L'Affaire

Vrijwel elke grote affaire in Frankrijk de laatste jaren begon bij Mediapart.fr. De website - betaald, want informatie heeft waarde - is uitgegroeid tot de schrik van de heersende klasse.

ARIEJAN KORTEWEG

Het is vrijdagmiddag en op de redactie van Mediapart in Oost-Parijs hangt elektriciteit in de lucht. Straks een live-uitzending vanaf de redactievloer met een debat tussen politici en prominenten. En intussen dat almaar doorrollende nieuws over Jérôme Cahuzac, de minister die toegaf te hebben gelogen toen hij ontkende een rekening in Zwitserland te hebben gehad. Het was Mediapart dat het bestaan van die rekening onthulde. Cahuzac is intussen afgetreden. Reden voor eerste minister Jean-Marc Ayrault om nog eens het belang van onafhankelijke media te onderstrepen.

Finest hour voor Edwy Plenel (60), de zwaarbesnorde oprichter van de website. In 2005 werd hij afgeduwd als hoofdredacteur van Le Monde. Hoekig en onbetrouwbaar werd hij genoemd - de man die de redactie van de kwaliteitskrant vol beschouwingen en deftige essays de straat op had gekregen, werd zelf aan de straat gezet.

'Ineens was ik freelancer', vertelt hij, in de lege vergaderzaal van Mediapart. 'Ik werd afhankelijk van anderen. Zo kwam ik erachter wat ontbrak. In het woud van de media was geen open plek om naar terug te keren. Er was een onophoudelijke stroom aan actualiteiten, iedereen nam elkaars informatie over. Maar lezers kennen geen medelijden. Als we een nieuw medium wilden beginnen, moest dat louter toegevoegde waarde brengen.'

Zo is Mediapart ontstaan, een website die gebouwd is op een paar principes. De belangrijkste is dat informatie een waarde heeft en dat er dus voor betaald moet worden. Een abonnement kost 9 euro per maand. 'Krantensites hebben hun waarde laten verdampen door de illusie te wekken dat informatie gratis is', zegt Plenel. Een ander is de onafhankelijkheid; Mediapart doet niet aan reclame, aan buttons of betaalde pop-ups. En Mediapart mag dan digitaal zijn, het heeft het ritme van een ouderwetse krant: drie edities per dag.

De ambitie was groot. 'Un journal de référence' moest het worden, een kwaliteitskrant op internet. Of zoals Plenel het graag zegt: 'We verdedigen de kern van de traditie in het hart van de moderniteit.' Die ambitie rust op drie pijlers: onderzoek, reportage en analyse. Opinie is er ook, in de gedaante van vele honderden blogs die worden geschreven door lezers. 'Al die beroepsopinie is de dood van de journalistiek', vindt Plenel. 'Iedere burger kan het, en vaak net zo goed.'

Vooral met zijn onderzoeksjournalistiek is Mediapart in de zes jaar van zijn bestaan uitgegroeid tot de schrik van de heersende klasse. De site was nog maar goed en wel op stoom toen het de affaire-Bettencourt aan het licht bracht. Liliane Bettencourt, de schatrijke erfgename van cosmeticaconcern l'Oréal, zou Nicolas Sarkozy en Éric Woerth, toen penningmeester van de UMP en later minister van Begrotingszaken, 150.000 euro hebben toegestopt voor de verkiezingscampagne. Sarkozy heeft zijn betrokkenheid altijd ontkend, maar Woerth moest aftreden; zeker toen bleek dat zijn vrouw via Bettencourt een baan had gekregen.

Met die affaire vestigde Mediapart zijn reputatie en zijn kredietwaardigheid. Het bedrijf maakte vorig jaar 700.000 euro winst, op een omzet van zes miljoen. Er zijn nu 60 duizend abonnees; met 100 duizend is de site volgens Plenel veilig. De site is ook beschikbaar in een Engelse en een Spaanse versie.

Naast de kwaliteit van de journalisten is volgens Plenel de lamentabele staat van de Franse media een belangrijke reden voor het succes. 'De media zijn sterk afhankelijk van de machthebbers, het bedrijfsleven, de politiek. Ze krijgen subsidie, ze bedrijven een vorm van overheidsjournalistiek waarbij het publiek uit het oog wordt verloren. In de Angelsaksische landen speelt de journalistiek vaak een heldenrol. Hier is het vak geperverteerd door afhankelijkheid van de macht. Wat wij doen wordt als iets uitzonderlijks gezien, terwijl het eigenlijk vanzelf zou moeten spreken. De journalistiek is er om de macht te controleren.'

