InterviewFolkert Jensma

Laat de journalistiek niet achteruitkachelen, zegt de hoofdredacteur die vakbondsman werd

Om de journalistieke geloofwaardigheid te beschermen moet het nieuwe kabinet eerlijke betaling helpen afdwingen, zegt voormalig NRC-hoofdredacteur en vakbondsman Folkert Jensma. Te veel freelance journalisten zijn afhankelijk van commerciële klussen.

Folkert Jensma, oud-hoofdredacteur van NRC Handelsblad en nu vice-voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten.  Beeld Ivo van der Bent
Folkert Jensma, oud-hoofdredacteur van NRC Handelsblad en nu vice-voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten.Beeld Ivo van der Bent

De Volkskrant inventariseert in deze interviewserie revolutionaire ideeën om Nederland te verbeteren. Onderwerpen die tijdens de formatie besproken zouden moeten worden.

‘Als ik binnenkort met prepensioen ben, weet je hoe het komt’, zegt Folkert Jensma, voormalig hoofdredacteur van NRC Handelsblad, halverwege het gesprek met een grijns. Jensma (63) is de ideale man om de journalistieke dilemma’s aan de oppervlakte te krijgen. Hij was van 1996 tot 2006 hoofdredacteur van NRC Handelsblad en kent de sector als geen ander. Sinds zijn terugtreden is hij juridisch redacteur met een column in de NRC, die onder rechters, advocaten en officieren van justitie zeer wordt gewaardeerd, en die zijn gevoel voor rechtvaardigheid aanscherpte.

Sinds negen maanden manifesteert deze oud-hoofdredacteur zich plotseling als vakbondsman, als vice-voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ). In die rol neemt hij het op voor de ‘zij-aan-zij-werkers’ die ter redactie hetzelfde werk doen voor veel minder geld dan de vaste krachten. Hij vraagt aandacht voor fotojournalisten die steeds minder per foto krijgen, en voor de vele freelancejournalisten op nulurencontracten, of met woordtarieven van 13 of 14 cent, die noodgedwongen commerciële klussen aannemen en daarmee hun onafhankelijkheid in de waagschaal moeten stellen.

‘Als het zo doorgaat, tast dit de geloofwaardigheid en onafhankelijkheid van de journalistiek aan. En dat terwijl de journalistiek van buitenaf toch al fors onder vuur ligt. Nu politici als Wilders en Baudet zonder scrupules twitteren dat het merendeel van de journalisten ‘tuig van de richel’ is. En nu acht op tien journalisten zegt al eens te zijn bedreigd.’

Waarom is een oud-hoofdredacteur van een als conservatief-liberaal bekend staande krant plotseling vakbondsman en vicevoorzitter van de Nederlandse Vereniging van Journalisten?

‘Het begon door een gesprek met mijn nu 24-jarige dochter. Twee jaar geleden wist zij na een foto-opleiding een freelancecontract te bemachtigen als beeldredacteur bij een heel goede krant: Trouw. Ze was hartstikke trots en ik ook. Op een dag vroeg ze me: ‘Pap, is dit gewoon? Die tarieven?’ Ze bleek een beetje ruzie te hebben gemaakt met haar chef. Ze had gezegd dat hij toch echt niet een fotograaf voor zo'n 150 euro op pad kon sturen: ‘Dat kun je gewoon niet maken.’ Daar was ze heel verontwaardigd over. En ook ik dacht: dit kan niet waar zijn.’

Je was verrast door iets wat om je heen is ontstaan de laatste vijftien jaar?

‘Als je nog even teruggaat naar het perspectief van de 24-jarige dochter. Die las onlangs in Vrij Nederland een portret van DPG Media, de uitgever van 52 procent van de Nederlandse dagbladen, waaronder de Volkskrant, Het Parool, Trouw, het AD en heel veel regionale kranten. Het stuk bracht een foto van een luxueus advertentiegala in Boedapest, zoals die in de branche worden gehouden. In een verlengde Hummer-limousine hieven de inmiddels ex-hoofdredacteur van het AD, Hans Nijenhuis, en prins Bernhard junior een glas met bubbels. De miljoenen vlogen je in dit verhaal om de oren. Mijn dochter was verbijsterd, echt boos. Hoe kan een bedrijf enerzijds zo poenerig uitpakken en anderzijds zo krenterig en weerbarstig zijn in de onderhandelingen met de NVJ over betere woord- en uurtarieven voor freelancers? Waar liggen hier de prioriteiten?

