Kwetsbare huid in een stevig fort

Tribale tatoeages, open wonden, latex en andere huidvariaties zijn te zien op een locatie die je letterlijk op de huid zit....

Asperen Het is een verfijnde jurk die op de grove stenen tafel ligt. Simpel maar geraffineerd – de huidkleurige stof is afgewerkt met een sierlijke voering en een prachtig mozaïek van kristalletjes. Onmiskenbaar een ‘Alexander van Slobbe’, de Nederlandse ontwerper die naam maakte met ingetogen creaties. De schoonheid van de jurk wordt nog eens benadrukt door de donkere cel waarin het ligt uitgestald. Het contrast tussen de soepele glanzende stof en de ruwe bakstenenmuur vol vochtplekken had niet groter kunnen zijn.

In de galerij voor de cel met zware stalen deur staan in een vitrine dwarsdoorsneden van een mensenarm op sterk water, afkomstig uit Museum Vrolik van de Medische faculteit van de Universiteit van Amsterdam. Vergeleken bij het grauw uitgeslagen lichaamsdeel oogt zelfs deze sombere omgeving van Fort Asperen nog lieflijk.

De jurk en de anatomische preparaten zijn onderdeel van Dichter op de huid, een tentoonstelling die de rol die onze huid speelt in ons dagelijks leven verkent. De huid beschermt, maar maakt ons tegelijkertijd kwetsbaar – wie is er niet onzeker over zijn rimpeltjes of littekens. Denk alleen al aan uitdrukkingen als: een dikke huid hebben, iemand de huid vol schelden of je huid duur verkopen.

Een tentoonstelling over huid had geen passender locatie kunnen hebben dat dit fort, dat onderdeel is van Nieuwe Hollandse Waterlinie, de verdedigingslinie die als een huid bescherming moest bieden aan de grote steden. Binnen is het kil, tochtig, donker en spookachtig. Dit 19de-eeuws vestingwerk, dat van binnen nog het meeste lijkt op een middeleeuwse kerker, zal teergevoeligen kippenvel bezorgen. Een locatie kortom die je letterlijk op de huid zit.

Sinds 1984 worden in Fort Asperen culturele zomermanifestaties gehouden. Eerdere edities werden samengesteld door cineast Peter Greenaway (in 2005) en Li Edelkoort (in 2003), trendvoorspeller en drijvende kracht achter de Design Academy in Eindhoven. Dit jaar zijn de curatoren Tiziana Nespoli, tentoonstellingmaker voor het Zoölogisch Museum in Amsterdam, en Arnoud Odding, projectmanager van het Glasmuseum in Leerdam, op slechts enkele kilometers afstand van Fort Asperen. Odding vroeg een aantal modeontwerpers en kunstenaars om aan de slag te gaan in de glasblazerij Leerdam. Het resultaat daarvan is onder de noemer ‘Op het lijf geblazen’ te zien als een onderdeel van de expositie.

Maar bijzonder aan Dichter op de huid is vooral dat het een kruisbestuiving is tussen diverse disciplines. In de gangen van het fort klinken uit luidsprekers aan het gewelfde het gedichten van Leo Vroman en Gerrit Kouwenaar. Op een scherm worden begeleidende beelden geprojecteerd van tribale tatoeages, roze babygezichtjes, opengereten wonden en andere huidvariaties.

Wetenschap komt aan bod met de prenten uit Atlas der Hautkrankheiten, een medische encyclopedie uit de negentiende eeuw waarin de meest gruwelijke huidaandoeningen staan afgebeeld met zoet-romantische tekeningen. Een contrast dat – onbedoeld – onze opvattingen over mooi en lelijk ter discussie stelt.

Maar het merendeel van de expositie bestaat uit fotografie, beeldende kunst en vormgeving. De fotoserie Michael Matthews, waarin Koos Breukel een bevriende aidspatiënt indringend vastlegt, presenteert huid als het symbool voor aftakeling, de huid als een spiegel van ons gestel. Tegelijkertijd oogt de gehavende huid op de technisch perfecte foto’s als een prachtig landschap met diepe groeven en ruwe obstakels. Waarom voelen we ons dan toch zo ongemakkelijk bij zo’n getekende huid?

Mode wordt vaak gezien als een poging om onszelf te voorzien van een tweede, mooiere huid. Met dit idee speelt Walter van Beirendonck met zijn strakke latexpak, inclusief teennagels en voorgevormd kruis. Maar ook hier wordt de kijker weer op het verkeerde been gezet: de Belgische modekoning liet zich voor deze creatie inspireren door de Azteken die de huid van hun krijgsgevangen stroopten om over hun eigen lichaam te dragen. Een gruwelijk metafoor voor de uitdrukking in de huid van een ander kruipen.

Maar dat mode onze kwetsbaarheid zou verkleinen is slechts schijn. Van Berend Strik, bekend van zijn borduurwerken, is glazen ondergoed te zien. De oorspronkelijke functie van de kleding blijft weliswaar in tact – het biedt bescherming aan kwetsbare lichaamsdelen. Tegelijkertijd maakt het de drager juist kwetsbaarder; de aandacht wordt met dit glazen ondergoed juist gevestigd op de geslachtsdelen, die ook nog eens in vol ornaat zichtbaar zijn.

Uiteindelijk zit er dus niets anders op dan tevreden zijn met onze huid (oftewel: lekker in je vel steken), hoe verweerd, gegroefd of afwijkend deze ook kan zijn. Een ode aan de kracht van onze huid is de video van Evelien Krijl waarin een vrouwenborst bij herhaling in een stofzuigerslang wordt gezogen. De tepel en blanke huid – met een lief klein sproetje – ogen voor én na deze krachtproef even breekbaar. Eerst trekt de huid strak als een botoxwang, om vervolgens weer terug te veren in de oorspronkelijke, soepele staat. Probeer dat maar eens na te doen met een jurkje van Alexander van Slobbe.

Meer over