Die houding is hem door de andere media niet in dank afgenomen. De affaire-Cahuzac werd maandenlang niet serieus genomen; Mediapart zou te ver zijn gegaan en geen bewijzen hebben. Maar Plenel wil niet zeggen dat hij zich verraden voelt door zijn collega's. 'Ieder heeft zijn eigen leven. Zij waren niet met ons, we stonden alleen. Maar ik heb afgeleerd op steun te rekenen.'

Mediapart heeft het hart links. Plenel schreef al eens een boek met Hollande, ook andere redactieleden maken geen geheim van hun sympathieën. 'Dat mag geen rol spelen. We moeten tegen onszelf in kunnen denken', vindt Plenel. 'De partijgenoten van Sarkozy zeiden dat we door hem geobsedeerd waren; ze noemden onze methoden fascistisch. Nu een linkse minister is gesneuveld, hoor je dat niet meer. Het probleem was niet Sarkozy, maar de afbreuk die hij deed aan de functie van president. Die afbreuk gaat onder Hollande gewoon door. We zijn opgeschoven van een dwaze naar een halfzachte politiek. De democratische cultuur is onvolmaakt. De macht is geconcentreerd bij een kleine Parijse elite.'

Mediapart-oprichter Plenel mag na de onthullingen over Cahuzac voor even een tevreden man zijn, burger Plenel is dat niet. 'Links en rechts in media en politiek zijn meegegaan met de corruptie en de stroom van leugens. Dit is een aardbeving, we zijn nog lang niet aan het eind. Als burger stemt me dat wanhopig.'

Maar nu moet hij toch echt gaan. Een minuut later staat Plenel met een microfoon in de hand op de redactievloer voor de camera en legt in een lopend betoog uit waarom het echt een goed idee is die avond de web-tv van Mediapart te bekijken. De jonge redactieleden - Mediapart telt er zo'n dertig- kijken devoot toe. 'Ze zouden m'n kinderen kunnen zijn', zei hij eerder. 'Ik ben hun vlaggendrager, en woordvoerder als het nodig is. En wat ik journalistiek bijdraag is vooral een nose for news.'

Later, bij het afscheid nemen op de gang: 'Bedankt dat jullie gekomen zijn. De Franse media zijn hier nog niet één keer wezen kijken.'

NIEUWSMAKERS: DE GROOTSTE ONTHULLINGEN VAN MEDIAPART

- Juni 2010: Openbaarmaking van de registratie van gesprekken in huize-Bettencourt, vastgelegd door de huismeester. De inhoud brengt minister Éric Woerth in diskrediet. Daarna komt de site met de getuigenis van de boekhoudster van Bettencourt, die bevestigt cash-geld voor Sarkozy en Woerth te hebben moeten halen.

- 2011: Bondscoach Laurent Blanc wil met quota voor minderheden werken bij het nationale voetbalelftal; niet lang daarna treedt Blanc af.

- Maart 2012: kolonel Kadhafi zou 50 miljoen euro hebben geïnvesteerd in de verkiezingscampagne van Sarkozy.

- December 2012: minister Cahuzac heeft Zwitserse bankrekeningen.

Mediapart staat in een lange traditie. Oprichter Edwy Plenel onthulde in 1985 bij Le Monde dat de Franse geheime dienst de Rainbow Warrior, vlaggeschip van Greenpeace, tot zinken had gebracht.

SPEEDBOOTJE TUSSEN DE CRUISESCHEPEN

'Toen ik 30 was, was ik lang zo goed niet als hij', zegt Edwy Plenel (foto links) over Fabrice Arfi (32, rechts), de journalist die de affaires Bettencourt en Cahuzac aan het rollen bracht. Arfi was 18 toen hij in zijn geboorteplaats Lyon in de journalistiek begon en belde in 2007 Plenel om te vragen of hij bij hem kon komen werken. De kiem voor zijn wantrouwen tegen Cahuzac werd gelegd toen Arfi in 2010 onderzoek deed naar mogelijke fraude van minister Woerth. 'De socialist Cahuzac sprong voor hem in de bres. Die onverklaarbare steunbetuiging heb ik altijd onthouden.' Cahuzac was in 2012 nog kort minister van begrotingszaken toen Arfi over zijn Zwitserse rekeningen hoorde; vijf of zes bronnen bevestigden. Weer wat later kreeg de onderzoeksjournalist een kopie van een geluidsopname waarop Cahuzac informeert hoe hij zijn Zwitserse rekening kan opheffen. Al die onthullingen kon de lezer op de voet volgen. 'We brengen het nieuws soms als feuilleton', erkent Arfi. 'Dat moet wel. Zo blijven we als klein speedbootje hoorbaar tussen de grote cruiseschepen.'

undefined

Meer over