La France, c'est moi!

Geen van tweeën waren ze bescheiden, beiden hielden van allure, beiden waren majesteitelijk. De een ligt begraven in Colombey-les-Deux-Eglises, onder een immens Lotharings kruis....

'Hier wil ik in alle eenvoud begraven worden. En er moet een groot Lotharings kruis van steen worden opgericht dat van veraf te zien valt', zei Charles de Gaulle lang voor zijn dood over zijn geliefde plattelandsdorpje Colombey-les-Deux-Eglises. Le Général was gewend zijn zin te krijgen. Aan beide wensen werd voldaan.

Sinds de ongekende nationale rouwdag op 12 november 1970 rust Charles de Gaulle in het sobere familiegraf op het piepkleine kerkhof van Colombey-les-Deux-Eglises. Wie erheen rijdt door de glooiende Champagnestreek, wordt al vele kilometers voor aankomst getroffen door een gigantisch kruis in de verte. Het vierenveertig meter hoge gevaarte van roze graniet torent uit boven de bomen op de top van een heuvel tussen appelgroene weidevelden.

De parkeerplaats aan de voet van het immense kruis is opvallend vol voor een miezerige, door-de-weekse lentedag. Vroeg in de ochtend staat er al een tiental auto's en er is net een bus met militairen uit Metz aangekomen. In de tentoonstellingsruimte annex souvenirwinkel bij het Mémorial is het dringen geblazen. Bij de ingang prijkt in een vitrine de Citroën traction uit de jaren vijftig van De Gaulle. Binnen hangen foto's met de belangrijkste episodes uit het leven van de generaal.

Bij de souvenirs is gepoogd de goede smaak niet al te ver te overschrijden, zoals verderop in het dorp wel gebeurt. Daar wordt de generaal ook in een glazen sneeuwbal verkocht. Hier bij het graf liggen vooral herdenkingsmedailles, sleutelhangers en muurborden. Maar er staat ook een speelgoed Citroën met een staande De Gaulle van plastic, die groetend door het open dak steekt. Naast de kassa hangen ontelbaar veel ansichtkaarten en postzegels met de generaal. Een PTT-bus ter plekke garandeert een speciaal De Gaulle-poststempel.

Twee Britse toeristen uit Cambridge verbazen zich over het Mémorial en de opvallende drukte. 'Zo'n persoonlijkheidscultus kennen wij niet. Dat past toch meer bij de Fransen', zegt de man. 'Van Churchill staat een standbeeld in Londen en geen hond gaat naar zijn graf.'

De Britten lopen hier bij toeval rond. Langsrijdend zagen ze het gigantische monument. 'Bepaald geen bescheiden wens van de generaal, dat kruis. Ook dat is typisch Frans', meent de man. 'Niet alleen typisch Frans', werpt zijn vrouw met Engelse spot tegen. 'Het geheel doet me ook denken aan het monument voor Franco in Madrid. Heel indrukwekkend. Kent u dat?'

De groep militairen uit Metz verstaat gelukkig geen Engels. Ze worden alweer de autobus ingedrild. Ze moeten nog langs het kerkhof en naar het sterfhuis La Boisserie, dat aan de rand van het dorp in een bostuin verscholen ligt. Als president ontvluchtte De Gaulle hier zo vaak mogelijk het Elysée-paleis. Na zijn aftreden in 1969 trok hij er zich als kluizenaar terug.

De bezoekers schuifelen fluisterend door de drie te bezichtigen vertrekken: de eetkamer, de salon en de bibliotheek waar De Gaulle op de avond van de 9de november 1970 aan zijn bridgetafel boven een spel patience ineenzeeg. De kaarttafel staat er nog.

'Nee nee, het is geen bedevaart', antwoordt een officier haastig op de gevraagde reden voor de militaire busreis. 'U moet het zien als een historisch tripje, vooral ook voor de meegekomen dienstplichtigen.' Hij fronst zijn wenkbrauwen onder zijn képi bij de vraag of ook een tocht naar het graf van Mitterrand in Jarnac op het programma staat, en zegt behoedzaam: 'Dat lijkt mij wat ver weg te liggen.'

De naam Mitterrand kun je beter niet laten vallen in Colombey en omstreken. De bewoners van Colombey-les-Deux-Eglises stemmen sinds mensenheugenis voor 99 procent gaullistisch. Het dorpje, dat verscholen ligt achter de heuvel met het Lotharingse kruis, leeft al een kwart eeuw op het ritme van de bedevaartgangers die naar het graf van de generaal trekken. Het zijn er nog altijd ruim honderdduizend per jaar.

Het hele leven in Colombey draait om De Gaulle. In vergelijkbare gehuchten op het Franse platteland is doorgaans zelfs geen bakkerswinkel meer te vinden. Colombey, met 350 zielen, telt vijf restaurants, twee hotels en vijf souvenirzaken, maar er valt geen krant te kopen.

