Laat je raken

Over scheppen, schaamte, schuld, lijden, vergeving, mysterie en dood gaan de werken van Willem Jan Otten. En over christendom. 'Critici begrijpen niet waarom ik het christendom als licht gebruik waartegen ik mijn wajangpoppen goed laat uitkomen.'..

Door Annette Embrechts

Het kan niet anders of het huis van Willem Jan Otten moet een serre hebben.

En daar zal het gesprek plaatsvinden.

Tenslotte speelt bijna elk door hem geschreven toneelstuk zich af in een serre of aanverwante ruimte, zoals de aanbouw van een huis aan het Gooise Randmeer in Braambos (2004), de hout-en glaskamer in De Nacht van de Pauw (1997) en de vensterkamer waardoor je het ziet sneeuwen in Een Sneeuw (1981).

Ook in zijn gloednieuwe roman, Specht en zoon, die komende week verschijnt (tien jaar na zijn spraakmakende boek over doodswens en genezing, Ons mankeert niets), staat de verteller in een atelier waaraan een serre is gebouwd: 'Een serre op het noorden, waar pas eind februari, tegen zessen 's avonds, de zon in komt schijnen.' De woonkamer van dichter, toneelschrijver, romancier en essayist Willem Jan Otten (52) meen serre hebben.

Maar nee. Het intieme, diepe huisje in het centrum van het monumentale vestingstadje Naarden is serreloos. Het alternatief spreekt echter evenzeer tot de verbeelding: een tuinhuisje ingericht als werkkamer. Met een stevige houten trap die leidt naar het creatieve centrum boven: het bureau. Daar vindt het interview plaats.

'In mijn fantasie neemt mijn hersenpan altijd de vorm aan van een serre: half buiten, half binnen, een doorzichtige doordringbare muur, uitzicht en inzicht want de taferelen binnen worden ook van buiten gezien', zegt Otten. 'Zo'n glazen aanbouw werkt goed op toneel. Het publiek zit in feite in het huis, de spelers in de serre met daarachter de suggestie van een tuin waarin je mensen kunt laten ronddolen.'

De serre is slechts van de vele vaste ingredien in het werk van Otten. Groter zijn de terugkerende thema's: scheppen, schaamte, schuld, lijden, vergeving, verbeelding, verleden, mysterie, ervaring, dood. Geen relatie in Ottens werk ontkomt aan een derde. Er is altijd overspel, bedrog, ontrouw. En er wordt altijd geschapen: een kind, een kunstwerk. Otten: 'Scheppen? Wonderbaarlijk. Ik begrijp er zo zeer helemaal geen barst van hoe het komt dat je een idee hebt voordat je beseft dat je het hebt.'

De verwachting van een kind en een kunstwerk vormt een van de overeenkomsten tussen Braambos en Specht en zoon. Zowel in het toneelstuk als in de roman krijgt een kunstenaar een ultieme opdracht en raakt zijn vrouw in verwachting. Beiden scheppingsverhalen. 'Ja, het zijn twee takken van dezelfde boom', zegt de vijf jaar geleden katholiek geworden auteur.

'Scheppingsverhalen zijn het mooist van allen.' Otten kent de koorts van het vader worden. Niet voor niets is Pinokkio een van zijn favoriete boeken. 'Een menswordingsverhaal met een van de mooiste definities van de mens. Het houten jong moet het nog verdienen om mens te worden. Eerst is Pinokkio nog onaangenaam omdat hij niets voor zijn vader over heeft. Pas als hij zich het vuur uit de sloffen rent voor zijn schepper begint hij te deugen. Specht en zoon is in feite ook een Pinokkio-verhaal: er moet een schildersdoek tot leven worden gewekt. Bij de Grote Menswording gaat het om een afdaling. Dat wat ons heeft gemaakt, wordt schepsel.'

In Specht en zoon, ontstaan naar een losse krabbel van Henry James over een echtpaar dat zijn nooit geboren kind wilde laten schilderen, krijgt een realistisch werkende kunstenaar, beroemd vanwege zijn portretten naar het leven, de opdracht naar de dood te werken, dat wil zeggen een portret te maken van een zoon waarvan de vader beweert dat hij dood is.