‘Ook ik werd daar pissig van, ik heb in mijn tijd gezien hoe het grote geld geleidelijk de uitgeverswereld introk. Ik wist dat de advertentiewereld poenerig is. Maar dit nu te zien; zo in contrast met de aldoor dalende tarieven en verslechtering van de positie van journalisten? Ik schaamde me ervoor. Ik dacht: dit gaan we niet laten gebeuren.’

De serieuze geschreven pers laat zich erop voorstaan dat ze samenleving, bedrijfsleven en vooral de politiek kritisch volgt. Heeft het je verbaasd dat hoofdredacteuren, zelf vaak journalisten die jarenlang als verslaggever anderen de maat namen en onrecht in de samenleving benoemden, zo’n situatie van groeiende ongelijkheid op de redacties hebben laten ontstaan?

‘Ter verdediging kun je opbrengen dat toen ik in 2006 de hoofdredactie verliet niemand geloofde dat de papieren krant in 2021 nog zou bestaan. De verwachting was dat de lezer op internet niet zou willen betalen voor nieuws. De transitie van print naar online was enorm ontwrichtend en bedreigend voor de sector, met reclame-inkomsten die weglekten naar de Facebooks en Googles. Bij alle kranten moest worden bezuinigd. Bij mijn krant verdwenen 30 van de 200 FTE. En geleidelijk kwamen nieuwe mensen op onzekere freelancecontracten binnen, zonder zicht op een toekomst.’

De jongeren en flexwerkers op nulurencontracten werden ingezet als stootkussens?

‘Het is begrijpelijk dat hoofdredacties in tijden van nood een vracht goedkope jongeren binnenreden in een poging het bedrijf te laten overleven. De kosten moesten omlaag. Inmiddels is 30, 40, 50 procent van de redacteuren flexibel. Jonge, goed opgeleide journalisten bevolkten overal, ook bij NRC en de Volkskrant, de nog niet rendabele internetredacties. De podcasts, nieuwe grafische producties en sociale mediastrategieën zijn met deze groep ontwikkeld. Jongeren bemanden steeds vaker eindredacties van de digitale krant en nieuwsdiensten. Feitelijk zijn we de crisis op kosten van goedkope jongeren doorgekomen. Uitgevers en hoofdredacties zetten juist hen in om te experimenteren met producten waarvan ze nog niet weten of het geld gaat opleveren.’

Nu maken de kranten weer winst. Tijd om de ongelijke positie te herstellen?

‘Het lek is boven water. Corona gaf het laatste zetje. De digitale abonnementen groeien fors. Duidelijk is dat winst kan worden geboekt met digitaal nieuws, analyses en onderzoeksjournalistiek. En die heropleving is te danken aan twee zaken: de overname van de kranten door Belgische uitgevers die hun vak verstaan, maar vooral door de inzet van jonge, slechtbetaalde redacteuren en freelancers.’

Wat verwacht je van de grote Belgische uitgevers die met zijn tweeën het Nederlandse krantenlandschap domineren?

‘DPG geeft dus 52 procent van de kranten uit en maakte in Nederland in 2020 ruim 170 miljoen euro winst. Mediahuis, uitgever van NRC en De Telegraaf, heeft 45 procent van de markt in handen en boekte concernbreed 58 miljoen winst. Met zulke resultaten is er volop reden om de interne ongelijkheid snel recht te trekken. De huidige situatie heeft te veel nadelige effecten voor de onderbetaalde groep zelf, voor de sfeer in een organisatie en voor de geloofwaardigheid van de journalistiek.’

Wat voor gevolgen heeft deze situatie voor de kwaliteit van de journalistiek?