Bij het kleine kerkhof wordt net een buslading bejaarden uit Parijs ontscheept. 'Uit het veertiende arrondissement', zegt een 88-jarige dame, 'bij Porte d'Orléans, weet u wel, daar waar bij de bevrijding van Parijs de troepen van generaal Le Clerc de stad binnentrokken.' Je hoeft haar geen twee keer te vragen wat De Gaulle voor haar betekent. 'Dit is ónze generaal, ónze geschiedenis, óns Frankrijk', zegt ze op besliste toon.

Twee vriendinnen bewonderen de eenvoudige beige grafsteen waaronder De Gaulle met dochter Anne en vrouw Yvonne rust. 'Zo simpel en zo mooi', zuchten ze in koor. De arrondissementsburgemeester legt samen met zijn premier-adjoint een bloemenkrans bij het graf. Ze hebben hun driekleurige sjerp om en de gezichten staan op ernstig. 'Een minuut stilte s'il vous plaît', vraagt de reisleider. Na het eerbetoon wordt de groep ijlings afgevoerd voor de lunch in restaurant Chez Jeannine.

De plechtige sfeer van het kerkhof is snel verdwenen in de gemoedelijke bistro. Het glas wordt rijkelijk geheven. De bejaarden vieren hun uitje. 'We zijn met de groep ook al naar Honfleur geweest en naar het automuseum in Mulhouse', zegt een oudere man. En een tochtje naar Mitterrand in Jarnac?

De vraag lijkt hem direct te ontnuchteren. 'Begrijp me goed meneer, dat heeft niets met links of rechts te maken. Maar tussen De Gaulle en Mitterrand ligt toch wel een kloof. De één heeft Frankrijk bevrijd en de Vijfde Republiek gesticht, de ander heeft als voornaamste verdienste dat hij tweemaal een septennaat heeft uitgezeten.' Hij schudt het hoofd en vervolgt: 'U zult zien, over een paar jaar gaat geen mens meer naar Jarnac. Maar De Gaulle zal de Fransen blijven trekken.'

Het kleine kerkhof van Jarnac lijkt op het eerste gezicht volledig uitgestorven. Het is er doodstil en er hangt een ijle rook met de weezoete geur van de nabijgelegen cognacstokerijen. Alleen de donkerblauwe Renault 4 met twee verveelde gendarmes voor de ingang van het cimetière des Grands-Maisons doet vermoeden dat het niet om zomaar een dorpskerkhof gaat. Jarnac met zo'n vijfduizend zielen is behalve het geboortedorp sinds kort ook de laatste rustplaats van François Mitterrand.

In enkele maanden tijd is Jarnac uitgegroeid tot een soort pelgrimsoord voor het peuple de gauche, zoals Lourdes er is voor de katholieken en Colombey voor de gaullisten. In de eerste drie weken na de begrafenis begin januari trokken zestigduizend bezoekers langs het graf van Mitterrand. Nu komen er volgens de lokale VVV nog altijd zo'n zeshonderd pelgrims per dag. Met een topdrukte in het weekeinde.

De vele richtingbordjes die wijzen naar de splinternieuwe parkeerplaats bij het kerkhof met ruimte voor tweehonderd auto's doen het ergste vrezen. Maar Jarnac ligt er op een door-de-weekse, zonnige lentedag verlaten bij. Van de bleekbeige kalkstenen huizen zijn de meeste grijsgeschilderde luiken gesloten.

Een echtpaar wandelt langs het geboortehuis van Mitterrand in de rue Abel Guy. Er woont nog altijd een zus. Op de muur van de ernaast gelegen vroegere azijnfabriek van de familie valt vaag te lezen: 'Azijn van Mitterrand is langer houdbaar' De vrouw van het stel maakt snel een foto. Eindelijk de eerste Mitterrand-gangers.

Op het kerkhof iets verderop in de straat valt aanvankelijk geen mens te bekennen. De dranghekken staan er wat wezenloos bij op het verlaten, centrale grintpad. Tot plotseling twee bejaarde mannen vanachter enkele tombes tevoorschijn schuifelen. 'Weet U waar het graf van Mitterrand ligt?', vraagt de 83-jarige Raymond Goudronnière. Hij spelt zijn naam en adres uitdrukkelijk. Met een bevriende, gepensioneerde slager uit zijn dorp in de Vendée heeft hij net honderdveertig kilometer gereden om het graf te bezoeken.

Wat betekent Mitterrand voor hem? Hij glimt van trots: 'Als oud-mijnwerker herinner ik me nog als de dag van gisteren dat Léon Blum in 1936 de 40-urige werkweek en de betaalde vakantie instelde. Dus u begrijpt wel wat het socialisme voor mij vertegenwoordigt.'

We volgen het spoor van dranghekken dat linksom afslaat tussen de hoge graftombes. In de verte doemt het familiegraf van de Mitterrands op. Er dromt een groepje belangstellenden bijeen. Raymond wijst met lichte wrevel op de uitbundig gebeeldhouwde tombes: 'Dat zie je bij ons in de buurt niet. Wij hebben gewone zerken. Je kan wel merken dat hier de haute bourgeoisie woont.'

