'Kwaliteit van leven wordt nu pas ontdekt'

Psycho-analyticus Leo de Nobel: verbondenheid en controle zijn doorslaggevend voor het welbevinden...

Al een halve eeuw houdt de Nederlandse verzorgingsstaat de grote levensrisico's van armoede en gebrek buiten de deur. Inmiddels spat de luxe zelfs van de daken. Het lijkt het recept voor een land vol gelukkige burgers. Dat zijn de Nederlanders internationaal vergeleken ook, zoals de befaamde 'geluksprofessor' Ruut Veen hoven stelt.

Maar hoe kan het dan dat de vraag naar psychische hulpverlening gestaag groeit? Maakt geld dan toch niet gelukkig? Of zijn we verwende watjes geworden, die bij de minste tegenslag de Riagg bellen?

Volgens critici van het uitdijende therapiecircuit kweken therapeuten zelf patiënten door mensen problemen aan te praten. In deze school wordt ook meesmuilend gepraat over de groeiende groep mensen die met psychische klachten in de WAO belanden.

Leo de Nobel, lid van de Raad van Bestuur van de Geestelijke Gezondheidszorg Noord-Holland Noord en psycho-analyticus, wordt 'van binnen en van buiten grauw' als hij zulke redeneringen hoort.

De Nobel: 'Ik beschouw het als een teken van beschaving dat we eindelijk meer oog krijgen voor psychisch leed. Dat door het grotere hulpaanbod de vraag naar therapie navenant toeneemt, vind ik een armoedige redenering. Mensen kregen toch ook niet meer hoofdpijn na de uitvinding van het aspirientje?'

Volgens De Nobel is het pure winst dat de wetenschap meer inzicht heeft verworven in de werking van de menselijke psyche, en moeten zoveel mogelijk mensen daarvan profiteren. Dat de kennis ook daadwerkelijk wordt verspreid, ziet hij op tal van plaatsen in het alledaagse leven.

Hij zingt niet mee in het koor van honers, die in de jaren van democratisering de basis zien voor de 'watjescultuur' van nu. De Nobel ziet juist een positieve ommekeer in de jaren zeventig, toen er aandacht kwam voor de emotionele en psychische behoeften van de mens.

'Men aanvaardde toen niet langer klakkeloos het woord van de dokter, de onderwijzer of de werkgever. De burger zei: verklaar u nader. De mensen eisten zeggenschap.'

De Nobel ziet de verandering niet als een pendulebeweging in de geschiedenis. Al wist ook Goethe al dat niet leeftijd of materieel bezit iemands geluk bepaalt, maar diens persoonlijkheid: 'Volk und Knecht und Überwinder/ Sie gestehn, zu jeder Zeit/ Höchstes Glück der Erdenkinder/ Sei nur die Persönlichkeit.' (Volk en knecht en overwinnaar/ zij allen geven te allen tijde toe/ dat het hoogste geluk voor mensenkinderen/ slechts te vinden is in de persoonlijkheid).

Het verschil met de tijd van Goethe is, dat de wetenschap tegenwoordig meer inzicht heeft verworven in de menselijke psyche, en dat de wetenschap steeds vaker daadwerkelijk hulp kan bieden.

Dat mensen, zeker in de welvarende omstandigheden hier en nu, te veel willen halen uit het leven, en de toppen van het kwalitatieve bestaan zo zoetjesaan zijn bereikt, vindt De Nobel 'onzin'. 'We zijn net begonnen de ingrediënten voor de kwaliteit van leven te ontdekken.' Uit de 'overstelpende hoeveelheid' onderzoek, blijkt stelselmatig dat twee factoren de voorwaarde vormen voor het welbevinden van de mens.

Onafhankelijk van land of cultuur, wijst al dat onderzoek uit dat mensen behoefte hebben aan 'verbondenheid' en 'controle'. Wie volstrekt solitair leeft, is volgens De Nobel altijd ongelukkig.

'Mensen moeten zich verbonden voelen met anderen, alleen een ander kan ze het gevoel geven dat ze meetellen, ertoe doen. Als er geen ander mens voorhanden is, mag het ook een hond of cavia zijn. Die ander kan zich ook voordoen in de gedaante van een hogere macht. Als er maar een verbond is met een ander wezen.'

Voor een volwaardig bestaan moet ook voldaan zijn aan een andere voorwaarde; de controle over het eigen bestaan is een onmisbaar houvast.

'Een mens moet het gevoel hebben dat hij zeggenschap heeft over de manier waarop hij woont, werkt en zijn relaties onderhoudt. Buiten loeren de gevaren endrama's. Meestal heeft die ellende met verlies te maken, wat zel den bijdraagt aan het welbevinden.'

Als voorbeeld wijst hij op mannen die hun vrouw verliezen. De Nobel: 'Die zijn de controle én de emotionele binding kwijt. Je ziet vaak dat zo'n man zich op zijn werk stort in een poging de controle over zijn bestaan te herwinnen. Vaak pakt het alsnog desastreus uit, want het hart kan de druk van de letterlijk weggewerkte gevoelens toch niet aan, en hij gaat dan toch nog tegen de vlakte.'

Ook de toename van het aantal WAO'ers met psychische klachten wijt De Nobel aan een tekort aan 'binding' en 'zeggenschap' op het werk. 'Wie dat niet voelt, wordt ziek. Hoe ongelofelijk ingewikkeld het mag zijn, de oplossing ligt bij de werkgever die het werk zo moet veranderen dat mensen wel het gevoel hebben mee te tellen en invloed te hebben.'

Natuurlijk blijven er mensen die hun kansen op geluk domweg laten liggen. De Nobel: 'Je hebt altijd mensen die het geluk dat voor hun neus ligt niet zien, en het onhaalbare najagen. Zulke mensen moeten leren zichzelf de juiste vragen te stellen. Het zijn innerlijke mechanismen die hen steeds op het verkeerde been zetten.

'Freud zei al: Op de weg naar het ongeluk ondervindt men over het algemeen heel wat minder hindernissen.'

Meer over