Laat gevallen voor Thin Lizzy

Zaterdag kocht ik de nieuwe Britse muziekbladen. Altijd leuk, zo aan het begin van het jaar, dat vooruitblikken op wie het zal gaan maken. Al heeft die glazen bol vorig jaar toch een wat wazig doorkijkje gehad want Ellie Goulding die overal getipt werd liet het behoorlijk afweten.

Dit jaar wordt er veel verwacht van James Blake en Anni Calvi waar ik me in kan vinden. Minder overtuigd ben ik van de door de NME naar voren geschoven bandjes Vaccines en Brother. Maar we wachten af.

Q liet hun lezers de beste plaat kiezen die er sinds het bestaan van het blad (1986) is verschenen. Tamelijk saai en voorspelbaar leesvoer en ja, Radiohead staat op 1 met OK Computer.

Mojo heeft ook niet echt veel inspiratie en zet Neil Young maar weer eens op de cover. Ja, het is dit jaar veertig jaar geleden dat hij aan zijn Harvest werkte wat de redactie maar weer eens tot het maken van een lijst met beste Neil Young nummers heeft aangespoord.

Iets aardiger is de cover story over Roxy Music in Uncut, maar ook dat is geen onbekend verhaal meer.

Nee, het meest geamuseerd heb ik me met een blad dat ik nooit eerder had gekocht: Classic Rock.

In het colofon kwam ik bekende journalisten tegen als Stuart Bailie en Gavin Martin en ik vermoed dat er gewoon dezelfde uitgever achter zit als die van Uncut.

Maar de onderwerpen zijn anders. Het blad richt zich op artiesten die we vroeger in de hard-rock en heavy metal bakken van de platenzaken aantroffen. Niet echt mijn kopje thee dus, maar ik heb de laatste jaren een soort van zwak voor Thin Lizzy ontwikkeld en Phil Lynott wordt deze maand met een coverstory gehuldigd want hij is 25 jaar dood.

Mooi verhaal, over zijn laatste levensjaar. Maar eerst heb ik me geamuseerd met een verhaal over de eerste drummer van Iron Maiden die er door de band uit werd gegooid toen zijn vader overleed tijdens een Amerikaanse tournee.

Lekker jongens.

Cliver Barr lijdt tegenwoordig aan MS maar wordt nog altijd financieel gesteund door zijn voormalige band, zo lees ik tussen de regels door.

Heb ik wel eens eerder een feature over Iron Maiden gelezen? Ik geloof het niet. Iedereen heeft zo zijn tekortkomingen en om er maar eens een van mij te noemen: ik heb altijd een pesthekel aan Iron Maiden gehad.

Ook las ik een verhaal over een band die Stray heet en in de jaren zestig hardrock maakte toen het genre nog niet eens bestond.

Nooit van gehoord, maar mijn nieuwsgierigheid is gewekt.

En dan Phil Lynott en Thin Lizzy.

Het heeft decennia geduurd voordat ik de band echt serieus ben gaan beluisteren. Natuurlijk kende ik Whiskey In The Jar al sinds het in 1973 een hit was, maar verder heb ik er nooit echt naar geluisterd.

Thin Lizzy stond immers in de hardrock-sectie van de platenzaken en daar keek ik nooit in.

Pas in de jaren negentig hoorde ik voor het eerst goed een plaat als Jailbreak omdat een band die ik goed vond The Boys Are Back In Town prees als een van de beste singles ooit.

Het werd in 1976 ook door de NME verkozen tot single van het jaar, boven punkbands, wat toch ook wat zegt.

Maar Thin Lizzy, daar werd in de jaren dat ik popmuziek serieus volg (sinds 1979) nooit echt serieus genomen in de bladen die ik las: (OOR, Vinyl, NME, Melody Maker, Rolling Stone). Wel in Aardschok en Kerrang! vermoed ik, maar die las ik niet.

Raar eigenlijk, want nu ik vertrouwd ben geraakt met Thin Lizzy valt het me op dat vooral hun oude werk weinig met hardrock te maken heeft. Het rockt ja, maar het is geen aanstellerij of krachtpatserij.

Eind deze maand verschijnen hun beste platen Jailbreak, Johnny The Fox en de live-dubbelaar Live And Dangerous in nieuwe ‘expanded’ edities en daar ben ik heel nieuwgierig naar.

Maar hoe het komt dat Thin Lizzy en hun zanger Phil Lynott zo weinig serieus zijn genomen, weet ik nog altijd niet.

In alle artikelen die ik over U2 los, ook in die van Bert van de Kamp werd Lynott bij mijn weten nooit naar voren gehaal, terwijl die grote neger in een rockband toch ook voor Bono en zijn vrienden in Dublin een opvallende verschijning moet zijn geweest.

Maar het leek wel alsof Thin Lizzy en hun fantastische zanger Phil Lynott tot een andere wereld hoorden. Er werd in ieder geval door de 'serieuze' poppers zelden over gepraat.

In OOR was het alleen Hans van den Heuvel die enthousisast over ze schreef, maar dat was dan ook de hardrockspecialist.

Nu lees je vaak dat Lynott de eerste echte Ierse rockster was, maar ook toen hij begin 1986 aan drank en drugs overleed, was het hooguit de hardrockpers die serieus bij zijn dood stil stond.

Vreemd.

Pas sinds ik eind jaren negentig de docu zag die Leon Giesen over de band maakte viel ook bij mij het kwartje echt. Dus ik ben inderdaad een late bekeerling.

Maar waar Black Sabbath, Motörhead en AC/DC wel een plaatsje in de rock canon hebben gekregen, wordt het toch echt tijd dat ook Thin Lizzy al eer krijgt die de band verdient.

Op 25 januari speelt Thin Lizzy zonder Lynott en eerste gitarist Eric Bell in Paradiso. De jongens die wel meedoen ken ik niet, maar ik ga toch kijken. Sterker nog, de datum staat groot omsingeld in mijn agenda.

Misschien dat ik me ooit zo ga verheugen op Iron Maiden, maar ik denk het niet.

Meer over