In Braambos is Guusje de hoofdpersoon. Haar tweelingzus Lena heeft zelfmoord gepleegd, vijftien jaar nadat ze als puber drie dagen lang door een gek is verkracht en vernederd. Een jaar na de zelfmoord duikt de dader op om vergiffenis te vragen en wil de jeugdliefde van Lena het ouderlijk huis van de tweeling tijdelijk gebruiken als atelier. Daar werkt hij aan zijn mega-opdracht: het schilderen van de kruisiging.

'Een plan, waarvan het idee langzaam in mijn hoofd aankoekt, gaat pas echt leven als de verteller ervan voor mij hoorbaar wordt. Ik kan mij niets voorstellen bij het perspectief van een alwetende onze lieve heer die geen deel uitmaakt van de handeling maar weet wat iedereen denkt. In Braambos is de oude dokter Pion de vroedman van het verhaal. Bij Specht en zoon zou het ongeboren kind de verteller zijn. Jaren heb ik aan het verhaal gewerkt om het vanuit zijn perspectief te vertellen.'

Helaas voor Otten kreeg Abdelkader Benali voor zijn boek De Langverwachte, ook verteld door een ongeboren kind, afgelopen voorjaar de AKO Literatuurprijs. Juist op dat moment werkte Otten op Vlieland aan de afronding van zijn roman. 'Eerst heb ik me groot gehouden door koppig door te werken. Maar toen ik Benali in NOVA zag stralen van verliefdheid op hetzelfe idee als ik, wist ik dat ik het kwijt was.' Otten belde naar huis, naar zijn vrouw, de schrijfster Vonne van der Meer. Dat het crisis was, dat hij een jaar achterop was, dat hij naar huis zou komen. Maar zij gaf hem het vertrouwen in de komst van een nieuw idee. De volgende dag wist Otten dat Specht en zoon verteld moest worden vanuit het perspectief van het blanco linnen doek. 'De voorzienigheid heeft Benali ingezet om mij op de juiste vorm voor het boek te brengen.'

Dat hij nu, vverschijning, wel wil vertellen over het ontstaan van zijn boek staat in schril contrast met zijn zwijgzaamheid voor de premi van Braambos. Was hij op voorhand bang voor de kritieken? Na het succes van de herneming van Een Sneeuw in 1997 werd zijn voorlaatste drama De Nacht van de Pauw als te katholiek en te zwanger van grote thema's als schuld, boete en verlossing beoordeeld. Bij de premi van Braambos in januari vielen de meeste critici weer over de talloze religieuze verwijzingen. Een reli-jungle noemde Hein Janssen het in deze krant.

Nee, zegt Otten, hij hield zich niet gedeisd uit angst voor een afrekening met zijn fascinatie voor katholieke thema's. 'Ik wilde vooraf geen rol spelen bij de interpretatie van het stuk. Ik heb gemerkt dat mijn uitspraken altijd als leidraad worden genomen voor de interpretatie van de theatervoorstelling.' En de interpretaties zijn hem dit keer niet mee gevallen.

'Recensenten passen het lijden van Christus metaforisch toe op mijn personages. Pion zou God zijn, Guusje Maria Magdalena. Dader Bruce de Christusfiguur. Of ze zien Jezus in de lijdende Lena. Alsof Braambos een allegorisch vertelde kruiswegstatie is. Cherchez le Christ. Ze hebben zo'n afkeer tegen het christendom ontwikkeld dat ze niet begrijpen waarom ik het als licht gebruik waartegen ik mijn wajangpoppen goed laat uitkomen.'

Zo haalt het drie maal om water vragen door

uitgeputte Lena aan haar verkrachter, die haar zijn pis uit een bierblikje te drinken geeft, de dorstige Jezus aan het kruis die azijn aangeboden krijgt, weer naderbij. 'Overigens ontmenselijkt deze sadistische daad Bruce en juist deze ontmenselijking brengt hem later tot zijn verzoek om vergeving, om weer mens te worden.'

Maar ook de critici die de religieuze symboliek niet herkenden, hebben hem verbaasd. 'Mensen die cultuurdragers heten te zijn, zijn het contact met de centrale mythe van het christendom verloren. Ze kennen de tragedies van de Grieken en de filmgeschiedenis beter dan het erfgoed waarop onze westerse cultuur is ge. Ze kennen The Matrix beter dan het lijdensverhaal. Het is blijkbaar mogelijk om van de Matbangthession te houden, zonder te weten waar die over gaat. Ik geef hen het christendom tederug.'