‘Kwaliteit is een van de sleutelbegrippen in de journalistiek. Vanuit de Raad voor de Journalistiek krijgen we zorgelijke signalen. Het verweer van aangeklaagde journalisten luidt regelmatig: ‘Wij hebben geen tijd meer om weerwoord te halen of door te vragen. Het moet gewoon tussen nu en vijf minuten online zijn.’ Die journalisten begrijpen dat dit niet goed is. Maar you get what you pay for. Als je 14 cent per woord betaalt, bied je je mensen geen tijd voor onderzoek en krijg je dus ook geen basiskwaliteit. Met name lokale en regionale journalistiek is bijna naar de filistijnen geholpen door deze lage woordtarieven die uitgevers kunnen afdwingen, nu in veel regio’s nog maar één van die twee grote bedrijven aanwezig is: DPG of Mediahuis. Je bent er als journalist aan overgeleverd. Journalisten klagen dat ze niet eens tijd hebben om dt-fouten te herstellen. Laat staan dat ze nog uitgebreid kunnen factchecken. Het product dreigt achteruit te kachelen, maar omdat er vrijwel geen concurrentie is, doet dat er schijnbaar niet toe. Daar zou de overheid zich ook zorgen over moeten maken.’

Wat doet dit alles met de geloofwaardigheid van de journalistiek?

‘Nu steeds meer journalisten niet meer kunnen rondkomen, verhuren ze zich deels als tekstschrijver, fotograaf of vormgever aan communicatieafdelingen van ministeries, universiteiten of bedrijven. Wetenschapsjournalisten die ook voor de universiteit werken; hoe onafhankelijk kunnen die zijn? Een fotojournalist die ervoor kiest ook in dienst van D66 Sigrid Kaag te fotograferen als ze haar verkiezingsoverwinning op een tafel viert. Ik begrijp die journalist. Maar wat doet het met de geloofwaardigheid van het vak? We zijn getuige van de verwatering van de journalistiek als beroep, en daarmee dus ook van de verwatering en verdunning van de journalistiek als product. Het wordt zo steeds moeilijker voor burgers, lezers en kijkers om de geloofwaardigheid van de persoon die jou nieuws aanbiedt te wegen. Dat is geen goede ontwikkeling. Dat zouden de overheid en natuurlijk de uitgevers zich moeten aantrekken. Het aantal echt onafhankelijke journalisten die van hun journalistieke werk kunnen leven is per kwartaal afgenomen.’

Hebben jullie daar als NVJ gesprekken over met de hoofdredacties en uitgevers?

‘Wij proberen al langer een bodemtarief met ze af te spreken, maar dat willen de dagbladuitgevers niet. Die komen tamelijk tevreden met zichzelf over. Ze vinden het al heel wat als het minimum woordtarief na een gerechtelijk procedure stijgt van 13 naar 14,5 cent. Als je zegt: ‘Luister jongens, journalistiek mag geen hobby worden voor mensen die het erbij doen. Daar is het te belangrijk voor’, dan maakt dat geen indruk. Maar uiteindelijk draait het in de journalistiek om één ding: onafhankelijkheid. En in het journalistieke uitgeefbedrijf draait alles om persvrijheid. Daar zit een economische en een ethische kant aan. In weinig sectoren zegt het uurtarief meer over het ethisch gehalte van je product dan in de journalistiek. De ethische antennes binnen de journalistiek moeten worden bijgesteld.’

Bij de Volkskrant krijgen freelancers 37 tot 43 cent per woord. Is dat genoeg?

‘Geen idee, kan ik niet beoordelen. Waar het op neerkomt is dat freelancers voor ‘gelijk loon bij gelijk werk’ 150 procent van het all-in cao-loon voor zelfstandige makers nodig hebben. Bij de omroep is dat gelukt, maar niet bij DPG of Mediahuis. Nu verdienen freelancers gemiddeld de helft van collega’s in vaste dienst. 1 op de 3 journalisten is freelancer en onderbetaald. En wat woordtarieven betreft: daar moeten we van af. Het ene stuk van 1.000 woorden kan in een paar uur gemaakt zijn. Voor het andere doe je soms dagen, weken onderzoek.’

Hoort bij de nieuwe ethiek ook dat de top van het bedrijf transparant is over het eigen salaris, wat nu niet het geval is?

‘Daar ben ik van huis uit niet enthousiast over. Maar ik erken nu, als je als krant publiceert over topinkomens van ceo’s, als je klaagt over het achterhouden van informatie door de ministeries, als je dagelijks schrijft over groeiende ongelijkheid, dan moeten hoofdredacteuren en directie zelf transparant durven zijn over de situatie in eigen huis om de geloofwaardigheid te behouden.’

Kan de journalistiek zich nog met recht een functionerende vierde macht noemen? Een waardige waakhond van de democratie?

