Nieuws

Kwart van de jongvolwassenen psychisch ongezond: ‘Ik word somber van de uitzichtloosheid’

Niet eerder waren in Nederland zoveel jonge mensen zo somber, angstig en eenzaam. Dit blijkt uit de jaarlijkse gezondheidsenquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

null Beeld ANP
Beeld ANP

De mentale gezondheid van jonge mensen bevindt zich op een dieptepunt. Nog nooit hebben zoveel jongvolwassenen zich somber, angstig en eenzaam gevoeld als in de eerste helft van 2021. Een kwart van de 18- tot 25-jarigen is psychisch ongezond. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van de jaren vóór de coronacrisis, toen dat cijfer stabiel rond de 14 procent lag.

Van de totale bevolking in Nederland was in de eerste twee kwartalen van dit jaar 15 procent psychisch ongezond. Ook dat cijfer is niet eerder zo hoog geweest sinds het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in 2001 de mentale gezondheid van Nederland ging bijhouden.

De cijfers komen uit de jaarlijkse gezondheidsenquête van het CBS. Dit jaar geeft het bureau extra aandacht aan de mentale gevolgen van corona. Het valt te verwachten dat de situatie verbetert voor een deel van de jongvolwassenen nu scholen en universiteiten weer open zijn; de enquête geeft een beeld van het afgelopen half jaar.

Het CBS meet de mentale gezondheid door jaarlijks bij zo’n tienduizend mensen vragenlijsten af te nemen. ‘Voelde u zich erg zenuwachtig de afgelopen vier weken?’ is een van de vragen, net als ‘Voelde u zich gelukkig?’ en ‘Zat u zo erg in de put dat niets u kon opvrolijken?’ Op basis van de antwoorden, variërend van ‘voortdurend’ tot ‘nooit’, wordt berekend of de deelnemer aan het onderzoek psychisch (on)gezond te noemen is.

Stoel, beeldscherm, koelkast

Het percentage voor de gehele bevolking, 15 procent psychisch ongezond, was vóór corona jarenlang ongeveer 12 procent – internationaal gezien overigens geen slechte score, want over het algemeen is het is welzijnsniveau in Nederland nog altijd hoog. Bij de volwassenen valt op dat het vooral alleenstaanden zijn die zich sinds corona mentaal slechter voelen. Ook somberder zijn mensen die zijn gaan thuiswerken terwijl ze dat eerder niet gewend waren.

‘Bij die groepen zijn de veranderingen in hun leven het grootst’, zegt Tanja Traag, hoofdsocioloog van het CBS. ‘Jongeren konden niet meer naar school of naar college, de thuiswerkers niet meer naar kantoor.’ Dat leidt niet alleen tot gevoelens van neerslachtigheid, ook zijn vooral die groepen ongezonder gaan leven. Van de 18- tot 25-jarigen is 45 procent door corona minder gaan sporten en bewegen. Van de thuiswerkers is dat 38 procent, terwijl ze, net als alleenstaanden, méér zijn gaan snacken. ‘Stoel, beeldscherm, koelkast’, zo vat Traag de thuissituatie samen.

Gezondheidstechnisch gezien goed nieuws is dat Nederland minder alcohol is gaan drinken. Van de totale bevolking van 15 en ouder zegt 12 procent sinds 2020 minder te drinken of gestopt te zijn. De borrelgewoonten van 65-plussers veranderden het minst. Heel anders is dat bij jongeren: bij hen daalde het alcoholgebruik het meest. Van de 18- tot 25-jarigen die regelmatig drinken geeft 36 procent aan dat door de coronamaatregelen minder te doen.

