' Bij een schilderij van Cézanne: 'Volgens David Hockney was hij de eerste schilder die zijn beide ogen gebruikte.' Over kunstverzamelaar (en mannenverslindster) Peggy Guggenheim: 'Iemand vroeg haar eens: 'Hoeveel echtgenoten heeft u gehad? Waarop ze antwoordde: 'Van mijzelf - of van anderen?''

De groep lacht. 'Next!', roept Gompertz.

Stokpaardje tijdens de rondleiding - maar ook in Gompertz' boek - is de vraag die iedere kunstenaar, kunsthistoricus of museummedewerker op feestjes tot in de eeuwigheid moet beantwoorden: waarom is moderne kunst - een pisbak, een rij stalen platen, een onopgemaakt bed - kunst? Een eenvoudig te beantwoorden vraag, zegt Gompertz. 'Kunst is kunst omdat het gemaakt is door een kunstenaar. En omdat het in een museum staat. En omdat het geen ander doel heeft dan prikkelen, ontroeren, verbluffen, communiceren, kortom. Sommige mensen willen daar niet in meegaan; wanneer ze zo'n doek zien - Gompertz wijst naar een abstract schilderij van de Argentijns-Italiaanse kunstenaar Lucio Fontana - dan zien ze enkel een canvas met inkepingen. Ik wel. Ik ben een believer. Ik geloof dat dat ding een kunstwerk is. De werkelijk interessante vraag komt daarna: is het een goed kunstwerk?'

Helaas, constateert Gompertz, is die laatste vraag in de kunstwereld een beetje een taboe. 'Kunst wordt veel te serieus genomen. Musea vragen ons alle kunst te bewonderen, ook de minder geslaagde, ook de echte troep. En geloof me: er is veel troep. Die bewierokende houding doet de kunst meer kwaad dan goed.' Daarom heeft hij een ideetje voor musea: tentoonstellingen die enkel bestaan uit slechte kunst. 'Stel je voor: je roept de curator. Je laat hem de beroerdste werken uit het depot halen. Je hangt ze op zaal en laat het publiek oordelen. Mensen zullen in debat gaan. Het zal bevrijdend zijn.'

Will Gompertz, Dat kan mijn kleine zusje ook - waarom moderne kunst kunst is, Meulenhoff, paperback. € 24,95

undefined

Meer over