L'UNITA weigert te verdwijnen

Toen de Italiaanse communisten nog communisten waren, was het simpel. Harde lijn, trouwe lezers. Als ex-partijkrant is l'Unità nu verweesd op zoek naar een toekomst....

JAN VAN DER PUTTEN

WAT DOET een krant die haar identiteit en haar lezers kwijtraakt? Ze heft zichzelf op, of gooit radicaal het roer om. L'Unità, ooit de roemruchte krant van de Italiaanse Communistische Partij, weigert te verdwijnen. Een nieuwe hoofdredacteur, nieuwe eigenaars en misschien ook nieuwe ideeën moeten haar redden van de ondergang.

L'Unità werd in 1924 opgericht door de aartsvader van de Italiaanse Communistische Partij, Antonio Gramsci. Partij en krant werden een twee-eenheid en deelden elkaars woelige bestaan. Van een identiteitscrisis had de krant geen last. Want de redactionele lijn viel samen met de leer van de partij, en West-Europa's grootste communistische partij garandeerde een hoge oplage. In de jaren zeventig steeg die tot 300 duizend, op zondag zelfs tot een miljoen.

Binnen twee jaar na de afbraak van de Berlijnse Muur hief de communistische partij van Italië zichzelf op. Maar bij de eerstvolgende hamerslag herrees ze als de post-communistische PDS, de Democratische Partij van Links. Sommige gestaalde kaders vonden dat verraad. Ze richtten een eigen partij op, Communistische Herstichting. Het sprak vanzelf dat l'Unità meeging met de PDS. Ze bleef partijkrant. Maar de neergang was begonnen.

Als eeuwige oppositiepartij had de PCI altijd buiten het systeem gestaan. Dat werd anders. Zó anders, dat de PDS tegenwoordig de grootste regeringspartij is. In hun getto konden de communisten niet zonder een eigen krant, die hun alles uitlegde en altijd de waarheid sprak. Leden van een gewone democratische partij hebben daar minder behoefte aan. Dus begon l'Unità lezers te verliezen.

Hoe halen we de lezers terug? Die vraag beantwoordde hoofdredacteur Walter Veltroni, tegenwoordig vice-premier en minister van Cultuur, met een aardige serie gadgets. Tegen afbraakprijzen werden in koppelverkoop boeken, videocassettes en zelfs voetbalplaatjes gesleten. De krant kreeg een tweede katern voor cultuur en sport, een kinderkrant en bijlagen voor lokaal nieuws.

De oplage schoot omhoog, maar alleen op zaterdag, dankzij de cassettefilms. Aan deze kunstmatige opbloei kwam prompt een eind toen de gadgets wegbleven. De krant werd dunner en duurder. De verkoop zakte in, en in de relaties met de partij kwam de klad omdat de krant zich soms een eigen mening veroorloofde. PDS-leider D'Alema raakte des duivels toen l'Unità, waarvan hijzelf hoofdredacteur was geweest, vorig jaar de partijlijn tartte en opriep tot de boycot van een serie referenda.

De 58 miljoen gulden schuld en de daling van de oplage tot 85 duizend sloten iedere façade-operatie uit. Scherpe bezuinigingen op de personeelskosten door de invoering van verplicht deeltijdwerk, zetten te weinig zoden aan de dijk. Voor D'Alema was de maat vol. Hij besloot de twee-eenheid te ontbinden.

'Het idee dat een politieke partij ook eigenaar is van een uitgeverij', oordeelde D'Alema, 'is niet meer van deze tijd.' Vorige maand verkocht de PDS haar krant voor driekwart aan een paar progressieve ondernemers. Het leeuwendeel kwam in handen van de linkse bouwondernemer en glamour boy Alfio Marchini. Diens gelijknamige grootvader deed jaren geleden de communisten hun partijkantoor cadeau. Voor het eerst werd iemand van buiten de partij tot hoofdredacteur benoemd. Mino Fuccillo, afkomstig uit La Repubblica, was vijfde keus. Afgelopen zondag schreef hij in zijn eerste hoofdartikel: 'Deze krant zal de term links niet meer koppelen aan een partij-identiteit. L'Unità zal een bedrijf zijn, dat informatie en cultuur maakt volgens de regels van de markt.' Die markt ziet Fuccillo niet meer alleen in de PDS, maar in de hele centrum-linkse regeringscoalitie Olijf.

Maar bestaat die markt ook echt? Is er nog een toekomst voor de verweesde l'Unità? Wat moet haar onderscheiden van alle andere kranten, die zelf ook allemaal stagneren? Die vragen durft, kan of wil niemand van l'Unità beantwoorden. Slechts één redacteur is bereid informeel wat los te laten. Hoofdredacteur Fucillo, zegt ze, gaat alle chefs vervangen. Hij heeft de 240 redacteuren aangezegd dat binnen twee maanden alles gaat veranderen. 'Maar de redacteuren hebben geen idee hoe. We weten niet waar we aan toe zijn. Niemand weet wat er met de krant gaat gebeuren. Niemand weet of l'Unità nog toekomst heeft.'

Jan van der Putten

Meer over