‘De koningin der aarde is een van de bijnamen voor de journalistiek. En dat kan ze blijven als ze de problemen die haar geloofwaardigheid bedreigen, oplost. Want terwijl die geloofwaardigheid door het beleid van uitgevers onder druk staat, neemt de professionele kwaliteit van de journalistiek zelf toe. Vroeger was onderzoeksjournalistiek alleen iets voor een paar man bij NRC en de Volkskrant. Nu zie je het ook bij de Groene Amsterdammer, Investico, Follow the Money, De Correspondent, Trouw, RTL. Onderzoeksjournalistiek is gedemocratiseerd. Opnieuw mede dankzij het hoge opleidingsniveau van jonge journalisten die de meest interessante onderzoeksprojecten op de rails zetten, en daar hele goede stukken over schrijven tegen te lage vergoedingen.’

Wat kan de overheid doen om onafhankelijke journalistiek te versterken?

‘Een nieuw kabinet kan een gelijk speelveld creëren met gelijke beloning voor gelijk werk. Het akkoord tussen VNO-NCW en de vakbonden over flexwerk biedt perspectief. Daarnaast pleiten wij voor een ‘fair practice code’. De publieke omroepen hebben deze in tegenstelling tot DPG en Mediahuis ondertekend. Een nieuw kabinet zou zo’n fair practice code algemeen verbindend kunnen verklaren.’ De code schrijft onder meer een minimum uurloon van 32,50 euro voor.

In Italië, waar ik lang werkte als correspondent, en ook in België, bestaat een systeem waarin de overheid financieel bijspringt om de distributie van kranten en tijdschriften te subsidiëren.

‘Dat heb ik altijd een interessante optie gevonden. Het is de enige manier waarop de overheid een stimulerende rol kan vervullen, zonder dat de schijn van inhoudelijk bemoeienis met de pers te wekken. Een overheid kan zo stimuleren dat mediaproducten op een rendabele manier bij de burger kunnen komen, of dat nu via antennes, kabels, postbodes of bezorgers gebeurt. Uitgevers zouden meer geld overhouden om in kwaliteit en goede arbeidsvoorwaarden te investeren. Maar in dit land hebben we dit nooit willen doen.’

Moet de overheid iets doen aan die marktdominantie van DPG en Mediahuis?

‘Als ik de situatie vergelijk met toen de Britse durfinvesteerder Apax de Nederlandse uitgever PCM − waar destijds de Volkskrant, NRC, Trouw, Het Parool en AD onder vielen − in de greep had, zijn we nu goed af. Onder Apax was Het Parool en waarschijnlijk ook Trouw opgehouden te bestaan. Dus tot nu toe vind ik dat beide Belgische bedrijven − hun beloningsbeleid daargelaten − ruim voldoende scoren in hun curatorschap van de Nederlandse media. Maar dat hoeft niet zo te blijven. Ze kunnen elkaar overnemen, of worden overgenomen.’

Door Rupert Murdoch bijvoorbeeld. Doordat er nu nog maar twee dagbladuitgevers zijn, is de Nederlandse markt een overzichtelijk hapje geworden voor een grote buitenlandse partij.

‘Dan zit je acuut in een zeer bedreigende situatie. Juist daarom moet nu worden nagedacht over de marktdominantie van DPG en Mediahuis. Feitelijk vormen ze een kartel, ze zijn te machtig, werknemers en freelancers hebben geen positie, en daar heeft niemand belang bij. En als straks een Murdoch of een ander zou toeslaan dan kan de geloofwaardigheid en onafhankelijkheid van de journalistiek definitief ter discussie komen te staan. De vraag voor het nieuwe kabinet is dus: hoe hebben we de huidige marktdominantie laten ontstaan, en hoe kunnen we de situatie verbeteren en erger voorkomen, opdat de vierde macht haar controlerende rol in de democratie geloofwaardig kan blijven uitoefenen?’

Rectificatie: in een eerdere versie stond dat dagblad Trouw een fotograaf voor 150 euro op en neer naar Groningen stuurde. Trouw laat weten dat er bij opdrachten op grotere afstand hogere tarieven worden gehanteerd, voor een halve of een hele dag. Bovendien heeft de krant een freelancefotograaf in Groningen zelf.

Meer over