Waarom concentreert Otten zo graag zo veel katholieke thema's in zijn werk, in Braambos maar even zeer in Specht en zoon? 'Omdat het onmiskenbaar uit het hart van een bekeerling komt. Braambos en Specht en zoon zijn mijn eerste gedoopte uitspraken.'

Vijf jaar geleden liet Otten zich in navolging van zijn vrouw dopen nadat hij gegrepen was door het passieverhaal. 'Gewoon door de kruiswegstatie in de griebuskerk hier in de straat.'

Otten groeide op in het Gooise Laren in de tijd dat men de bijbel een boek noemde. Het geloof van zijn ouders was Montessori, hun kerk de Seksuele Hervorming.

'Wat is toch die onverslijtbare niet uit te wissen ontroering en huiver van het beeld van de lijdende God aan het kruis? Als dit je te pakken krijgt en je ook nog schrijver bent, dan is het duidelijk dat als je mensen laat lijden in je fictie, je dit altijd zult afzetten tegen het grote lijden van Christus, dat een clicheworden is en weer een ervaring moet worden.'

Ja, zegt hij na enige aarzeling. 'Ik voel zendingsdrang. Ik ben een missionaris. Ik wil een ervaring maken van mijn ervaring. Als je zo zeer de ervaring hebt dat je als bewust sceptisch intellectueel uit je denkdepressie kunt worden gehaald door het geloof, dan wens je mensen in de zaal een vergelijkbare ervaring. Het is een paradox, maar toch: laat je raken.'

Op de website van Het Toneel Speelt, het gezelschap dat Braambos op de planken brengt en eerder Ottens Een Sneeuw hernam en in de toekomst zijn visie op Alexander de Grote ('Iemand die God wil zijn.') gaat spelen, woedt een felle discussie over de geloofwaardigheid van de eis om vergeving door Bruce. Daar was het Otten om te doen. 'Iedereen praat over bijvoorbeeld de waarheidsvindingcommissies in Zuid-Afrika maar dat gaat over andere mensen die moeten vergeven.'

Hij haalt een uitspraak aan van Adriaan van Dis: Ze roepen om ernst in de kunst maar wee degene die het doet. 'Ik wil niet defensief klinken. Ik ben zeker van Braambos. De tijd voor dit stuk komt nog. Er is een herijking van het religieuze aan de gang, al is dat niet noodzakelijk het christelijke.'

Otten gaat altijd zelf met een stuk naar een toneelgezelschap. De essayistiek ligt achter hem. 'Meningen verkondigen lukt niet meer zo. Ik wil vertellen. Ik wil dat mensen het werk doen, niet mijn opvattingen. Er gaat iets droevigs uit van een man die na zijn vijftigste nog steeds van zijn meningen leeft.' Otten is liever kunstenaar dan beschouwer. Zijn liefde voor toneel is sinds zijn ervaring met het paasmysterie alleen maar gegroeid. 'Het paasmysterie is in zulke sterke beelden gegoten dat het bijna woordeloos zijn werk doet op een klein toneeltje. Beter dan in een intellectuele discussie kan ik in een toneelstuk duidelijk maken om welke waarheid, emotie, ervaring het mij gaat.'

Zijn vrouw Vonne van der Meer ('Veel beroemder en geliefder dan ik.') is altijd de eerste die zijn werk leest. Meer wil hij niet kwijt over dit schrijvershuwelijk dat twee inmiddels volwassen zonen voortbracht. 'Dat ligt even subtiel als een spinnenweb. Hoe je allebei je schrijversintue cultiveert.'

De foto bij dit interview wordt gemaakt bij het Randmeer, het Gooise natuurgebied waarin het familiehuis uit Braambos is gesitueerd. 'Ik zoek het altijd dicht bij huis.' Het is het meer van Ottens jeugd, dicht bij zijn geboortedorp Laren. En het meer van zijn vaderschap, zoals hij verwoordde in het gedicht BWA-PL, opgenomen in de bundel Eindaugustuswind.

Wij bereikten na een tocht door een druipend bos het Randmeer.

Het was alsof een slapende haar ogen opende en ons kende.

Jij zat voorop.'

Ik legde mijn hand op de warme kokosnoot van je schedel.

Het licht keek ver je ogen.

Ik zei: dit is nu water.

Wa-ter.

Wa-ter.

Wa-ter, zei ik nog een keer.

En jij zei: bwa-pl.

Je zei het nog een keer.

Het was zeker, zoontje van mij, dat wij hetzelfde niet begrepen.

Meer over