'Maar Mitterrand kwam toch ook uit een bourgeois-gezin?' Raymond veinst de vraag niet te hebben gehoord. 'Hij was de laatste grote strijder van links', zegt hij om de socialistische nagedachtenis wat op te poetsen.

Om het graf van Mitterrand te kunnen bereiken is over de naastgelegen tombes een houten loopbrug geconstrueerd. Er ligt een stapel in plastic verpakte rode rozen aan de voet van het familiegraf. Het cellofaan knispert in de wind. 'Respecteer de tombe van mijn grootouders. Merci', vraagt een bordje op een naastgelegen graf.

De twee oudjes nemen na enkele minuten alweer afscheid. Gaan ze nu al terug? 'Nee, eerst een stevige maaltijd en dan pas rijden we weer op huis aan', verzekert Raymond. Op de loopbrug staart een jonge vrouw naar het graf. Ze zegt nooit op Mitterrand te hebben gestemd en zijn politieke ideeën in het geheel niet te delen. Maar ze werkt in de buurt en komt af en toe uit nieuwsgierigheid langs. 'Er is bij het graf heel wat veranderd in de afgelopen maanden', zegt ze met een klinische blik. 'Die houten brug is nieuw en ook de graven ernaast zijn schoongemaakt.'

Verder heeft het stadje volgens haar nog geen opvallende economische impuls gekregen door de postume terugkeer van de beroemde zoon. Er is niets gewijzigd, behalve dan die mega-parkeerplaats. 'De burgemeester wil het bewust in de hand houden. Geen smakeloze souvenirs zoals in Colombey. Geen diepe borden waar je aan het eind van je maaltijd op het gelaat van Mitterrand stuit', zegt ze. Een socialistische partijbons uit Ile Maurice komt erbij staan. Hij informeert waar goed kan worden gegeten in de buurt. Op het vlondertje ontspint zich een levendige discussie over de kwaliteit van de lokale horeca.

In een uur tijd drentelt een dertigtal belangstellenden over de houten steiger. Een echtpaar van rond de zestig uit de omgeving van Parijs zorgt voor een beetje emotie. De vrouw bidt en weent om beurten. Ze houdt de rode roos lang vast boven de stapel en laat hem uiteindelijk met een pathetisch gebaar vallen. 'Ik heb een belofte ingelost', zegt ze tussen haar tranen door. 'We waren ook bij de herdenkingsplechtigheid vlak na zijn dood op het Bastille-plein in Parijs. Maar de rij bij de rozenverkoper was toen te lang.'

Na het geboortehuis en kerkhof leidt de door een VVV-dame aangeraden Mitterrand-wandeling langs de lommerrijke oevers van de Charente. Een plaats waar Mitterrand bij voorkeur mijmerend vertoefde. De grote Cognachuizen liggen langs het vliedende water. In een van de voormalige opslaghallen langs de kade is een soort museum ingericht. Mitterrand heeft het nog net voor het einde van zijn ambtstermijn ingewijd.

De Donation François Mitterrand stelt een (bescheiden) deel van de door de president ontvangen staatsgeschenken ten toon. Er staat van alles, van kunst tot edelkitsch. Het aanbod varieert van met juwelen ingelegde kromzwaarden, een rode, moderne vaas van de Clintons, plantengravures van Kohl tot een fletse aquarel van koningin Beatrix. Bezoekers ontbreken volledig.

Ook elders in het stadje laat het Mitterrand-toerisme zich maar spaarzaam voelen. De eerste echte souvenirwinkel is nog niet geopend. In plaats daarvan trachten de verschillende middenstanders een graantje mee te pikken. Er liggen Mitterrand-pijpekoppen en aanstekers bij de tabakhandel en speciale flessen cognac bij de pâtisserie. Bij boekhandels prijken stapels hagiografieën in de etalage, maar ook enkele schotschriften. En bij een sporthandel hangen de Mitterrand-T-shirts tussen de trainingspakken. Smakeloze ansichtkaarten zijn overal verkrijgbaar.

'We hebben de prijzen van de rode rozen zeker niet opgeschroefd, zoals in de pers is beweerd', zegt een van de twee lokale bloemisten ter verdediging. 'Ze kosten nog steeds twintig franc per stuk. De euforie van de eerste weken is trouwens voorbij. We verkopen er nu hooguit 30 procent meer dan voorheen.'

Hotel Terminus (één ster) is onveranderlijk het enige hotel van Jarnac. Het ligt aan de uitvalsweg naar Cognac tegenover het kleine treinstation. De trieststemmende herberg telt twaalf kamers met overdadig bloembehang voor een weggeefprijs. De aanloop valt tegen, zegt de eigenaar. De meeste Mitterrand-gangers zijn dagjesmensen. Hij krijgt wel 40 procent meer eters in zijn restaurant. Zijn specialiteit? Hij grijnst: 'Tête-de-veau.' Het lievelingsgerecht van Jacques Chirac.

Meer over