De oorzaak is triest, zegt Anita Kraak van het Nederlands Jeugd Instituut, die het beeld dat vooral jongeren mentaal lijden onder corona volledig herkent. ‘Jonge mensen moeten kunnen uitgaan en experimenteren met ervaringen die horen bij het volwassen leven. Dat alles stillag, heeft bij behoorlijk wat jongeren tot grote psychische problemen geleid.’ En tot grotere kansenongelijkheid, zegt ze ook. Vooral kinderen uit gezinnen met een lage sociaal-economische status hebben onder de coronacrisis te lijden. Het maakt nogal wat uit of je thuisonderwijs moest volgen in een riante kamer met een eigen laptop en ondersteuning van je ouders, of in een krap bemeten huishouden waar financiële stress heerst. ‘De tweedeling in de samenleving tussen de haves en de havenots is door corona alleen maar groter geworden’, zegt Kraak.

Tom (20). Beeld Wies de Gruijter
Tom (20).Beeld Wies de Gruijter

Tom (20), bar­kee­per

‘Het lijkt wel alsof jonge mensen door de coronacrisis te snel zijn opgegroeid. Ik had het geluk dat ik op mijn zestiende van school ging en toen het feesten al ontdekte, dus voor mij is het gemis van clubs en kroegen niet zo groot. Waar ik wel ontzettend somber van ben geworden, is de uitzichtloosheid. Wanneer houdt het op? En de verrechtsing, dat is ook erger geworden door corona, heb ik het idee.

‘Vlak voor de coronacrisis verhuisde ik naar Amsterdam. Toen de lockdown begon, kon ik niet naar huis omdat mijn familie bang was voor besmetting. En toen de vader van mijn ex overleed kon ik mijn ex niet knuffelen. Dat vind ik het allerergst: vrienden verdrietig of eenzaam zien.

‘Toen alles nog normaal was dronk ik vaker, ja, dat herken ik wel uit het onderzoek. Al hebben we een uitzondering gemaakt tijdens de eerste lockdown: ik weet niet of ik mijn drankgebruik in die periode in glazen of flessen per dag uit moet drukken, laat ik het zo zeggen. Maar inmiddels houd ik het bij een wijntje tijdens het eten.’

Nathani (20). Beeld Privébezit
Nathani (20).Beeld Privébezit

Nathani (20) studeert voor bedrijfsadministrateur op het ROC Zuidoost

‘Het begin van de coronaperiode vond ik heftig. Ik verveelde me erg, maar later ben ik al die extra tijd die ik plotseling had gaan gebruiken om me in mezelf te verdiepen. Twee jaar geleden verhuisde ik van Suriname naar Nederland. Nu had ik de tijd om na te denken over wat er allemaal gebeurd is. Eigenlijk voelde ik me vanaf dat moment meer zen dan vóór die tijd.

‘Ik ben ook veel meer gaan sporten: ik ga vijf keer per week naar de sportschool en als ik nu één halte verderop moet zijn, ga ik lopen in plaats van met de bus. Ik leid nu sowieso een gezonder leven dan vóór de coronacrisis: drinken doe ik ook minder dan voorheen. Er zijn minder feestjes, dus ook minder gelegenheden om alcohol te drinken. De rust heeft me de tijd gegeven om een goede weerstand op te bouwen. Zo heb ik geen vaccinaties nodig om gezond te blijven.’

Emar (22). Beeld Wies de Gruijter
Emar (22).Beeld Wies de Gruijter

Emar (22), studeert biomedische wetenschappen aan de VU

‘Ik heb vorig jaar niet veel negatiever ervaren dan de jaren ervoor. Toch was het af en toe moeilijk, want alles was de hele tijd onzeker: niemand wist precies wat er wel en niet mocht en steeds veranderden de maatregelen weer. Daar komt wel stress bij kijken. Gelukkig kan ik me makkelijk aanpassen: toen ik niet meer mocht korfballen, ging ik hardlopen of naar de sportschool.

‘Wat ook een uitdaging is, is dat studeren veel zelfstandiger geworden is. Ik zit in het vijfde jaar van mijn studie en mis mijn studiegenoten, maar gelukkig heb ik genoeg mensen om me heen, zodat ik me niet eenzaam voel. En een leuke vriendin, dat scheelt ook.

‘Drinken doe ik minder dan voorheen, ja. Uitgaansgelegenheden waren dicht en thuis trek je heus weleens een biertje open, maar uiteindelijk drink je toch minder alcohol.’

Meer over